30 september 2011

kastanje-zevenling

enkele opgeraapte bolsters met kastanjes

De kastanjes van onze vier tamme kastanjes zijn volop aan het vallen. In principe zijn ze eetbaar, je kan ze roosteren of je kan ze na het koken verwerken tot een mousse. Maar hier worden ze niet opgeraapt omdat er eigenlijk niemand van de zes is die een kastanje echt lekker vindt. Toch vond ik deze week een bijzondere bolster. Daar waar er normaal drie kastanjes in één bolster huizen, bevat het gefotografeerd exemplaar (boven midden) er maar liefst zeven. Een zevenling met stuk voor stuk volwaardige kastanjes, geen verlepte of graatmagere vruchten maar gezonde 'boorlingen'. Er kwam geen kunstmatige inseminatie aan te pas, ook geen photoshop en een vergroeiing van twee bolsters zou nog maar zes kastanjes opleveren. Een speling van de natuur dus. 

Voor de bio-puristen: bij de tamme kastanje gaat het strikt genomen niet om een bolster maar wel om een groot napje met stekels. Maar wie ligt daar van wakker? Ik alvast niet.

28 september 2011

Hannibalgewijs

een opengereten spitsmuisje

Net gevonden, vlakbij het bord waarin we onze kat haar eten leggen. Een volledig opengehaald spitsmuisje. Dit onfortuinlijk insectenetertje werd waarschijnlijk gepakt en bespeeld door onze (of een andere) kat. Ze worden gedood maar nooit opgegeten omdat katten spitsmuizen niet lusten. Ik schrik wel van de inboedel die tevoorschijn is gekomen.  Er moest binnenin toch maar eens iets eetbaars verscholen zitten. Iemand zin in gestoofde cloaca?

de burcht van Beersel

Het voorbije weekend moesten onze twee oudsten gaan pingpongen in de sporthal van Groot-Bijgaarden vlakbij de Brusselse Ring. Ik was gevraagd om de ploeg naar ginds te vervoeren en had hierin toegestemd. Zonder chauffeur, geen tafeltennis en forfait. Maar met het heerlijk zonnetje in de lucht was er geen haar aan mijn hoofd dat er aan dacht om tijdens de wedstrijd binnen in een muffe en verduisterde sporthal te gaan zitten. Dus nam ik mijn kodak en die van ons mee en brachten we een bezoek aan de bekende burcht van Beersel, zo'n 15 km verder de Ring op.

Het kasteel van Beersel in Suske en Wiske nr. 25 uit 1952.

Ik was er nog nooit geweest in dat kasteel uit Suske en Wiske. De ganse Zennevallei is voor mij in feite nog onbekend gebied. Toch had ik er ooit een glimp van opgevangen terwijl ik op de Ring aan het bollen was. De drie bijzondere torens vielen me meteen op, aan de buitenkant zijn ze rond maar aan de zijde van de binnenkoer dan weer recht. Mijn voornemen om het kasteel een bezoek te brengen werd toen genomen, voorbije zaterdag stapten we ter plekke af. Om twee uur ging de toegangspoort open. Met de lerarenkaart konden we gratis binnen.

weerspiegeling in de zonnebril van die van ons

Vlakbij de ingang is er een paviljoen opgericht waarop je de hele geschiedenis van de burcht en zijn restauratiefasen kunt navlooien. Zoals ik dat meestal doe, fotografeer ik de belangrijkste zaken en lees ik ze thuis rustig door. Toch wel indrukwekkend is dat het waterslot dateert van omstreeks 1300. Dat is dus wel heel lang geleden. Ze werd in de moerassige Zenne-vallei gebouwd als vooruitgeschoven vesting ter verdediging van Brussel. Op het einde van de 18de eeuw bleef er door verwaarlozing nog slechts een ruïne over. Gelukkig werd de burcht van de complete ondergang gered toen het militair complex in 1928 geschonken werd aan "de vrienden van het kasteel van Beersel" en met de restauratie ervan begonnen werd.

de torens zijn bij mooi weer ook in de ringgracht te bewonderen

Het kasteel zoals het te bezichtigen is zou redelijk conform zijn met het uitzicht van de 15de eeuw. Alle elementen van een middeleeuwse vesting zijn aanwezig: de watergracht, een ophaalbrug, schietgaten, schietgleuven voor kruisbogen, stortgaten (pek en pispot ?) en ringmuren. Zelf vind ik de drie torens het mooist. Op de binnenzijde zijn het gewoon rechte muren met trapgevels, zoals je die ook op de stadsmarkten kan tegenkomen, maar aan de buitenzijde zijn het ronde torens.  Wanneer je de torens via de natuurstenen wenteltrappen beklimt, kan je het knap uitgevoerde daktimmerwerk bewonderen dat die bijzondere vormgeving met zich meebrengt. Vanuit de torens heb je ook een mooi uitzicht op de binnenkoer en de ster die de kasseileggers hebben gemaakt.

de binnenkoer en de rode gloed van baksteen

Een groot deel van de binnenkoer ligt nog open. Er zijn keldergewelven te zien en vermoedelijk maken ze deel uit van een woning die (blijkbaar) niet gereconstrueerd wordt. In feite is er nog heel wat werk aan het kasteel van Beersel. Toch is een bezoek de moeite waard. Wie de kinderen meeneemt, moet wel uiterst voorzichtig zijn. Erg veilig is het allemaal niet. Zo zijn de wenteltrappen bovenaan niet afgeschermd met een ballustrade of stevig touw en ook de stortgaten zijn groot genoeg om een klein kind te 'verslinden'. Hou ze dus goed bij de hand. Aan de buitenkant van de slotgracht loopt een wandelpad waar je mooie foto's kan maken en eendjes en wilde bloemen kunt bewonderen. Bij goed weer zie je de vissen aan het wateroppervlak komen. 

het erg fraaie kasteel van op het wandelpad

Na het bezoek aan het kasteel dronken we samen nog iets op het terras van de nabijgelegen herberg. Ik koos voor een witbier met kriek. Erg lekker, maar de Mystic bleek achteraf toch geen typisch streekbier te zijn maar een fruitbier van brouwerij Haacht. Die enkele uren dat we in Beersel rondliepen, besloot ik ook om ooit eens de Zennevallei en de Brusselse rand te gaan verkennen. Het lijkt me wel de moeite. Al lees ik wel dat de week voor ons bezoek aan Beersel er door de NVA met balletjes gegooid werd naar Elio Di Rupo. Laat me van die ellendelingen verlost blijven als ik aan mijn wandeling bezig ben.

25 september 2011

sedum maakt naam waar

De Sedum spectabile heeft vandaag met glans aangetoond dat hij een prima vlinderplant is. In de herfsttuin is hij als nectarbron een onmisbare plant. Ook de asters worden veel bezocht maar het is overduidelijk dat de vlinders de Sedum beschouwen als een Grand Cru.

de atalanta 

de dagpauwoog

de gehakkelde aurelia

Een twintigtal vlinders vulde vandaag het buikje in het gemengde boshoekje met hemelsleutel (sedum) en asters (een 4-tal soorten waarvan het merendeel 'Asran'). Een grote groep dagpauwogen, een klein koolwitje, een bont zandoogje, een drietal gehakkelde aurelia's en een kleinere groep atalanta's waren van de partij. Tijdens de zomer heb ik dit jaar nooit zoveel vlinders gezien als vandaag. Toch valt het me op dat er dit jaar weer geen distelvlinders te bespeuren zijn. En helemaal slecht gaat het met de kleine vos (met het blauwe randje onderaan de vleugels). In de moestuin van Palac Lenno (Polen) heb ik er nog gezien, maar in de eigen tuin is het misschien al 10 jaar geleden. 


de drietandesdoorn

Ik heb me dit weekend nog eens getrakteerd op een nieuwe esdoorn-soort. Niet dat ik er speciaal naar op zoek was, neen, ik kwam hem toevallig tegen op een kwekerij terwijl ik eigenlijk een groenblijvende solitair wou vinden. In een uithoek van de verkoopsruimte bij Houtmeyers (Eindhout) viel mijn oog op 2 struiken met een geel-rode herfstverkleuring. Aan de zaden te zien ging het om esdoorns. Dat bleek ook te kloppen, op het etiket stond  Acer buergerianum, een esdoorn uit Japan maar iets helemaal anders dan de Acer japonicum of de Acer palmatum die je tegenwoordig in haast iedere tuin kan vinden. In ieder geval toch bij tuiniers die kicken op bijzondere herfstverkleuringen.

deze tak heeft vooral rood gekleurde bladeren.

Deze eerder gedrongen esdoorn kende ik nog niet. Al bleek thuis dat de A. buergerianum als allereerste esdoorn in mijn bomengids stond afgebeeld. Wat zoekwerk op het internet leerde me dat bonsailiefhebbers deze esdoorn wel eens onder handen durven te nemen. Dat levert dan prachtige resultaten op. De boom is uitstekend wintervast en wordt niet hoger dan 5 meter. Prima voor de plek die ik voorzien heb en een origineel alternatief voor de conifeer (Juniperus communis of Taxus baccata) die ik oorspronkelijk in mijn gedachten had. Naast de herfstverkleuring bekoorde deze drietandesdoorn me vooral vanwege zijn miniatuurblad. Ze deden me meteen denken aan een mini-tulpenboomblad. 

aan deze tak groeien dan weer geel getinte bladeren en 'helikoptertjes'

Alhoewel ik zeker geen plantenverzamelaar ben, durf ik voor de esdoornfamilie wel een uitzondering maken en redelijk diep in de geldbeugel gaan. Ik ben hierin zeker niet de enigste want zeker ook in Engeland lopen heel wat tuinliefhebbers wild voor de "maples". De vele blad- en schorsvariaties, de unieke herfstverkleuringen en het feit dat esdoorns  erg gemakkelijke bomen zijn, zijn voor mij sterke troeven van deze familie.

Zo'n traktatie aan jezelf kan ik iedereen aanraden. Het kan deugd doen iets van jezelf te krijgen. Dan toch iemand die waardeert waarmee je bezig bent.

18 september 2011

vlinderweer

Wie in zijn tuin herfstasters of partijen sedum staan heeft, zal bij het zonnige weer van vandaag met grote waarschijnlijkheid vlinders waargenomen hebben. Vlinders vinden bij deze nazomerbloeiers nog lekkere nectar. Ik telde vandaag een gehakkelde aurelia en een groep van 7 dagpauwogen. Aan de kleurenpracht en de gaafheid van hun vleugels te zien moeten het nog  jonge exemplaren geweest zijn. De 4 ogen in de vleugels verklaren meteen waaraan  deze vlinder zijn naam ontleend heeft.

 dagpauwoog op Sedum in volle bloei

Deze vlinders hebben het duidelijk naar hun zin. Ze zijn zo geconcentreerd bezig met hun culinaire bezigheid dat ze zich gewillig laten fotograferen. Iets wat ik jammer genoeg niet kan zeggen van de vele schitterende libellen, groene en blauwe, die zo zenuwachtig tekeergaan dat ik er in de verste verte niet in slaag om ze scherp op een foto te krijgen. 

Maar nog beter dat dan de luiwammessen die ik enkele dagen geleden ontmoette in de ringgracht nabij recreatiedomein De Halve Maan in Diest. Zat daar toch wel een tweetal roodwangschildpadden te zonnen op een omgevallen boom in het water zeker? Mooi op het eerste zicht maar wat doen die beesten uit Amerika en/of Mexico in Vlaams-Brabant?

roodwangschildpad in het wild 
vlakbij de Halve Maan in Diest

Ongetwijfeld betreft het hier weer gedumpte exemplaren. Waarschijnlijk ooit gekocht in een of ander tuincentrum of dierenwinkel en dan, als 't beestje te groot geworden is of het plastieken bakje te klein, maar in de natuur achtergelaten. Ook in het kanaal Leopoldsburg-Blauwe Kei Lommel krioelt het van deze schildpadden. Ik dacht dat de verkoop van deze exoten verboden is maar toch kom ik ze nog steeds in tuincentra tegen. Wie maakt eindelijk eens komaf met deze bedenkelijke commerce?

In onze contreien heeft deze schildpad geen natuurlijke vijanden tenzij men binnenkort ook begint met het dumpen van krokodillen of grote roofvogels. Ze worden piepklein verkocht en doen kinderhartjes smelten. Toch worden het grote beesten die absoluut niet thuishoren in een aquarium, een tuinvijver of in onze grachten en rivieren. Zet dan liever een aantal vlinderlokkende struiken en bloemen. Spektakel verzekerd en wat agressiviteit (een schildpad heeft stevige kaken), kak, aangepaste diëten en mogelijke ziektes betreft, duizend keer een betere keuze. Niet al wat fotogeniek is, is een goede zaak.

Wroclaw

Een stukje bloggen met als titel 'Wroclaw', dat is roepen om niet gelezen te worden. Maar ik doe het toch omdat deze hoofdstad van Neder-Silezië -het stukje Polen waar we dit jaar onze vakantie doorbrachten- het verdient om bekend en geliefd te zijn. Wroclaw, het vroegere Breslau, werd reeds in de 10de eeuw gesticht en werd op het einde van de tweede wereldoorlog voor driekwart van de kaart geveegd. Ondertussen is zowat alles terug opgebouwd en is deze schitterende stad aan de Oder, samen met Krakow, van een niet te missen niveau voor diegenen die Polen bezoeken. Nieuwsvreters weten dat Wroclaw deze maand ook de thuishaven is van de Europese top onder Pools voorzitterschap.

aan de voet van Hempels stalen naald

Tijdens onze vakantie brachten we een blitzbezoek aan Wroclaw toen we onderweg waren naar Krakow en Auschwitz. Omdat we nogal krap zaten met de uitgetrokken tijd koos ik ervoor om eerst en vooral halt te houden bij de Hala Ludowa (de volkshal), de Poolse versie van ons Eeuwfeestpaleis aan de Heizel. Deze Volkshal staat sinds 2006 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco, altijd een goede indicator voor kwaliteitsvolle bezienswaardigheden. Het is ook hier, in deze Hala Ludowa, dat de Europese top vergadert. Een goede smaak hebben ze alvast.

De Hala Stulecia behoort tot Unesco's Werelderfgoed

Deze Volkshal werd gebouwd in 1911-1913, net voor het begin van de eerste wereldoorlog. Max Berg tekende voor het ontwerp. Het betonnen gebouw gold in die tijd als een van de mooiste moderne gebouwen van Europa. De centrale koepel (zie foto)  heeft een diameter van maar liefst 65 meter. De zaal biedt plaats aan 5000 mensen en wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor sportevenementen en beurzen. 

De schoonheid van het gebouw wordt vooral duidelijk vanuit de lucht of tijdens een bezoek binnenin. Helaas had ik mijn vliegtuig niet op zak en waren ook de deuren van de Hala Ludowa (of Hala Stulecia) gesloten voor het publiek. De Eeuwhal werd immers net op het moment van onze vakantiestop grondig gerenoveerd. Het interieur was herschapen tot een grote bouwwerf. Deze renovatie zou duren "tot 31 augustus 2011", een week voor de aanvang van de Europese top, zo blijkt nu. Ik weet dus waarom ik daar in Wroclaw op mijn honger bleef zitten. 

de centrale koepel van gewapend beton

Er zat niks anders op dan mijn frustratie wat te milderen met de aankoop van enkele zichtkaarten en het voornemen om ooit nog eens terug te komen. Gelukkig bracht de nabije omgeving ook wat troost. Rond de Volkshal liggen enkele paviljoenen van de Historische Tentoonstelling (voor de historici: de Volkshal was het paradepaardje van het eeuwfeest waarmee de overwinning op Napoleon in Leipzig herdacht werd). Zeer mooi is de vijver met computergestuurde fontein en de sierlijk begroeide pergola die aan de buitenrand de site omboordt. Voor de ingang staat ook nog de stalen naald van Stanislaw Hempel (1948). De punt ervan bereikt een hoogte van 96 meter. Ook het wandelpark en de nabijgelegen Odra zijn de moeite waard.

luchtfoto van de volkshal en vijver

Het voornemen was om na dit Unesco Werelderfgoed ook het Marktplein, het Stadshuis en Ostrow Tumski te bezoeken. Het Marktplein is, na dat van Krakow, het grootste van Polen. Het Stadshuis is dan weer éen van de belangrijkste voorbeelden van gotische architectuur in Centraal- en Oost-Europa. Zelf ben ik nogal wild van de typische puntgevel ervan. Maar ook dit voornemen moest worden uitgesteld tot een later bezoek aan Polen. De tijd was ondertussen zodanig ver gevorderd en de verkeersdrukte in Wroclaw viel zodanig tegen dat we besloten om een camping te gaan zoeken vlakbij Krakow, toch nog zo'n drie uur rijden over de autoweg. 

Hoe jammer het ook was om Wroclaw veel te vroeg achter ons te laten, dankzij onze beslissing konden we toch maar onze ruime tent neerpoten op het allerlaatste vrije plekje op de camping. Soms valt het een keertje mee. Maar Wroclaw ziet ons zeker snel terug. Het is altijd een fijn gevoel iets te hebben om naar uit te kijken.

14 september 2011

Openmonumentendag, de parels van Diest

Diest ligt op iets meer dan 10 km van mijn deur. Al meer dan eens heb ik op mijn blog de loftrompet gestoken over deze bijzondere stad aan de Demer. Ondanks mijn vele ontdekkingstochten langs de talrijke Diestse monumenten die ik al ondernam, kwam de Openmonumentendag van vorige zondag als een geschenk uit de hemel. Eindelijk was ik in de mogelijkheid om Fort Leopold en de citadel te bezoeken. Uitzonderlijk werden deze kroonjuwelen van vestingstad Diest voor het publiek opengesteld.

deel van de Schaffense poort

Samen met Ieper is Diest zowat de enige Vlaamse stad waar fortificaties het stadsbeeld zo indrukwekkend hebben bepaald. Naast het fort Leopold in de Lazarijberg en de Citadel in de Allerheiligenberg was Diest ooit helemaal omwald en beschermd met grachten en weilanden die moedwillig blank konden worden gezet. De oorsprong ervan gaat niet zo ver in de geschiedenis terug. België werd onafhankelijk in 1830 en onze koning Leopold I zijn eedaflegging was nog niet koud geworden of de Hollanders ondernamen reeds een poging om België terug in handen te krijgen. Zij slaagden erin om onverwachts via de Kempen tot voorbij Diest te komen maar met behulp van de Fransen werden ze terug weggejaagd.

de toegang tot Fort Leopold

Door deze gebeurtenis werd het plan opgezet om van Diest een vestingstad te maken. Alle wegen vanuit het Noorden (Holland) naar het centrum van het land passeerden immers Diest. In 1837 werd begonnen met de 'kernvesting' Diest -een dubbele omwalling met grachten rondom Diest met versterkte toegangspoorten-, in 1841 startten de werkzaamheden aan het Fort Leopold en 5 jaar later werd ook met de citadel begonnen. Op 16 jaar tijd werd dit immens werk voltooid. Een huzarenstuk, militair-strategisch doordacht en uitgevoerd  in meesterlijk metselwerk. De hoeveelheid bakstenen die hiervoor over de Demer vanuit de Rupelstreek werd aangevoerd, lijkt mij ontelbaar maar moet zich ergens in de buurt van oneindig situeren.

Helaas schiet van de kernvesting niet veel meer over. Stadsuitbreiding, nieuwe wegen, het dumpen van afval in de grachten en het gebrek aan monumentenzorg - en liefdeloosheid voor de eigen stad- zijn er de oorzaak van dat de meeste wallen, grachten en stadspoorten vernield werden. Gelukkig is er nog de schitterende Schaffense poort die, niettegenstaande dringende conserveringswerken zich opdringen, bezoekers niet onberoerd kan laten. Ook de vlakbij gelegen sluisspoort, waar ooit de Demer de stad invloeide, illustreert het vakmanschap van de metsers van die tijd en de vindingrijkheid van de ontwerpers.

Fort Leopold: mooier dan een sprookjeskasteel

Op het fort Leopold, vlakbij het Diestse treinstation, ben ik meteen verliefd geworden, al van bij de eerste aanblik. Moest ik er het geld voor hebben, ik zou het zo kopen. Al mijn interessegebieden komen hier samen: architectuur en metselwerk, militaire geschiedenis en de wilde natuur. Wat je hier ziet is -gek genoeg voor een bouwsel uit de 19de eeuw- erg gelijkend met hoe ik het wonen in de toekomst op de tekentafel zou schetsen. Het fort is volledig ingebed in de natuur, van op de straat merk je er gewoonweg niets van. 

Op het dak groeien gras, wilde bloemen en struiken. Klimop en wilde wingerd kruipen langs de gevels richting zon. De groendaken die tegenwoordig aangeprezen worden omwille van hun isolerende werking en het insectenvriendelijk karakter ervan, werden hier,160 jaar geleden, reeds gerealiseerd. De combinatie van de rode gebakken kleistenen (cultuur) en het levende groen in alle variëteiten (natuur) spreekt me immens aan. De vergelijking met mijn adoratie voor het Weense Hundertwasserhuis is evident. Hopelijk beseft ook de eigenaar, het ministerie van landsverdediging, dat daar in Diest een parel blinkt die gekoesterd en beschermd moet worden.

de Citadel van Diest

Die schoonheid kan je ook ervaren in de vijfhoekige citadel van Diest. Dit militair bouwwerk aan de Leuvense poort herbergde tot voor kort nog de paracommando's van Diest en in de tweede wereldoorlog werd het ingepalmd door de nazi's.Tegenwoordig staat deze kazerne, ook gekend als het kwartier luitenant Limbosch, leeg en wordt er hard nagedacht over welke bestemming er in de toekomst best aan gegeven wordt.  Het zal je niet verbazen dat ik hoop dat de citadel als historisch- en natuurmonument in ere én vooral toegankelijk wordt gehouden. 

Volgens mij is het echt niet nodig om de site te heractiveren (universiteitsafdeling, asielcentrum of wat dan ook) en schuilt er voldoende schoonheid en aantrekkingskracht in de citadel om er een succesvolle toeristische trekpleister van te maken. Hier en daar zou ik wat late en mijns inziens storende toevoegingen verwijderen, ook het museum verdient een financiële input en de natuurontwikkeling op en rondom de citadel moet zeker behouden blijven. Architecten, natuurliefhebbers, historici, soldaten, ... ze kunnen er allemaal hun vingers aflikken.

een prachtige symbiose tussen architectuur en natuurontwikkeling

Met het fort Leopold, de citadel en de restanten van de stadsomwalling heeft Diest een uniek relict op zijn grondgebied. In het verleden werd er voor gekozen om te vernielen en te dempen. Mag ik hier een oproep doen om het vanaf nu beter te doen? Bewaar deze 'parels van Diest' en voorkom te alle prijze dat vestingstad Diest alleen nog maar te bewonderen valt op postkaarten of foto's op zonderlinge blogs.

11 september 2011

hortensia's

Het zonnige weer gisteren stuurde me naar de plantenkwekerij om een 13-tal hortensia's uit te kiezen zodat ik de zone rond mijn nieuwe 'ecoduct' kon begin aan te kleden. De nazomer of begin herfst is het beste moment om de Hydrangea paniculata (pluimhortensia) naar kleur en bloeiwijze te selecteren. Met instemming van mijn wederhelft koos ik voor een mengeling van 5 verschillende soorten. Ongebruikelijk in de tuinarchitectuur maar het biedt ons wel een langere bloeiperiode en een hoop variaties in de kleuren limoen-wit-roze-rood.

een mengeling van 5 soorten hortensia

Onze keuze bestond uit 3 H.p. Limelight, 3 H.p. Phantom, 3 H.p. Pinky Winky, 3 H.p. Kyushu en 1 H.p. Unique. Vlakbij de ecoduct heb ik 15 jaar lang mijn composthoop gehad. Op deze plek is de grond hierdoor heel wat verbeterd zodat de hortensia's het hopelijk naar hun zin hebben. Ik ben tevens begonnen met de mest (stro en keutels) van het konijnenhok rond de hortensia's uit te spreiden zodat ze zeker geen voedingsstoffen te kort zullen komen.

De Hydrangea paniculata is mijn voorkeurshortensia. In tegenstelling tot de overpopulaire H. arborescens Annabelle kunnen de takken van deze groep van elegante sierstruiken  het gewicht van de bloeiwijze wel torsen en hoef je in principe niet op te binden of te stutten. Ze zijn goed wintervast en snoeien is erg gemakkelijk: vermits de pluimen verschijnen op het nieuwe hout volstaat het om in het voorjaar de takken in te korten op 30 à 40 cm. hoogte. Heb je graag hogere struiken dan verhoog je ieder jaar deze snoeihoogte.

Wat ik ook mooi vind aan sommige van deze hortensia's is de aanwezigheid van zowel steriele (de grote bloemen) als fertiele (de kleine) bloemen.  Het is leerrijk om te zien hoe deze planten hun onopvallende vruchtbare bloempjes compenseren met grote lok-bloemblaadjes. Niet alleen de insecten worden zo aangetrokken maar blijkbaar ook de plantenliefhebbers. Deze truc komt echt vaak voor in de natuur, zowel bij bloemen als bij dieren (bvb. de pauwenstaart) als ... bij mensen. Opvallen is de boodschap.


7 september 2011

klaar is kees

De voorbije weken berichtte ik over mijn zieke mispel, het rooien van deze stekelige struik, het aanleggen van een avondterras met donkere kleiklinkers op de vrijgekomen plek en het aanplanten van de randen. Er ontbrak uiteraard nog een heel belangrijk detail: tuinmeubels. Even hebben we getwijfeld: kiezen we voor een tafel met stoelen of opteren we toch eerder voor ligzetels. Voor beide opties was heel wat te zeggen. Uiteindelijk hielden we vast aan ons oorspronkelijk idee, namelijk een extra feesttafel waar de baas des huizes ook zijn gazet kan lezen.

Zes stoelen en een tafel op het avondterras
Bij de tweede meubelwinkel in het Geelse vonden we meteen wat we nodig hadden. Dat op alle tuinmeubels 40% korting was, maakte de beslissing des te makkelijker. Ik koos een oerdegelijke en stevige tafel (bijna 70 kg.) van gerecycleerde teak met FSC-label. Voor de zes stoelen probeerden we zowat alle modellen uit, in teak, van metaal, van textileen en van pvc-vrije kunststof. Deze laatsten zaten veruit het meest comfortabel. Bovendien waren ze te verkrijgen in de zomerse kleuren rood en oranje, perfect te combineren met onze border vol Echinacea's en de rijpe appels vlakbij. Wie het zich nog herinnert, dezelfde kleuren hebben we ook gekozen voor onze eetkamer. De binnenruimte en de buitenruimte zijn zo op mekaar afgestemd.

uitzicht op de zwemvijver 
Vanop dit nieuwe terras hebben we nu een mooi uitzicht op het leven in en rondom de zwemvijver. En als de avond valt, duiken plots de vleermuizen op en zoeven ze een aantal keren rondom onze kop. Ook de vele vogels die een fris bad komen nemen, hebben voortaan gluurders tussen het struikgewas. Misschien nog het magistraalst van al: gezeten van op het plekje waar bovenstaande foto is genomen, kunnen we, als het weer wat meezit tenminste, genieten van alle fasen van de zonsondergang.

Nu dit hoekje klaar is, kan ik beginnen aan de aankleding van mijn mini-ecoduct. Om maar te zeggen dat ik blijkbaar werk blijf vinden. Is er iets plezanters dan dat? Hoor ik daar de burgemeester van Aalst, aka Ilse Spruitenpreut, roepen van wel? Het is je gegund burgemeester.


30 augustus 2011

nieuw tuinprogramma op TV

Bartel Van Riet

Op zondag 4 september - en dat zal rap zijn- start op Eén een nieuw tuinprogramma. Groenland zal het programma heten en de presentatie is in handen van Bartel Van Riet. Productiehuis Hotel Hungaria van 'dagelijkse kost' blikt de wekelijkse afleveringen in. In dit gloednieuwe programma staat het genieten van het buitenleven centraal.

Veel is er nog niet geweten over Groenland maar de website van Hotel Hungaria verwoordt het opzet als volgt: "Bartel toont je met aanstekelijk enthousiasme hoe je het beste kan halen uit tuin of terras en laat je het groen in je omgeving herontdekken. ... Groenland wakkert de groene goesting aan, zet aan tot creativiteit en laat zich inspireren door prachtige plekjes en mensen die houden van de natuur". Als dat niet aanlokkelijk klinkt!

In de eerste aflevering (start om 18.10 uur) trekt Bartel de stad in. Onder het motto 'vergroen je buurt' legt hij uit hoe je je eigen stoep- en geveltuin aanlegt. Om inspiratie op te doen worden er drie uiteenlopende stadstuinen bezocht. Om af te sluiten wordt er van op een dakterras genoten van de skyline bij zonsondergang.

Mogelijks, maar dat is nog niet zeker, wordt er ook een aflevering ingeblikt in onze ecologische tuin. Het thema zou draaien rond het dierenleven in de tuin. Vandaag kwam alvast iemand van het productiehuis een kijkje nemen en filmde hij enkele "mooie" hoeken en constructies van mijn hand. Als het niet doorgaat, niet getreurd, ik ben al blij dat er eindelijk nog eens een tuinprogramma op de VRT wordt uitgezonden. Ook al zijn het maar afleveringen van zo'n 17 minuten (maar wel een jaar lang), ik ben er zeker van dat Hotel Hungaria iets heel moois gaat brengen.




29 augustus 2011

dagelijks gezelschap

Vroeger nooit gezien maar tegenwoordig dagelijks gezelschap: een tweetal jonge boomklevers die in mijn naaldbomen al hakkend en pulkend op zoek zijn naar insecten. Hun spechtachtig gedrag trekt de aandacht. Alhoewel ze nog erg klein zijn en hun vederkleed tegen de schors van de grove den nauwelijks afsteekt, is het dankzij hun typisch geluid niet erg moeilijk om ze in het bos te vinden.

Dit moeten er twee zijn uit het succesvolle nest bij mijn vader, enkele huizen terug richting Tessenderlo-centrum. Hij had het geluk dat er een koppeltje hield in één van zijn nestkastjes. Zij metselden mooi het vlieggat op maat, wij hebben er uren naar het aandragen van beestjes gekeken en op een dag waren de jongen uitgevlogen. Mooi. En vandaar dat ik, gezeten bij de waterleliepoel, dagdagelijks een mooi schouwspel krijg voorgeschoteld. Wanneer dan ook nog de goudhaantjes tevoorschijn komen, eveneens om op insectenjacht te gaan in de dennen en de sparren, dan begrijp je wel dat ik als tuinier een gelukzalig gevoel ken.

een jonge boomklever tegen de stam van een den
(niet al te scherp maar van ver getrokken met een pocketcamera)



28 augustus 2011

leuke mannetjes

Al bij de allereerste stadsverkenning van Dresden viel ons iets koddigs op: op sommige oversteekplaatsen had je ordinaire voetgangerslichten zoals wij die kennen maar hier en daar werd je begeleid door een sierlijk en leuk mannetje. Het rode mannetje draagt een 'safarihoed' en staat met de armen gespreid, het groene mannetje, eveneens met hoed, wandelt met een arm in de lucht. Gek maar waar, het mannetje heeft zelfs een naam, Ampelmännchen, en blijkt een icoon te zijn van de Ostalgie-beweging in Duitsland.

het Ampelmännchen, in 't rood en in 't groen

Ostalgie is een samentrekking van Ost en nostalgie. Heimwee, zeg maar,  naar het dagdagelijkse leven in het voormalig Oost-Duitsland. Dit gevoel zit dieper geworteld in de samenleving dan gedacht wordt. Heel wat Duitsers van achter het Ijzeren Gordijn zien met lede ogen aan hoe hun stukje Duitsland verwesterd en veramerikaniseerd wordt. Zelf spraken we in een protestante kerk in Neustadt-Dresden met een fiere Oost-Duitser die zich behoorlijk opwond over deze kwestie. Hij was er niet over te spreken dat werd neergekeken op de Ossi's, hun cultuur en hun verwezenlijkingen. Toen hij ook het nachtelijk bombardement op Dresden aansneed werden we er ongemakkelijk van. Blijkbaar had hij toch liever dat Duitsland de oorlog gewonnen had.

Het Ampelmännchen in sleutelhangervorm

Maar het mannetje dus. Na de val van de muur werd al snel het plan gesmeed om alle verkeerslichten op Westerse leest te schoeien. Het Ampelmännchen moest na '30 jaar trouwe dienst' uit het straatbeeld verdwijnen, net zoals ondertussen ook de Trabant en de Wartburg de facto in heel Dresden niet meer te bespeuren vallen. Maar hiertegen kwam, vooral in Berlijn, al vrij snel protest op gang. Voor 'Das Komitee zur Rettung der Ampelmännchen' was het verwijderen van hun manneke een symbool voor de onredelijke post-Wende-mentaliteit. Het Westen heeft al zoveel bekende dingen vervangen en doen verdwijnen, dat wilden de actievoerders niet opnieuw laten gebeuren met hun voetgangersmannetje. Dankzij hun acties mocht het mannetje blijven en groeide hij uit tot een echt cult-symbool. Zelfs in die mate dat er tegenwoordig nieuwe Ampelmännchen-lichten worden bijgeplaatst.

zelfs Ampelmännchen-koekjes kan je bakken

Ook voor de toeristische sector heeft het komisch mannetje geen windeieren gelegd. Je vindt het rode en groen mannetje in alle vormen en maten in de souvenirswinkels. Uit sympathie voor het Ampelmännchen, maar ook omdat we het porselein dat je in Dresden zogezegd 'moet' kopen maar niks vonden, schaften we ons enkele mannetjes aan. Jo kocht een T-shirt, Heleen werd verliefd op de sleutelhangers en voor in de keuken  kozen we 2 bakvormpjes. Maar er zijn ook gommen, binnenhuis-lampen, handdoeken, stickers en zo meer. Zelfs de verkeerslichten zelf kan je op de kop tikken. Ook voor de feministische strekking in blogland is er goed nieuws. Sinds 2004 bestaat er ook een ampelmädchen, met rokje en vlechtjes en al.

In feite is heel deze historie een overwinning op de opgelegde uniformiteit die alle originaliteit, het grappige en kleurrijke uit onze samenleving wegwerkt. Ik zou maar al te graag hebben dat er meer van die dingen in ons leven zouden worden toegevoegd. Het kan in het groot, zie bvb. het Hundertwasserhaus in Wenen of het kan in het klein: de vele gevelstrips die in de grootsteden opduiken, de stoeptegel die wordt weggehaald voor een blauwe regen, een kindertekening die een Ikeaposter vervangt, het kleurrijke T-shirt dat het grijze hemd in de kast laat hangen, een boeketje bloemen dat een grauwe inkomhal opfleurt of een wilde hop die het levenloze plein overwoekert. Het Ampelmännchen zet een mens aan het denken. I love it, iets wat ik nooit voelde toen ik hier het voetgangerslicht aankeek. 


21 augustus 2011

het nieuwe avondterras

Na het rooien van onze zieke mispel viel het me op dat de locatie een bijzonder mooi uitzicht gaf over de zwemvijver en dat onze tuin plots veel groter leek. Meteen werd de beslissing genomen om op die stek geen nieuwe boom aan te planten maar een bijkomend terras aan te leggen. Een plek waar kan genoten worden van de avondzon, inclusief jagende vleermuizen, en waar een lange feesttafel genodigden (of onszelf) een gezellige plaats biedt tussen borders van kleurrijke bloemen.

de plaats van het terras is afgebakend

Zo'n terras kan je zelf aanleggen. Ik zal proberen uit te leggen hoe ik het aanpakte. Je start met het kiezen van de juiste locatie voor het terras. Want het heeft geen zin voorbereidende werken uit te voeren in de voortuin als je het terras in de achtertuin wenst. Wil je je terras in de stikkende middagzon of kies je eerder voor de milde avondzon? Als die keuze gemaakt is, bepaal je de grootte en de hoogte van het pleintje. Hiertoe klop je een aantal stevige palen aan de buitenrand van de voorziene ruimte. Met behulp van een pasdarm (een flexibele plastieken darm volledig gevuld met water) zet je op alle palen een streep, in mijn geval op de hoogte van het afgewerkte terras + 70 cm).

de profiels liggen klaar, de zand/cementmengeling kan aangevoerd worden.

Tegen de palen leg je rechte profiels of planken eraan nagelen kan ook. Deze worden waterpas gelegd met behulp van de streepjes op de palen. Zij worden even hoog gelegd als de stabilisé (5 delen zand op 1 deel cement) moet komen. Deze hoogte is gelijk aan de hoogte van je uiteindelijk terras min de hoogte van je klinkers of kasseien. Als de bovenkant van je profiels aan de beide palen even ver verwijderd is van de getrokken streepjes liggen ze waterpas. Als de profiels geplaatst zijn, kan je beginnen met het storten van de zand/cementmengeling. Meng in de kruiwagen (zo deed ik het) of op een plaat of in een mortelmolen. Loop de mengeling goed aan om verzakking te voorkomen.

Met een plank kan je het terrein perfect egaliseren

Als er enkele kruiwagens mengeling aangevoerd zijn kan je starten met de afwerking van de onderlaag. Met een stevige en kaarsrechte plank trek je de overtollige mengeling naar je toe, hiertoe schuif je de plank veelvuldig horizontaal en langzaam verticaal over de profiels. Zorg ervoor dat er geen gaten achterblijven. Belangrijk hierbij is dat je altijd meer stabilisé kapt dan nodig is, het teveel wegtrekken is beter dan tekorten bijwerken.

als de ondergrond klaar ligt, kan het leggen beginnen

Ben je klaar met het nivelleren van de ondergrond, kan je starten met het leggen van de klinkers. In dit concreet geval koos ik voor erg donkere, bijna zwarte gebakken kleiklinkers. Zij hebben bijna de kleur van de grond en trekken de aandacht niet weg van de bloemen. Bovendien geven ze de mogelijkheid om talrijke verbanden toe te passen. Ik koos voor het dubbel elleboogverband wat gemakkelijk te leggen is, een stevige structuur biedt en weinig slijpwerk verreist. De buitenrand van ons terras is niet perfect rechthoekig maar werd aangepast aan de reeds aanwezige aanplanting. De buitenrand zal immers toch vrij snel overgroeid worden door de planten, dus heeft het weinig zin om daar een perfecte rechte lijn te creëren, al staat het je vrij om dat wel te doen.

Bij het leggen van de klinkers loop je over stevige platen zodat je de klinkers niet scheef loopt.

Als alles klaar is strooi je voldoende witte zand over de klinkers

Als je het pleintje vol hebt gelegd met de klinkers werk je de randen bij. In de overblijvende gaten leg je een halve klinker die je met een hamer goed aanklopt. Tegen de buitenrand smeer je nu stevige mortel (3 delen zand op 1 deel cement, goed gemengd met toevoeging van water). Je terras ligt nu volledig gesloten. Op de pas gelegde klinkers gooi je voldoende witte zand die de spleten tussen de klinkers zal vullen. Keer dit zand met een borstel of aftrekker tussen de klinkers.

De verbinding tussen het bestaande tuinpad en het nieuwe terras kan je op diverse manieren aanpakken. De grond of de klinkers gewoon schuin afwerken, of probeer eens een uitdaging aan te gaan: mets je eigen trapje.  Met behulp van een truweel en een waterpas kan je je familieleden hiermee eens verrassen. Bij een trap is het belangrijk dat de eerste trede het laagst is en dat iedere volgende trede wat hoger is. Zo niet, ben je gegarandeerd het onderwerp van spot op de volgende familiebijeenkomst.

Tegen de mortel kan je nu goede tuingrond aanbrengen. Als, zoals in mijn geval, er reeds planten aanwezig zijn, kan het nodig zijn om sommigen ervan uit te graven omdat ze te diep staan. Plant ze meteen terug als de nieuwe grond op hoogte ligt.

het voorlopig tuinsetje in afwachting van een tafel met stoelen

Op anderhalve dag tijd werd het nieuwe terras aangelegd. Je kan deze fijne klus alleen afhandelen al is hulp bij het aanvoeren van de klinkers wel gemakkelijk. Het plezantste moment voor de plantenliefhebbers is natuurlijk wanneer de grond romdom het nieuwe terras kan aangeplant worden. Omdat 3/4 van het terras in de zon ligt en 1/4 in de schaduw gebruikte ik planten die in beide condities gedijen. De meeste ervan komen in bloei tijdens de zomer of de vroege herfst. 

Nu hoop ik nog lang te kunnen genieten van dit nieuwe terras al voel ik de inspanning van het kruien en kniezitten in al mijn spieren en gewrichten. Alsof het einde nu wel echt dichtbij is. Op het voorlopig tafeltje plaatste die van ons alvast een kaarsje, op het eerste zicht een mooi tuinkaarsje maar in feite gekocht in Polen als noveenkaars voor op een grafzerk. Ik heb een vooruitziende vrouw.

17 augustus 2011

Ons Pools verblijf

Allemaal samen voor het bord van Lupki (lees Woepki)

Lupki, een deelgemeente van Wlen in Neder-Silezië, dat is de plek die we dit jaar uitkozen om onze vakantie door te brengen. Het zegt je niet veel? Het verbaast me niks. Polen is sowieso nog onbekend als vakantiebestemming en dat is Silezië, het groene grensgebied met Duitsland en Tsjechië, des te meer. Toch ben ik meer dan tevreden met onze vakantiebestemming. Het was een reuze meevaller. 

met de eigenaar (Luk met kleindochter) op de trappen

Een aantal van onze kinderen dacht bij Polen aan de Noordpool of de Zuidpool, een desolaat, koud en donker hol waar je enkel komt bij een strafexpeditie wanneer Siberië vol zit. Zo erg was het bij mij niet gesteld, maar Polen? Is dat niet dagenlang rijden, moet je daar je WC-putje zelf niet graven en rijden daar niet meer paarden dan auto's? Zijn er daar überhaupt wel verharde wegen?

Dat bleek allemaal enorm mee te vallen. Wlen is precies 902 kilometer van ons verwijderd. Goed te doen op een dag. Al moet je voor de gewone wegen in Polen wel rekenen aan een gemiddelde van 50 km/uur. Hier en daar zitten er kuilen in het wegdek en het asfalt wordt regelmatig onverwachts afgewisseld met onverharde stukken. De wegen waar je 90 km/uur mag rijden zijn ook aan de smalle kant, wat op een bergachtig parcours niet onbelangrijk is want heel wat Polen rijden in het midden van de weg. Paarden met kar zijn we slechts zelden tegengekomen behalve in Krakau. In deze fantastische stad kan je, net als in Brugge, gezeten in wondermooie koetsen de schoonste hoekjes verkennen. De mensen die ik sprak, getuigen over een enorme metamorfose van Polen. Op 6, 7 jaren tijd is er enorm veel ten goede veranderd. Niet betaald met de lokale Zloty maar door een massale input van Euro's.

de gerenoveerde bijgebouwen van Palac Lenno

In Palac Lenno, waar wij verbleven, is zo'n metamorfose dankzij Vlaming Luk Vanhauwaert ook overduidelijk het geval. Toen Luk in Wlen voor 't eerst arriveerde, trof hij er een ruïne aan. Toch werd hij op slag verliefd op het uitzonderlijk uitzicht en de rust die de ongerepte natuur daar biedt. Hij kocht Lenno en startte met een groots renovatieproject, allemaal bekostigd met eigen centen. Het werd een heel avontuur met tegenwerkingen vanuit de overheid en diefstallen. Toch mag het resultaat vandaag meer dan gezien worden. Bij de eerste aanblik viel ik bijna achterover, het leek me meteen een voorrecht om daar te mogen verblijven.

Was ik toen blij een blogger te zijn want Wlen had ik nooit ontdekt zonder de tuinblog van Luks dochter Hilda, die op haar Pijpenla af en toe iets liet horen over het avontuur van haar vader en de prachtige Silezische natuur. Ik werd er meteen door aangesproken en hopla, Polen als vakantiebestemming was zo geregeld. Dat Dresden op de weg naar Wlen ligt, was bovendien aardig meegenomen. Twee vliegen in één klap.

met Luk op kastelentocht

Bij aankomst aan het slaapverblijf vlakbij het kasteel, dat ik met behulp van Google Maps in mijn splinternieuwe en erg bruikbare GPS had gestoken, werden we opgewacht door Frieda, de andere dochter van Luk. Wat later maakten we kennis met de 'kasteelheer' zelve. Luk bleek meteen een bijzonder vriendelijke en charmante gastheer, eentje met veel levenswijsheid en een groot gevoel voor humor. Dat klikte meteen en van dag één tot het moment dat we uit Wlen vertrokken, heeft hij ons in de watten gelegd.

Zo nam hij de tijd om ons mee op kastelenverkenning te nemen. Het werd een boeiend verhaal over misbruik van Europese gelden, verwaarlozing, plunderingen en vriendjespolitiek van de lokale 'monumentenzorg'. Triestig om het allemaal te horen en aan te zien. Dat in deze omstandigheden Luk er toch in geslaagd is om zijn Lehnhaus terug tot leven te wekken verdient dan ook mijn appreciatie. Zijn liefde voor de aanwezige natuur was, naar eigen zeggen, de grote drijvende kracht.

De kinderen voor Palac Lenno

Lenno is ook een stek om verliefd op te worden. Het kasteel is gelegen op de top van een berg van waar je een hemels uitzicht hebt op het omliggende gebergte. Als het weer wat meezit, kan je kijken tot in Tsjechië. Nergens zie je in je blikveld één gebouw of een ander storend element. Niets dan de rustgevende natuur. Dan weer opgelicht door een stralende zon, dan weer gehuld in sfeërieke nevels of als 't echt meezit, versierd met een toverachtige regenboog. Luk zegt altijd 'er zijn heel wat mooiere kastelen dan het mijne, maar geen enkel heeft zo'n prachtig uitzicht als het mijne' en dat wil ik graag geloven.

Wie er aan toe is om zijn batterijen op te laden of wie wil genieten van de aardse schoonheid kan zich geen beter verblijf toewensen. Wlen is tevens een prima uitvalbasis om een boeiende streek te verkennen. Er is zoveel te zien in Silezië dat je er wel enkele vakanties voor nodig hebt om alle burchten, kastelen, donjons, kerken, natuurparken, musea, steden en uitzichtspunten  te bezoeken die de moeite waard zijn.

Naast de opmerkelijke vriendelijke ontvangst door de eigenaar en zijn familie genoten wij ook met volle teugen van de Poolse keuken op Lenno. Zowel voor het ontbijt (uitgebreid buffet) als voor het avondeten (soep, hoofdschotel en dessert) mag je immers tafelen met de gastheer.  Alle groenten komen uit de eigen biologisch beheerde tuin. Ook onze vegetarische maaltijden waren dik in orde.

Er hangt op Lenno een zeer relaxte sfeer, niks moet, alles kan. 'Vrijheid blijheid' is dan ook één van de motto's van Luk. Niks drukdoenerij of regelneverij. Geen protserigheid of enerverende etikette. Geen luxe, alles is eerder bewust basic. Ik voelde er me bijzonder op mijn gemak en dat gebeurt niet vaak. Luk is daarenboven nog een onderhoudende verteller, kent de streek door en door, weet heel wat over de lokale geschiedenis en is altijd bereid om je originele uitstapjes te verklappen. Mensen die iets waardevols te vertellen hebben, lopen niet dik. Geef toe, dan is het toch een pluspunt om zo iemand, tijdens je vakantie, in een uithoek van Polen tegen het lijf te lopen.

Mooi gezelschap op Palac Lenno

Wlen in Polen, zowel als eindbestemming als als tussenstop is een aanrader. Een buitenkansje voor wie eens een andere vakantie wenst, ver weg van de drukte en het massatoerisme. Voor mensen die tot rust willen komen, voor sportievelingen die dromen van mooie wandelingen of fietstochten en voor lekkerbekken die wat anders willen dan spaghetti, frieten en pizza. Ge soigneert er niet alleen je eigen maar met het geld dat via de vakanties op Lenno binnenkomt, wordt Palac Lenno verder gerenoveerd. Je sponsort als het ware een ideëel cultureel doel en dat is goed om weten.

Er is nog heel wat werk te doen daar op de berg in Lupki -er zijn bijvoorbeeld nog fresco's die gerestaureerd moeten worden en achter de houtstapel liggen nog schitterende doch gehavende beelden- maar ik ben er zeker van dat alles dik in orde gaat komen, al zal het zijn op het ritme van de gastheer.

(Ben je geïnteresseerd of wil je al meteen je volgende vakantie boeken? Stuur Luk een e-mail en het is zo geregeld. Bij ons liep alles gesmeerd en we keren zeker terug.)

16 augustus 2011

Het Blauwe Wonder

Maar Muggenbeet toch, wat voor een foto hebt ge nu weeral op 't internet gezet? Wel, probeer maar eens te raden zonder naar de tweede foto te kijken.

Schaduw van 6 mensen in het gras

Het was in feite een ideetje van onze kleinste dochter die onze schaduw in de grasweide opmerkte. Helemaal rechts sta ik terwijl ik de foto neem. En de constructie die zo'n grillige schaduw werpt, wel dat is wat ze in Dresden 'Het Blauwe Wonder' noemen. Een magnifieke stalen brug over de Elbe die Blasewitz en Loshwitz, twee sjiekere buurten vlakbij Dresden, met elkaar verbindt. Wie in de stad van de Frauenkirche en de Zwinger vertoeft, zal er geen spijt van krijgen dat hij hiervoor een ommetje maakt. 

De 4 kinderen (alweer een ijsje!) voordat we over de brug wandelden

De blauwe brug, vandaar de naam, werd opengesteld in 1893 en maakt tussen de 2 betonnen pijlers een overspanning van maar liefst 146 meter. In die tijd was dat een technologisch hoogstandje. De brug hangt 12 meter boven het wateroppervlak. Tot 1985 reed zelfs de tram over deze brug maar omwille van de ouderdom werd het brugverkeer gelimiteerd. Claus Köpcke tekende de brug. De werken werden uitgevoerd onder leiding van ingenieur Hans Krüger. Köpcke en Krüger bouwden eerder al de Oschütstalbrücke in Weida en de Spoorwegbrug over de Elbe in Dresden. Wonder boven kwam de brug ongehavend uit de tweede wereldoorlog niettegenstaande het barokke Dresden op 13 februari 1945 volledig plat werd gebombardeerd.

Zoals vele Duitsers dat doen, kan je je naast de brug neervlijen op de oevers van de Elbe voor een picknick of een ijsje. De kans is groot dat je snel gezelschap krijgt van één van de vele leden van de oudste stoombootvloot ter wereld.

15 augustus 2011

dat kom je hier niet tegen

Sinds gisteren zijn we terug van 2 weekjes Dresden en Polen. Bij het bekijken van de meer dan 1000 foto's selecteerde ik twee oldtimers zoals je ze alleen achter het voormalig 'ijzeren gordijn' tegenkomt. Het groene busje stond dwars over een straat in Jelenia Gora. Het werd bestuurd door een late tachtiger, misschien wel negentiger, met één passagierster op een achterbank. Hoogstwaarschijnlijk zijn vrouw. Zij moest lijdzaam toezien hoe haar man er maar niet in slaagde om zijn charmant doch rammelend busje te laten omdraaien. Na heel wat pogingen en bijhorend luidruchtig geschakel broemde het groene busje uiteindelijk toch de andere kant op. Iedereen kan verkeerd rijden en een GPS in dat busje?

verkeerd gereden busje in Jelenia Gora

Luk, de eigenaar van het kasteel te Wlen waar wij verbleven, nam ons mee naar diverse andere Silezische kastelen en toonde ons hoe veel van die oorspronkelijk schitterende gebouwen wegkwijnen en door vandalen leeggeplunderd worden. Bij één van die haltes stond een rode (Russische?) jeep geparkeerd bij de voordeur. Naar verluidt een onverslijtbaar ding dat overal door kan rijden. Fotogeniek is hij zeker ook. Moesten er onder de lezers liefhebbers zijn van Oost-Europese wagens die de precieze merken kennen van beide oldtimers, dan zou een reactie erg gewaardeerd worden.

rode jeep voor Pools kasteeltje