
naaktslak smult van hartgespan
Alhoewel ik die vraag ondertussen al meer dan beu gehoord ben, probeer ik toch steeds een ruimdenkend antwoord te geven. Biodiversiteit betekent voor mij dat alle beestjes op onze planeet het recht hebben om te leven. Om in leven te blijven moeten beestjes ook kunnen eten. Slakken verschillen hierin niet van koeien, apen, sprinkhanen en mensen. En hoe meer beestjes, hoe interessanter het wordt. Slakken, met of zonder huisje, zijn prachtige weekdieren. Hoe meer je ze bestudeert hoe groter de fascinatie. De 'schade ' die ze aanrichten aan hun lievelingskost, onze planten!, stelt absoluut niks voor in vergelijking met het mondiale drama dat de mensen aanrichten. "Oei, 't is ne echte", zie je de wenkbrauwfronsende mensen denken.
Voorts verzeker ik de mensen dat in onze ecologisch beheerde tuin nauwelijks slakkenschade voorkomt. Af en toe zien we wel leeg gevreten bladeren van de Ligularia, Hosta en hartgespan. Maar onze reflex is niet: hoe kunnen we van die beesten afgeraken? Geen giftige slakkenkorrels, ook geen minder giftige en ook geen nog minder giftige in de biologische variant hier. Aan ons wordt geen geld verdiend om beestjes af te maken. Niet bij de slakken, niet bij de mieren, niet bij de wespen, niet bij de luisjes,.... als je de gifindustrie moet geloven, is zowat alles dat kruipt een groot gevaar. In onze tuin rekenen we op het werk van de vogels en de egels. Binnenkort misschien ook op de extra hulp van kleine kippen. "Kippen eten geen slakken!", kreeg ik al als triomferend wederwoord van een non-believer, die me voor een grote groep schaakmat wou zetten. Rustig blijven, eens diep inademen en tussen de lijnen suggereren dat zijn kennis omgekeerd evenredig is met zijn grote mond.
Zie ik toch een slak in de tuin, pluk ik de tak waaraan hij mag verder knabbelen, af en leg hem vanachter in het bos. Geen verdrinkingsdood, bier drink ik liever zelf op. En zout doe ik op de patatten. Geef toe, slakken moeten de mensen toch als echte sadisten beschouwen. Wat maken ze niet allemaal mee?
Als er maar geen einde komt aan de slakkendiscussie (en ik ben in een grappige bui) heb ik 2 verhalen om af te ronden:
1. Er zijn groene tuiniersters die aan het experimenteren zijn om van het slakkenslijm een biologische vaseline te maken. Hiertoe mengen ze het slijm met de glibberige kern van Aloë vera. Het verkregen zalfje schijnt zelfs goed te zijn tegen onregelmatige maandstonden. Binnenkort kan je je slakken naar hen opsturen en -wie weet- word je er nog voor vergoed ook. Moeilijke mensen willen dan meestal over iets anders beginnen, wat de bedoeling is.
2. Het zal niet zolang duren of de "kap" komt ons ter hulp. Wetenschappers zijn volop aan het kruisen tussen de slakkenetende kip en de met jachtinstinct bezegende en energieke kat. Dat beest kan een tuin in een mum van tijd slakkenvrij maken. Een beetje Frankenstein maar gifvrij.
Zou het waar zijn, of is hij ons weeral iets aan het wijsmaken? Ik mag bij momenten ook zo mijn binnenpretjes hebben.
Missie geslaagd als ze uiteindelijk de onderliggende boodschap oppikken: zouden we niet beter alles een beetje op zijn beloop laten en wat meer verdraagzaam zijn voor de beestjes? Wie heeft ons doen geloven dat iedere slak er één teveel is? Kunnen we ons geld niet veel beter uitgeven bij een plantenkweker dan aan gifmengers?
Liever 100 slakken in mijn tuin dan 1 irritante anti-al-wat-met-groen-te-maken-heeft van onze soort. Dat weet ik wel zeker.




















