4 mei 2005

oranjetipje.

Het gaat echt niet goed met onze vlinders. Heel wat soorten zijn verdwenen en van de resterende soorten is zowat de helft bedreigd. In mijn eigen tuin probeer ik de vlinders welkom te heten met een rijk aanbod aan nectar- en waardplanten. Rupsen bescherm ik. Ik offer graag wat bladgroen op om de geboorte van prachtige vlinders mogelijk te maken. Mijn kinderen leer ik om de vlinders niet te vangen en op te sluiten in een geleipot maar om ze als vrije schoonheid in de natuur te bewonderen.

Enkele vlindersoorten zijn door kinderen vrij snel gekend: de grote geelzwarte koninginnenpage, de dagpauwoog met zijn blauwe pauwenogen op de vleugels, de felgele citroenvlinder en het koolwitje. Gisteren heb ik mijn kroost kennis laten maken met het oranjetipje dat heen en weer fladderde tussen een groepje judaspenningen. Het is een klein wit vlindertje waarvan het mannetje een oranjevlek op zijn vleugels draagt. Niet te missen.

Ik zou ook heel graag in het Freinetschooltje een vlindertuin willen (helpen) aanleggen waarbij de kinderen zowel de vlinderlokkende planten aankopen als aanplanten. Ook het onderhoud van het tuintje zouden de kinderen kunnen doen. En ... de speelplaats zou een kleurrijke attractie rijker zijn. Ik heb als ouder het voorstel al een paar keer gelanceerd maar ik kan niet zeggen dat er wild op gereageerd werd. Jammer.

Tip: voor nieuwsgierige kinderen en leerkrachten in het basisonderwijs is Vlinderskijken een erg leerrijke site.


het oranjetipje.

Geen opmerkingen: