16 april 2020

maximaal groen


Zo'n 30 jaar zijn we al bezig met ons stukje bouwgrond om te vormen van een kale, dode maïsakker naar een groene oase waar mensen en dieren graag vertoeven. Terwijl rondom ons grote stukken bos verdwijnen, blijven wij meer groen creëren. Nog een decennium verder en ons geleeg begint trekken te vertonen van dat klein Gallisch dorpje in dat reuzegroot Romeins imperium. 


De voorbije dagen werd de weg naar maximaal groen verdergezet. Veel ruimte daarvoor schiet er niet meer over. Bij het bewegen door de tuin viel het me evenwel op dat een aantal paden nooit of bijna nooit gebruikt worden. Daarom nam ik de beslissing om er 4 af te schaffen en de grond terug te schenken aan de natuur. Op bovenstaande foto zie je bijvoorbeeld hoe een bospad terug losgewerkt is en klaargemaakt werd voor nieuwe bosflora. Sommige planten worden aangekocht maar ik heb het voornemen om er vooral zelf gewonnen bloemenzaad uit te strooien: judaspenning, daslook, Smyrnium perfoliatum, boshyacinthen en vingerhoedskruid.


Ook hierboven werd een verbindingspad buiten gebruik gesteld. De Sorbaria sorbifolia mag de grond verder inpalmen, iets wat duidelijk in zijn genen zit. Vlakbij de potten die het pad barricaderen, plantte ik ook nog een nieuwe sierappel, meer bepaald de Malus 'Wintergold'. De kleine maagdenpalm zal naar verwachting de bodem snel bedekken.


Behalve het afschaffen van paden ligt het ook in mijn aard om bestaande rechte paden krom te maken. Paden moeten ook niet breder zijn dan nodig. Veel paarden met kar passeren er niet door onze tuin. Hierboven zie je hoe ik te werk ga. Op twee plekken van deze pad snoepte ik een 'sinaasappelschijf' af voor de aanleg van een nieuwe bloemenborder. In plaats van zand pronkt er nu een groep Geranium x magnificum met in het midden een gekregen roodbladerige bonsai-esdoorn. Het boompje werd gered uit zijn smal kuipje en kan nu vrijelijk zijn takken spreiden. Enkele meters hiervandaan gebeurde hetzelfde en kregen een toverhazelaar en een groep Geranium himalayense 'Baby Blue' ruimte om te groeien.

Smyrnium perfoliatum tussen vergeet-mij-nietjes en dagkoekoeksbloem

Dit alles lijkt misschien idyllisch en bijzonder gezond voor de longen. Sprookjes bestaan niet. Al deze werkzaamheden gebeurden terwijl de geur van drijfmest prominent in de tuin hing. Al wekenlang is dit zo. Gisteren kwam er nog een dag houtrook bij want de aanpalende boer - ja, deze die als een ware alleenheersende Romein onze bomen denkt de moeten snoeien - heeft de berg achtergebleven takken verzameld en vervolgens in de fik gestoken. De liedjes van de vogels werden ook vaak overstemd door de kettingzagen. Maar we blijven doorgaan... al is er nog een hele lang weg af te leggen. De strekking minimaal groen is nog steeds immens groot. Al is er een lichtpunt: bij onze fietstocht van gisteren passeerden we een verkooppunt van .... kunststof-haagplanten. Zucht.

15 april 2020

schaakbord en viervlek

Schaakbordlieveheersbeestje

viervleklieveheersbeestje

We blijven onze ogen openhouden, ook voor de heel kleine dingen. Nadat we op 22 maart jl. een viervleklieveheersbeestje zagen kruipen op de stam van de hemelboom, vond ik vandaag een schaakbordlieveheersbeestje. Ik zag nog een klein lieveheersbeestje zitten, een oranje zonder ook maar één vlek, maar het vloog meteen weg toen ik er een foto wilde van maken. 

Deze twee lieveheersbeestjes eten luizen en ook al zijn ze piepklein, ze verdienen een volwaardige plek in de beestenlijst.


14 april 2020

kleine rouwvlieg


Naast grote aantallen smaragdlangsprietmotten vliegen er nog kleine zwarte 'vliegjes' in de tuin. Ik zie ze vooral zonnen op vers loof. Hier zijn het kleine rouwvliegen, de Bibio lanigerus, die net als de maartse vlieg behoren tot de Zwarte Vliegen. Net zoals ze plots massaal opduiken, zijn ze op een keer ook allemaal weg. De rouwvliegen zijn strikt genomen geen vliegen maar muggen. Het mag ook niet te gemakkelijk zijn.

(op de foto: jong paardenkastanjeblad)


ieder zijn plek


Mijn lievelingszitplek in onze tuin is de gerestaureerde bank nabij de waterleliepoel. Vooral als ik op mijn eentje wil zijn. Je zit er beschut van de noorden- en oostenwinden en je hebt er zicht op de poel tot en met de ecoduct. Als je stil bent, zie je er de vogels drinken en baden. Af en toe komt er ook een eekhoorn langs. 

Die van ons heeft zo haar eigen zithoek. Ze leest er in alle stilte haar boeken. Ze heeft er zicht op een veldje met sierrabarber, Rodgersia, een iep, een Stephanandra tanakae en een Acer shirasawanum 'Jordan'. Gisteren heb ik de rugzijde onder handen genomen omdat het te open en te bloot was. Ik plaatste een afgedankte kastanjen poort en liet er een meidoorn en wilde klimroos in groeien. Een sering die er al stond werd wat gemodelleerd. 


Om nog meer natuur te kunnen creëren, schafte ik de voorbije weken ook 3 paden af. Bij 2 laat ik alles zijn gang gaan, bij eentje (in het kastanjebos) worden gericht vaste planten in de grond gestoken en zal ik ook eigen gewonnen bloemenzaad uitstrooien. Vingerhoedskruid, judaspenning en daslook zijn heel gemakkelijk op deze manier te introduceren.

Pro memorie: de plek waar mijn vrouw haar boek leest, was ooit een kleine folievijver. In 2009 zag het er zo uit.




13 april 2020

nieuwe stoelen, nieuwe kleuren

 de kleuren van 2011

In augustus 2011 kochten we een zware tafel en 6 kleurrijke stoelen om ons nieuwe terras aan te kleden en vooral om ons comfortabel te kunnen neerzetten zonder zeer aan het achterwerk. Bij onze recente zoektocht naar 6 bijkomende stoelen wegens een aantal meubilaire verschuivingen, stelden we vast dat de winkel deze modellen niet meer verkocht.

Ons oog was nu gevallen op een zeer mooie stoel, elegant uitgevoerd in ijzer en verkrijgbaar in heel wat kleuren mét of zonder armleuning. Op den duur zagen we hem overal verschijnen zelfs op foto's van Hundertwasser (Kunsthaus Wien) en op straatbeelden van Parijs. Die van ons die onlangs op schoolreis ging naar Parijs, liet me via sms weten dat de betreffende stoelen heel goed zitten. Bij thuiskomst zou ze er online aanschaffen.


Die bestelling is er uiteindelijk niet gekomen ook al had ze mijn zegen. Ik heb de knoop dan zelf doorgehakt. Een grondige speurtocht op de computer bracht me bij een designwinkel in het Luikse die onze stoelen van 2011 wél nog verkocht. In heel wat opvallende kleuren waaronder 'onze' rode en oranje. Zoals uit bijgaande foto's blijkt, ging ik voor blauw en groen, de kleuren van een heldere lucht en het malse gras.


Na wat proefopstellingen - ja, er werd wat heen en weer gesleurd met die stoelen - kregen ze nu hun definitieve stek. Eén van de groene heb ik al langdurig ingezeten bij het invullen van een cryptogram en het zitten ging me beter af dan het invullen. Behalve dat je billen verwend worden, zijn er nog wat troeven (gebaseerd op de ervaring met de rode en oranje): ze rotten niet, ze zijn slijtvast en licht, ze behouden hun kleuren en..... pas opgemerkt bij de levering van de nieuwe (kiekens dat we zijn!): de stoelen zijn stapelbaar.

Onze ogen zijn er intussen aan gewend, maar het roze bijzettafeltje tussen de twee blauwe stoelen hebben we er gisteren toch tussenuit gehaald. Dat wrong en bleef maar wringen.


12 april 2020

6 man minder

Foto: Sara Rutten

Het paasfeest is hier een jaarlijks gebeuren waarbij we wat extra volk uitnodigen. Normaal zitten we hier met minstens 12 mensen, vandaag waren het er 6 minder. Niet dat het eten vorig jaar niet te vreten was of dat er ruzie is in de familie, neen, Covid-19 vereist discipline en we houden ons eraan.

Het menu bleef overeind: zelfgemaakte frieten (die van ons), een kleine salade (Sara) en een communiekorfje met vegetarische vidé (Ludo). Natuurlijk hadden we de 6 anderen er graag bij gehad, in het bijzonder mijn ouders, maar we hebben er het beste van gemaakt. Ter compensatie heb ik mijn ouders deze morgen wel een bosje witte paasbloemen uit de tuin bezorgd. Op veilige wijze.


Narcissus triandrus 'Thalia'


paasklokken verliezen lading

De witte rook van de veiligheidsraad richting de paasklokken van Rome hebben hopelijk heel wat kinderen vanmorgen zoek- en snoepplezier opgeleverd. De paasklokken zijn wel degelijk over het land gevlogen. Meer zelfs, een aantal gevleugelde klepeldragers moet zelf wat sukkelen met hoest- en niesbuien want net boven ons geleeg hebben ze een lading paashazen en eieren gelost. Iets wat al jaaaren niet meer gebeurd is wegens kinderen te groot of kinderen te stout.


Mijn verbazing was dan ook groot toen ik bij mijn gebruikelijke ochtendwandeling door de tuin her en der lekkere dingen tegenkwam die er gewoonlijk niet liggen. Sommige chocoladen figuren waren zo goed verstopt dat ik niet berekend krijg in welke geometrische figuur die paasspullen precies geland zijn. Loodrecht al zeker niet. Een nieuw gegeven en niet zonder belang in deze tijden is dus ook dat dat coronavirus overgedragen kan worden op paasklokken (in autodidactisch-medische middens ook wel 'rologinose' genoemd). 


Een andere hypothese is dat het wel degelijk de bedoeling was van de paasklokken uit Rome om precies bij ons rijkelijk met chocolade te strooien. Blijkbaar zijn er connecties tussen moederke Maria, via het Vaticaan, met de paasklokken. Hoe het ook precies in mekaar zit, is evenwel bijzaak en vooral voer voor onderzoeksjournalisten moge ze nog bestaan. Van belang is dat ik alles heb laten liggen en het zoekwerk overgelaten heb aan de kinderen die wellicht tegen de middag allemaal uit hun nest zijn gekropen. Ze zullen nogal 'verschieten' want volgens hen bestaan de paasklokken niet. Kinderen en betweterigheid!




11 april 2020

gouden corona voor Maria


Op de dag dat Jezus aan het kruis werd genageld, kreeg Maria, de gipsen bewoonster van onze veldkapel, een gouden corona. Deze realisatie kon gebeuren dankzij de vondst van een stapeltje roestige taartschotels. Eentje daarvan kon nog een beetje gefatsoeneerd worden, de rest is 'verloren'. Met wat zilverpapier en water kon de achterkant van de schotel in die mate opgeschoond worden dat hij het juiste patina had. Met enkele proppen lijm en 2 stukjes hout om de corona tijdelijk op te spannen (zie onder), werd het zaakje geklaard. Toffe toevalligheid: door de uittanding in het metselwerk verschijnt er een kruisvormige weerspiegeling in de corona. Maria schittert nu als nooit tevoren. Ik denk dat ze nooit meer weg wil.


(gouden corona, the making of)



Het zonnetje in huis




10 april 2020

Art Travo

Opgelet: hetgeen volgt kan pijnlijk zijn voor de ogen. 


Het brutalisme is terug in en dat komt gelegen. Met overschotten van hout waaronder bruggen, kepers, een legger, planken en één Ikea-tafelpoot kreeg ik het idee om een tuinbank te timmeren. Tja, ideeën zijn in de aanbieding dezer dagen. Ik wilde geen zitsel zoals er dertien in een dozijn zijn, maar iets speciaal, in wat ik met een kwinkslag Art Travo wil noemen. Travo is Vlaams voor 'op de bouw'. 10 jaar heb ik daar mijn kost verdiend en naast kraanbesturen, metserdienen en morteldraaien leefde ik me graag uit met coffrages (bekisting) timmeren en betonstaalvlechten. Die ervaring kwam nu goed van pas.


Alhoewel stevigheid en degelijkheid primeren op elegantie en verfijning mag er in de Art Travo wel een speels accent zitten. Dit kan met een frivole toets zoals de Ikea-tafelpoot in dezelfde kleur als de grote pot vlakbij (zie foto). Net als in het brutalisme wordt ook hier niet verhuld hoe het meubel is gemaakt en worden ruwe, ongeschaafde bruggen en kepers (poten) open en bloot getoond. Vijzen en nagels worden niet weggewerkt. Kribbels en inkervingen van Molse scholieren in het hout blijven zoals ze zijn.

Het eindproduct past niet in elke tuin. Dat is zeker zo. Deze keer is het evenwel niet formeel versus wild of ecologisch versus rotzooi dat hierbij de bepalende factor is, maar wél wie de tuineigenaar is. Het meeste kans op succes en appreciatie voor Art Travo-meubelen heb je als de eigenaar en de timmerman één en dezelfde persoon zijn. Brutalisme roept heel vaak brutale gedachtes op. Bulldozers, sloophamers en hellevuur zijn nooit veraf. Een hoek af, helpt ook.


9 april 2020

aan de waterkant


Goudwindes in de appelboom



Foto d.d. 8 april 2020
Kleurenspel van lucht, water, appelbloesems en goudwindes.
Locatie: zwemvijver


8 april 2020

onder de appelboom


Eén van mijn dromen is uitgekomen. Al een hele tijd maar het doet elk jaar weer deugd om te kunnen luieren, lezen, eten en filosoferen onder een bloeiende appelboom. In ons geval is het een roodbloeiende variëteit zonder naam want hij is gekiemd uit een weggegooid klokkenhuis. Zijn silhouet gelijkt in de verste verte niet op een kwekersboom. De takken groeien alle kanten uit met ook heel veel verticale zijscheuten die bij onderhoudssnoeiwerken er als eerste uitgeknipt worden. Aan de donkere kant van de stam is het een schraal geval maar aan de zonnige kant is hij een van de mooiste bomen van de tuin. De bijen en hommels houden er luidruchtige schranspartijen, zij genieten ervan net als wij.


Ik kan er uren zitten. De krant wordt er gelezen, met een tas koffie meestal. De ledenmagazines komen er op tafel te liggen. We eten er. We leven er. Nu we extra corona-vrije tijd toebedeeld krijgen, is het ook een van mijn natuurobservatieposten geworden. Ik kan er de vele vogels zien die komen drinken aan de vijver, de huismussen tsjilpen er vlakbij, de zwartkoppen en tjiftjaffen zorgen er voor muziek en af en toe ontdekken we van hieruit een nieuwe soort. Zo verscheen gisteren een 'nieuw gezicht' op de nok van ons pannendak. Toch geen roodstaart? "Dat zou wat zijn" opperde ik tegen die van ons. De superzoom erbij gehaald om dat kleine vogeltje daarboven op het dak te identificeren en het bleek een witte kwikstaart te zijn. Geen zeldzame vogel op sommige plekken maar in onze kleine biotoop nog nooit eerder waargenomen. Zo breng ik hier de dagen door, zonder één moment van verveling. Lanterfanten met af en toe een opstoot van klusserij... daar ben ik voor geboren.

De witte kwikstaart op het dak


7 april 2020

zes van deze week







Zes beelden die ik deze week inblikte:

1. Onze 'Hundertwasserbol" in de voortuin tussen bloesems van krentenboompje en Malus 'Liset'
2. Amandelwolfsmelk in blauwe pot
3. Voortplantingsorgaan van Magnolia stellata
4. Reflectie van grote beuk in waterleliepoel
5. Weggetje naar veldkapel
6. De zwartkop (mannetje) laat vanuit de slangenesdoorn (Acer capillipes) duidelijk horen dat hij er is.


6 april 2020

de muurklimmende bosmestkever


Blijven bewegen luidt het devies van de overheid in dit coronavirustijdperk. Dit bracht deze bosmestkever (Geotrupes stercorosus) op het grandioze idee om te starten met het muurklimmen. Tegen de achtergevel op zo'n 1,50 meter hoogte kroop hij gezwind naar boven. Geen sprake van hoogtevrees zo te zien. Ook geen veiligheidsuitrusting. Vreemd want tot nu toe ken ik hem alleen van in het bos waar hij graag met een bolletje mest op wandel gaat. Maar ja, zo'n kever met een vliegbrevet krijgt van dat beetje klimwerk geen bibber in de benen. 


5 april 2020

het oranjetipje


Fruitberg vroeg me enkele dagen geleden of hier al een oranjetipje gesignaleerd was. Neen, was toen het antwoord  "maar het warme weekend zou daar wel eens verandering in kunnen brengen". En zo geschiedde. Iets na 14.00 uur verscheen vandaag het eerste mannetje in de zonnige boskant nabij de waterleliepoel. Hij fladderde rustig rond en tapte zijn nodige energie bij de kleine maagdenpalm (zie foto). Deze alom gekende bodembedekker is ook geliefd bij de citroenvlinders. Vandaag zag ik ook een bont zandoogje en aan het bijenhotel ontstaan er kortstondige conflicten tussen de gehoornde metselbijen en de rosse metselbijen.


iemand een tractor?

We hebben eergisteren ons 'kot' achter in de tuin nog eens opgekuist of uitgemest gelijk ze hier zeggen. Dat was hoognodig want hoewel dat stalletje behoorlijk ruim is, kon je er letterlijk niet meer binnen van de wanorde en rommel. We besloten om een hele hoop niet meer naar binnen te dragen maar ons ervan te ontdoen. Alles wat je de voorbije 10 jaar tijd niet meer aangeraakt hebt, heb je niet meer nodig. 

Naast een hele berg kromgetrokken meubelpanelen, meestal vezelplaat met fineer, kwamen er ook stukken tevoorschijn met enige historische waarde. Zo vonden we de milieubox (1991) terug, een plastieken zwembad dat voor vele uren waterpret heeft gezorgd, enkele roestige veldbedden met muffe en schimmelige stof, stoelpoten, een uit dienst gestelde reuze-trampoline (voorlopig toch maar gehouden) en de topstukken van de dag: twee tractoren met een kar.


Die tractoren dateren van 1998, meer bepaald sinterklaasdag van 1998. 's Nachts werden ze nog door mezelf in mekaar gestoken (want de sint is te lui om dit zelf te doen) en ik herinner me goed dat deze schijnbare simpele klus dik tegenviel. De rood-gele kar werd ook nog gebruikt voor de grondwerken van onze zwemvijver. De tractoren zijn nog in behoorlijke staat, de kilometertellers duiden op een matig gebruik en de staat van de banden is nog steeds prima. Maar ze hebben hun kleine mankementen (gebroken stuur, verdwenen pedaal, gat in de carrosserie,...) en we willen er de kringwinkels niet mee lastig vallen. Wie ze wil, laat snel iets weten. Bedenk dat ze naar zuinig verbruik toe alle concurrenten overtroeven. En... als de bestuurder voldoende haver en bieten eet, kan er heel wat paardenkracht ontwikkeld worden.


In datzelfde kot staat ook nog dit straatbord. Onze laatste deelname aan de VELT-ecotuindagen dateert van juni 2015. Ik geloof het amper: is dat al 5 jaar geleden? Een meevaller is dat dit paarse bord zo terug kan gebruikt worden want de datum klopt ook voor 2020. Als er iets is wat ik met grote tegenzin doe, dan is het verfborstels uitwassen.


3 april 2020

boomblauwtje

vrouwtje boomblauwtje

Al enkele dagen vliegen er blauwtjes in de tuin, ook vandaag. Het is begin april dus de moeilijkheid om de blauwtjes te determineren is er niet. Op dit moment vliegen enkel de boomblauwtjes al rond, leert me de Vlinderstichting. De boomblauwtjes zijn hier geen onbekenden. Als we een blauwtje zien, is het quasi altijd een boomblauwtje, slechts heel af en toe verschijnt er een bruin blauwtje of een icarusblauwtje maar dan is het meestal heel erg warm, in de grote vakantie zeg maar. Beide 'toevallige' gasten hebben ook duidelijke oranje vlekken in hun vleugels. Of het nu een boomblauwtjemannetje dan wel een vrouwtje is, is niet zo moeilijk te zien. Zeker niet als ze aan het zonnebaden zijn zoals op de foto. Zie je grote zwarte vlekken aan de vleugelrand, dan is het een vrouwtje.



1 april 2020

rustdag


De voorbije dag heb ik niet veel 'doodgedaan'. 't Was een rustdag. Een slenterdag zeg maar. 's Morgens, toen het nog behoorlijk koud was, startte ik nochtans sterk maar ik legde de riem er snel af. Er komen nog zoveel vrije dagen en er zullen er ongetwijfeld bij zijn waarop ik wél goesting heb om te werken. Wat ik vroeg op de dag dan wel deed? Alle nieuwe heesters en bomen (vooral fruitbomen), diegene met een nog slecht ontwikkeld wortelgestel, kregen een gieter regenwater. De bloem-en bladontwikkeling is volop op gang getrokken en zonder water gaat dat slecht aflopen. 


De verkleinde tafel werd afgewerkt en kreeg een goede plek toebedeeld. Er kwam uiteindelijk toch een planken tafelblad op. Planken deels van een oude zandbak, deels van een buiten dienst gestelde rek. Na goedkeuring van die van ons, gaf ik er uiteindelijk nog een frivole toets aan door er 4 kleurrijke vissen (geen aprilvissen!) met een gouden punaise aan te bevestigen. 't Was dat of de vuilbak in. 


Zoals jullie zelf ook zien, zijn het momenteel de hoogdagen van de krentenboompjes (foto midden). Een schitterende boom met later op het jaar erg lekkere bessen. De duiven zijn er zot van. Hier staan de krentenboompjes verspreid over de ganse tuin, net als de gele kornoeljes. Als de gele gloed van de Cornus mas afneemt, starten de krentenboompjes met hun rijkelijke, witte bloesems. Ze lossen mekaar als het ware af.


De appelbloesems ontluiken ook en het zijn er veel meer dan vorig jaar. Doordat ik nauwelijks snoei en niet aan vruchtdunning doe, hebben onze appelbomen wel eens beurtjaren, seizoenen dat er beduidend minder bloemen en vruchten zijn. Maar 2020 wordt hier een bloesemrijk jaar. Zelfs het handjevol nieuwe sierappeltjes, aangeplant daar waar het dode dennenbos gerooid is, dragen allemaal al bloemknoppen. Goed geënt geweest. Iets om naar uit te kijken.