13 april 2010
11 april 2010
dit noemen ze een beetje getikt
Velen zullen zeggen dat ik niet goed wijs ben... en dan is dat maar zo. Al lange tijd ben ik op zoek naar de rode engelwortel (angelica gigas), die majestueuze oeverplant die ik voor het eerst zag in de Efteling. En het is dankzij het bloggen en facebook dat ik uiteindelijk 5 plantjes heb kunnen aankopen. De lieve vrouw die me uit mijn nood hielp, is blogster Yo van kruidenkwekerij Duizendblad in Ternat. Dat ik - eigenlijk was het die van ons die mij vervoerde- daarvoor 104 km/énkel heb moeten rijden, had ik er graag voor over.


Duizendblad, de kleinschalige en ecologische kwekerij van Yo.
Meteen was het ook mijn allereerste 'levende ontmoeting' met een collega blogger, haar vent en 4 kinderen. Yo, die ik van naam al kende vanuit haar journalistieke periode en als co-auteur van het boek "merkwaardige bomen in België", is heel recent een eigen kwekerijtje begonnen in haar tuin. Drie dagen per week staat Yo in haar charmant winkeltje waar ze graag, en met kennis van zaken, een woordje uitleg geeft over de kruiden die ze opkweekt en te koop aanbiedt.
Dat Yo haar nieuwe groene job ernstig neemt en de nodige gezonde ambitie aan de dag legt, blijkt uit haar kleurige website, die ze eigenhandig in mekaar timmert, uit haar catalogus en de duizendblad-verzenddienst, uit haar splinternieuwe tunnelserre maar zeker ook uit haar fris en gezond plantgoed. Zelf neusde ik ook wat rond in het aanbod en ik kon niet aan de verleiding weerstaan om wat extra plantjes op te pikken: een drietal aardbeien, een chocolade-munt, een citroenverbena (niet wintervast), een pruiklook (allium 'hair') en de zeldzaam wordende agrimonie die Yo voor mij terplekke scheurde van de moederplant.
Het kwekerijtje, waar ik als eerste plant het duizendblad aantrof (toevallig, zei Yo, omdat achillea millefolium nu eenmaal met de a begint), bevindt zich in een schitterend decor: een wilde tuin met een kanjer van een notenboom. Het speenkruid en de anemonen groeien er weelderig. Weldra komt er op een natte plek nog een poeltje bij. Het groot hoefblad stond er al mooi in bloei. Als je ooit de kwekerij een bezoekje brengt, vraag dan zeker om ook de tuin eens te mogen bewonderen.
Voor de geïnteresseerden: Duizendblad houdt op 24 en 25 april Open Deur. Prima te combineren met een bezoek aan Brussel.
9 april 2010
je bent welgekomen

Tijdens het eerste weekend van juni zetten we het poortje van onze tuin wijd open. We doen dit voor jullie. Onze "opentuin" kadert in de ecotuindagen van VELT. In het totaal worden er meer dan 100 natuurvriendelijke moestuinen, siertuinen en boomgaarden opengesteld. In Limburg vind je 9 locaties. Met wat puzzelwerk kan je misschien een aantal tuinen combineren.
Meer info over onze tuin én foto's kan je her en der vinden op deze blog ofwel op de site van VELT. De Velt-man die eerder al een bezoekje bracht aan onze tuin, vatte zijn indruk zo samen:
" Een sympathieke tuin met verschillende zithoekjes, zwemvijver, verrassende inkijkjes, allerhande mooie struiken, planten en bomen en plaats voor spontane ontwikkeling. Wandelwegjes lopen links-rechts en geven je steeds een andere indruk van de tuin."
Vanzelfsprekend is de toegang gratis. Hoe het met spijs en drank gesteld gaat zijn, zoek ik nog uit. Onze tuin is hoofdzakelijk een siertuin. Geen sla en kolen dus. Voor 'proper en netjes' moet je elders zijn. Kom je met de wagen, parkeer dan niet op de fietspad.
ontluikende schoonheid
De perzik, de sleedoorn, de krentenboompjes en de gele pruimelaar staan al prachtig in bloei. Bloesems, daar is het om te doen. Bij tienduizenden wandelaars staan de bottinekes al klaar om door het Haspengouwse of Hagelandse landschap te klieven. Nog een beetje geduld mensen.
Toch vind je ook nu al prachtige natuur. Niet zozeer bij de miljoenen schilderachtige witte bloempjes van de kerselaars, perelaars of appelbomen maar bij de ontluikende schoonheid van vele sierstruiken. Met de toenemende zon openen hun blad- en bloemknoppen en het is precies dit prille begin van nieuw leven dat ik wonderbaarlijk mooi kan vinden.
8 april 2010
viooltjes

een collage van willekeurig gekozen viooltjes
Met viooltjes wordt nogal eens gelachen. Ze zouden voorbijgestreefd zijn, relicten vanuit de schreeuwlelijke tuinen van weleer of plantgoed voor smakeloze mensen die vervreemd zijn van de natuur. Ten dele klopt dat ook. Zoals dat met vele wilde bloempjes gebeurd is, zijn de 'veredelaars' ook met het akkerviooltje en het driekleurig viooltje aan het experimenteren geslagen. Reuzeviolen waren het resultaat en bij mij doen ze ook wel eens pijn aan de ogen. Nog niet zo erg als de rode salvia's maar toch ergens in die buurt.
De kleine viooltjes daarentegen zijn een echte aanwinst voor iedere (natuur)tuin. Momenteel brengen ze heel wat vrolijke kleuren in mijn tuin. En ze doen dat al weken. Zo laag bij de grond bloeit er op dit moment nog niet zo heel veel: de witte en blauwe kleine maagdenpalm bloeit massaal, de sneeuwroem doet het ook goed, het longkruid is nu op zijn mooist en de paarse dovenetel lokt heel wat bijtjes en hommels. Maar mét de viooltjes erbij vind ik het een pak interessanter en speelser.
Toen ik zowat 20 jaar geleden onze bouwplek kocht en de berg afgeschraapte zwarte grond egaliseerde om met de aanleg van de tuin te beginnen, verschenen overal wilde akkerviooltjes. Mettertijd zijn ze verdwenen, helaas, maar wie goed rondkijkt op markten of tuincentra kan voor een belachelijke prijs (van 2 tot 4 stuks voor een euro) nauw verwante kleine viooltjes op de kop tikken. Ook het maarts viooltje is een prachtig viooltje waar je wekenlang plezier aan beleeft. Interessant aan dit plantje is dat het zich rijk en wijd laat verspreiden. Dit viooltje wordt bij de "vaste planten" aangeboden. Als je het nog niet hebt, moet je het zeker eens proberen.
Wie violen maar niks vindt, kan ik misschien het fluitenkruid aanbevelen. Of de trompetboom, of de syntheziserspar....
5 april 2010
Op zoek naar iets speciaals
Yo, de vrouw achter kruidenkwekerij duizendblad, heeft me laten weten dat de rode engelwortel (angelica gigas) in Ternat afgehaald kan worden. Twee jaar geleden zag ik deze gigantische plant voor het eerst in de Efteling. Toen al stond mijn besluit vast dat ik déze engelwortel in mijn tuin zou introduceren. Dankzij Yo, één van mijn facebookvriendjes, gaat het er deze week van komen.
Het voorbije weekend, zo winderig en ijzig dat de lente veraf leek, deden die van ons en ik al een tripje naar Halle. Daar was het de lente-opendeur-dag van ecoflora. In tal van natuurtijdschriften adverteert deze sympathieke kwekerij en al heel wat medebloggers schreven er over. Daar moest ik natuurlijk ook een kijkje gaan nemen.


ecoflora, zicht van op de straat
De kwekerij van wilde planten en kruiden was zo gevonden. Van Halle richting Ninove, niet moeilijk. Deze bijzondere kwekerij werd uitgebouwd rond een oude vierkantshoeve, op zich al mooi om te zien. Sinds ongeveer 15 jaar specialiseren de mensen van ecoflora zich in inheemse wilde planten en kruiden. Ondertussen worden er ongeveer 600 soorten aangeboden:
"De nadruk ligt op de ecologische tuin: naast een eigen produktie van inheemse vaste planten en kruiden, worden er ook inheemse haagplanten, oude fruitboomrassen, bloembollen en zaden voor bloemenweiden aangeboden. Aan de kwekerij is een ecologische tuinwinkel verbonden, waar u ondermeer biologische moestuinzaden en plantgoed, potgronden, bio-meststoffen, gespecialiseerde boeken, compostsilo's, vogelnestkasten en kastanje-tuinprodukten kan vinden."

"De nadruk ligt op de ecologische tuin: naast een eigen produktie van inheemse vaste planten en kruiden, worden er ook inheemse haagplanten, oude fruitboomrassen, bloembollen en zaden voor bloemenweiden aangeboden. Aan de kwekerij is een ecologische tuinwinkel verbonden, waar u ondermeer biologische moestuinzaden en plantgoed, potgronden, bio-meststoffen, gespecialiseerde boeken, compostsilo's, vogelnestkasten en kastanje-tuinprodukten kan vinden."

Die van ons, koulijdend, met het bakje planten.
Zoals bij alle kwekerijen waren ook bij ecoflora heel wat plantjes wat achter op het normale natuurschema. Hierdoor presenteerden ze zich nog niet al te best. Zowat 90% van het aanbod vind ik ook terug op de kwekerijen waar ik als Kempenaar regelmatig rondloop. Toch vond ik een zestal plantjes die ik al lange tijd vruchteloos zoek: de witte damastbloem, het wilde zeepkruid (ik weet er in het wild wel staan maar kan ze moeilijk met de schup gaan uitsteken), de echte heemst, de slangenwortel voor in mijn moeraszone, goudveil en de hertshoornweegbree (plantago coronopus).
De verkoopprijs van de plantjes viel tegen -"kleinschaligheid" en "ecologisch" hebben zo hun prijs- maar als je dan toch in Halle staat, kan je moeilijk met lege handen naar huis komen. Bovendien ben ik graag bereid -uit sympathie en menslievendheid- om initiatieven met een groen hart te steunen. Moest het niet zo kou zijn geweest, had ik als extraatje op de binnenkoer van de boerderij ook nog een bio-groententaart naar binnen gespeeld. Maar de gure wind die over het Pajottenland blies, stuurde me snel terug naar het altijd iets warmere Limburg.
21 maart 2010
bijenhotel
Samen met de twee jongste dochters heb ik gisteren een bijenhotel in mekaar geknutseld. Al verschillende malen las ik in tijdschriften dat de solitaire bijen aan het uitsterven zijn, ondermeer door gebrek aan nestgelegenheid. "Onze tuinen zijn veel te proper, de natuurlijke nestgelegenheden worden weggesnoeid, opgeruimd of vernield."
Dat valt in mijn eigen ecologische tuin best wel mee, wat niet betekent dat we de wilde bijen geen handje mogen toesteken. Temeer daar het bouwen van een bijenhotel een plezante doe-activiteit is waar de kinderen prima aan kunnen meehelpen.


ons bijenhotelletje (foto Sara)
Een houten kist die aan het wegrotten was in het 'kamp' van de kinderen, nagelden we vast aan het fietsberghok. Deze kist vulden we met bamboestengels. Meestal steek ik deze in de hakselaar wat eigenlijk zonde is voor zo'n mooi materiaal. De stokjes werden op zicht op lengte geknipt zodat er wat variatie in zit. In het midden verwerkten we een snelbouw van gebakken klei. Als dak gebruikten we twee muurtegels die verzwaard werden met een viertal kleurige bloempotjes. De bedoeling is om hier in de toekomst een brede zode huislook te laten bloeien.
De hotelgasten kunnen in ruil voor hun bestuivingswerk in de tuin heel wat voedsel vinden. Wie werkt, moet ook eten. In onze tuin zorgen o.m. de wilde bramen, een aantal wilgen, het hartgespan, het boerenwormkruid, bieslook, de witte dovenetel en verbascums voor de nodige nectar en stuifmeel. Nu afwachten of het hotel ook gasten mag ontvangen. Voor de prijs moeten ze het niet laten.
17 maart 2010
op gang geholpen
Mijn schoonbroer, aan die van ons hare kant, vertrekt einde mei richting Libanon en Syrië. Hij gaat deze trip proberen af te leggen per fiets. Hij liever dan ik, denk ik dan. Met een jaar loopbaanonderbreking hoopt hij toe te komen om via Marokko, Portugal, Spanje en Frankrijk half mei 2011 veilig en wel terug thuis te komen.

Met veel plezier heb ik hem geholpen om op hedendaagse wijze contact te houden met zijn achterban. Mijn schoonbroer heeft nog geen computer of laptop thuis, hij had zelfs nog geen e-mailadres. Ondertussen is daar verandering in gekomen: eerst een google-account aangemaakt, dan een e-mailadres en op zijn verzoek zelfs een blog met persoonlijke banner! Ik dacht voor zijn URL aan "wind op" (dat heb je wel eens als je fietst) en bij blogger bleek windop.blogspot.com nog vrij te zijn. Voortaan is het Marc (of 'den Tes') zijn blogstek.

Marc zijn blog en banner (een kadootje van Muggenbeet)
Met veel plezier heb ik hem geholpen om op hedendaagse wijze contact te houden met zijn achterban. Mijn schoonbroer heeft nog geen computer of laptop thuis, hij had zelfs nog geen e-mailadres. Ondertussen is daar verandering in gekomen: eerst een google-account aangemaakt, dan een e-mailadres en op zijn verzoek zelfs een blog met persoonlijke banner! Ik dacht voor zijn URL aan "wind op" (dat heb je wel eens als je fietst) en bij blogger bleek windop.blogspot.com nog vrij te zijn. Voortaan is het Marc (of 'den Tes') zijn blogstek.
Voor wie geïnteresseerd is in fietsreizen en/of wereldreizen zou het wel eens de moeite kunnen worden om er regelmatig te komen piepen. Veel zal afhangen van de internetmogelijkheden onderweg en de vaardigheden die mijn schoonbroer onder de knie gaat krijgen. Ik ben reuzebenieuwd wat hij er gaat van terechtbrengen. Hopelijk lukt hij erin om er een heleboel foto's op te zwieren. Volgende week gaan we samen alvast wat oefenen.
14 maart 2010
Belgisch brons

Jo en Sander met hun bronzen medaille (foto: GSM Loes)
De Belgische kampioenschappen tafeltennis Dubbel leverden vandaag onverhoopt prima resultaten op. Naast Dries en Thomas (PW Diest) die een mooie vierde plaats wisten te veroveren bij de E-geklasseerden, kon Jo (PW Diest) samen met vriend Sander Van Melkebeke (Blauwput) brons veroveren bij de D-spelers. Dochter Loes strandde op de zesde plaats bij dubbel gemengd E. Een verdienstelijke prestatie.
Jo en Sander behaalden eerder op de provinciale kampioenschappen een zilveren medaille. Belgisch brons is natuurlijk nog een beter resultaat. Toch was het eerder op de dag erg kantje boordje geweest: in de belle (vijfde set) keken ze op een achterstand van 5 tegen 10. Zo goed als hopeloos, toch konden Sander en Jo de ultieme set nog naar zich toehalen met 12 tegen 10.
Jammer voor het duo dat de organisatoren blunderden bij de medaille-uitreiking. Alhoewel ze al meer dan 2 uur wachtten op de afroeping van de namen, misten ze toch het podium. Daarna kostte het nog wel wat moeite om de beide bronzen medailles vast te krijgen. Die van ons, die de gasten in Louvain-la-Neuve vergezelde, kon er niet mee lachen. Moest ze écht kwaad geworden zijn, dan hadden ze het zeker geweten. Zo ken ik ze.
8 maart 2010
Ruby Glow of zoiets
Toverhazelaars (hamamelis) zijn prachtig winterbloeiende struiken. Bovendien geuren ze heerlijk. Zelfs in de herfst zijn de meeste toverhazelaars omwille van hun oranje-rode bladverkleuringen een lust voor het oog. Niet voor niets dat ze tot een van mijn favoriete tuinplanten behoren. Momenteel is het volop genieten geblazen. Nog heel wat toverhazelaars staan op het hoogtepunt van hun bloei.

Alhoewel ik nog nauwelijks plaatsjes vrij heb in de tuin, kon ik niet aan de verleiding weerstaan om er een vijftal nieuwe op de kop te tikken. Naast de geringe aankoopprijs (ik selecteerde ze in drie verschillende tuincentra) was het de kleurenpracht die me overstag deed gaan.
De hamamelis x intermedia "Arnold Promise", die ook in mijn vaders tuin voor een ongelofelijk parfum zorgt, springt er qua geur bovenuit. Onweerstaanbaar. De "Jelena" kocht ik omdat mijn vorig exemplaar een twijfelgeval is. Ik kocht hem net voor de bloemknoppen open waren en ik denk dat hij fout geëtiketteerd stond. Veel te rood voor een "Jelena". En dit weekend kon ik drie, nog jonge exemplaren "Ruby Glow" spotgoedkoop mee naar huis krijgen. Amper 2,50 euro en toch zo mooi.

foto van de nieuwe hamamelis "Ruby Glow"
Maar toch... ook nu weer twijfel ik aan het etiket. Men zegt hier en daar dat de kleuren van een toverhazelaar pas na tien jaar echt definitief en kleurvast zijn. Maar ook een speurtocht op het internet om me te helpen bij het met zekerheid determineren van de soort, geeft me geen uitsluitsel. Op de ene foto is de Ruby Glow overwegend geel, elders weer uitgesproken oranje. Hier dan weer met ineengekrompen en verstrengelde lintbloempjes en op een andere site dan weer met duidelijke losse bloemblaadjes. Wat is me dat?
Het is duidelijk dat je voor een juiste determinatie van de toverhazelaars zeker niet op het web moet gaan speuren. En een feit is ook dat niet alle tuincentra hun 'product' met de correcte benaming aanbieden. Jammer, het zou niet mogen zijn. Maar laat je hierdoor niet afschrikken. Koop een toverhazelaar als hij helemaal in bloei staat (momenteel is het een goede periode) en als de kleur en het parfum je bevallen dan is het etiket eigenlijk van ondergeschikt belang. Je gaat er ongetwijfeld veel plezier aan beleven. Het is geen moeilijke plant maar weet wel dat hij een trage groeier is. Snoeien wordt afgeraden.
21 februari 2010
de stem van het volk

geciteerd in De Morgen
Op de redactie.be bloggen ook een aantal medewerkers van de VRT. Louis van Dievel is een van hen en hij pleegde een kostelijk stukje over B.B., die rare LDD-professor met zijn vettig haar. Om de politieke overbodigheid van B.B. te illustreren had ik een reactie geplaatst, zoals bloggers dat bij mekaar doorgaans doen. Het laatste zinnetje van deze reactie werd dit weekend in De Morgen afgedrukt in de rubriek 'de stem van het volk'. Bij deze behoor ik nu officieel bij de grompotten van het land. :)
Of B.B. ondertussen nog bij LDD zit... of teruggekeerd is naar de VLD... of een eigen éénmanspartij heeft opgericht... of zich wijselijk heeft bekeerd tot de kluizenarij is niet geweten noch relevant.
19 februari 2010
bambi in de kunst
Sinds ik zo'n dertig jaar geleden het Stedelijk Museum van Amsterdam bezocht weet ik het wel zeker: niet het werk op zich bepaalt of het om 'kunst' gaat of niet, het zijn de muren waartegen het wordt opgehangen die bepalend zijn. Daarom dat onderstaand werk van de kleinste thuis -'Bambi met drie vlindertjs'- nooit als kunstwerk zal worden beschouwd. Onze living wordt niet beheerd door een curator, inkomtickets zijn er bij ons ook niet te koop en subsidies om de boel draaiende te houden ontvangen we ook niet. Geen kunst dus, maar geloof me of niet, in Amsterdam zag ik stukken hangen die niet in de verste verte kunnen tippen aan onze Bambi.


kenners herkennen het pointillisme van van Gogh.
18 februari 2010
cartoonprijs

de winnende cartoon
Dat Obama zo snel en al oorlogvoerend de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst mocht nemen, deed bij heel wat mensen de wenkbrauwen fronsen. Ook voor cartoonisten was het een dankbaar onderwerp. Canary Pete wist het cynisme van de Nobelprijs treffend te illustreren (zie boven) en overtuigde hiermee de jury van de Press Cartoon Belgium.
Op DS online kan je de andere prijswinnaars bekijken.
17 februari 2010
verkenning in Kortrijk
Over Kortrijk wist ik eigenlijk niks zinnigs te vertellen. Op een TV-quiz had ik wel eens twee dikke ronde torens aan het water gezien maar het antwoord op de vraag over welk 'beschermd monument' het ging, moest ik toen schuldig blijven. En de Guldensporenslag had -geloof ik- ook wel iets met Kortrijk te maken. Hoogtijd om aan deze onwetendheid een einde te maken en de Groeningestad aan de Leie een bezoek te brengen. Tijdens de krokusvakantie vonden we nog een gaatje in onze agenda.






Jeugdherberg 'Groeninghe'
Als uitvalsbasis kozen we voor de jeugdherberg 'Groeninghe' aan de Passionistenlaan. In jeugdherbergen voelen we ons meteen thuis. De kenmerkende soberheid vinden we net een pluspunt en de huisregels nemen we er graag bij. Veel meer dan een goed slapend bed en een lekker ontbijt hebben we immers niet nodig. Tijdens onze vakanties zijn we toch meestal op pad.
Terwijl onze enige medegasten, een groep Engelse scholieren, richting Flanders Fields trokken, wandelden wij de Kortrijkse stad in. Alle bezienswaardigheden liggen er op wandelafstand en dat is meegenomen.
Grenzend aan de jeugdherberg staat de Sint-Antoniuskerk, beter gekend als de kerk van de zaligverklaarde passionist Broeder Isidoor. Ik ken de man niet maar hij blijkt wel op de Vaticaanse shortlist te staan als potentieel toekomstige heilige. Men wacht nog op 1 nieuw mirakel en dan staat niets de heiligverklaring nog in de weg.

Onder de gulden sporen nabij het Groeningemonument
Via de Groeningelaan belandden we zo op de site van de Groeningekouter, het slagveld van de Guldensporenslag. Op 11 juli 1302 stonden hier zo'n 8000 Vlaamse opstandelingen recht tegenover het Franse koninklijke leger. De Vlamingen stonden voor een onmogelijke opdracht maar toch slaagden ze erin om de Fransen, waaronder zo'n 3000 ridders te paard, te vernederen. De feestdag van de Vlaamse gemeenschap herinnert aan deze slachtpartij... vandaar misschien de vele barbecues?

Poserend voor het Streekbezoekerscentrum en het museum Kortrijk 1302
Wie zich wil verdiepen in de Slag van Kortrijk moet zeker eens het museum Kortrijk 1302 bezoeken. Dit museum is gehuisvest in de voormalige Groeningeabdij en het is ook voor architectuurliefhebbers erg interessant. Hoe men hier de moderne architectuur heeft verzoend met een historische site is wonderbaarlijk. Voor 1 euro geraakten we met ons zessen binnen -leve de lerarenkaart- en voor we het wisten waren we twee uren verder.
Onze vaderlandse geschiedenis werd er behoorlijk opgefrist en bijgesteld: noch de Leeuw van Vlaanderen (Robrecht van Bethune), noch Jan Breydel bleken meegevochten te hebben in de Guldensporenslag. En de 'goedendag' is helemaal geen gepinde bal maar een gewone houten stok met een ijzeren punt. En diegenen die refereren naar dit gevecht om Vlamingen en Walen tegen mekaar op te zetten, zitten historisch gezien helemaal fout. Goed om weten.

De Broeltorens aan de Leie of het antwoord op de quizvraag
Bij onze wandeling naar het Buda-eiland, het stukje Kortrijk dat helemaal door de Leie wordt omarmd, passeerden we die torens van de quiz. Het goede antwoord was 'de Broeltorens' en ze blijken zowat de laatste restanten te zijn van de middeleeuwse stadsvestingen. De zuidelijke toren (Speyetoren-1385) maakte deel uit van de versterkte omheining van het grafelijk kasteel, de noordelijke toren (Ingelborchtoren-1413) werd opgetrokken voor de verdediging met artilleriegeschut.
Op het Buda-eiland beklommen we de Budatoren die volledig ingepalmd was door een internationaal gezelschap van studenten design en ontwerp. Deze toren was ooit de brouwerij Tack en werd respectvol onder handen genomen door architect Stéphane Beel.


Het Belfort (Unesco-werelderfgoed) en -links- de Sint-Maartenskerk
Behalve vele bouwkranen kan je in de Kortrijkse skyline ook heel wat interessante kerken vinden. De Onze-Lieve-Vrouwekerk (13de eeuws), vlakbij het museum Kortrijk 1302, moet je zeker eens bezoeken. De (bombastische) barokke inkleding steekt er fel af tegen de Gravenkapel (1370). Hier zijn alle graven van Vlaanderen op wandschilderijen afgebeeld en de vloertegels zijn gedecoreerd met leeuwen. Guido Gezelle was hier onderpastoor tot 1889 nadat hij in Brugge 'wegvluchtte wegens allerlei beschuldigingen'.
De Sint-Maartenskerk (12de eeuws) nabij de Grote Markt heeft een imposante hoofdingang. Binnenin vind je een indrukwekkende sacramentstoren, een 17de eeuwse preekstoel en schilderijen uit de school van Rubens. De bijhorende oude dekenij in de schaduw van deze kerk werd door de kinderen herkend als de "mijn restaurant-eetgelegenheid Dell'Anno". Geen teken van leven evenwel... wel twee pijnlijke valpartijen van die van ons die zich verkeek op de ijsgladde paadjes in het Begijnhofpark.
Kortrijk is ook de trotse bezitter van twee gebouwen uit het omvangrijke Unesco-werelderfgoed: het Belfort (sinds 1999) en het Begijnhof (sinds 1998). Het Belfort viel meteen op door haar geringe grootte. Het is nog een overblijfsel van de middeleeuwse lakenhalle en beschikt over een beiaard met 48 klokken. Bekend zijn ook de uurslagers Manten en Kalle. De originele figuren werden evenwel ontvoerd naar het Franse Dijon.

De vier kinderen in het Begijnhof
Het verstilde Begijnhof toonde zich bijzonder fotogeniek. De besneeuwde paden en daken pasten perfect bij de witgeschilderde muren van de gezellige barokhuisjes. Het weinige volk dat we er tegenkwamen, had allemaal een fototoestel in aanslag. Op ieder hoekje een nieuw schilderijtje om in te kaderen. Je zou er lyrisch van worden.
De stadswandeling had ons blij verrast. Van mensen die er wonen hoorden we wel dat ze de vele bouwwerven in de stad grondig beu zijn en dat is begrijpelijk. Toch is Kortrijk zeker de moeite waard. En dan te weten dat de charmes van de Leie en het vele stadsgroen pas binnen enkele weken volledig tot hun recht komen.
Enthousiast en moe gestapt strandden we in de late namiddag terug in de jeugdherberg. Daar werden we meteen op de hoogte gebracht van het tragische treinongeval van Halle. Ook onze dorpsgenote Tia Hellebaut, ja die van de Pizzahut, horen we aankondigen dat ze terug de atletiekpiste zal betreden. Afscheid nemen heeft vele gedaantes.
13 februari 2010
gejank uit het Vlaams parlement
Vlaams Belanger/Blokker Dewinter schoot de voorbije week weer uit zijn verkrampte kram in het Vlaams parlement. Een vrouw in het publiek kreeg er de volle laag gewoon omdat ze daar braafjes zat ... met een hoofddoek op. Nu zat er al eens iemand in het publiek en toch was het weeral niet goed. Geen wonder dat het volk massaal wegblijft uit haar eigen parlement.
Bij deze TAK-kige vertoning toch volgende bedenking: wat is nu het ergst voor een democratisch parlement? Een aandachtige jonge vrouw met hoofddoek in de publiekstribune of een onversneden fascist in het Vlaamse halfrond zelve?
Dewinter eiste respect. Altijd mottig om zo'n mooi woord uit zijn mond te horen. De vrouw zou daarom haar hoofddoek moeten afleggen. Maar waar bleef Dewinters respect voor de dame in kwestie? En is respect betonen voor een schertsfiguur als Dewinter niet het allerlaatste wat iemand met hersenen in zijn hoofd haalt? Och, het blijft een rasechte lul. Een mediageile eikel. En nu blijf ik nog beleefd.
Vlaams brons voor Loes
foto: Pieter? (geen idee eigenlijk)
Op de Vlaamse tafeltenniskampioenschappen van vorig weekend in Merksem behaalde onze oudste dochter een mooie bronzen medaille in de D-reeks. In een competitie met 26 deelnemers is brons een mooi resultaat. Hiermee bevestigde Loes haar prima vorm van dit seizoen. Eerder werd ze in dezelfde reeks al provinciaal kampioen. Haar vriendin Marie Maesen behaalde eveneens brons in de C-reeks.
Voor een uitgebreid verslag kan je terecht op de blog van onze club.
voeren en beloeren

de gewone vink is prominent aanwezig in mijn tuin
Ook al was het eigenlijke telweekend reeds vorige week, toch kan je nog tot 7 maart op deze link je persoonlijke waarnemingen doorgeven aan Natuurpunt. Ik heb het zonet ook gedaan en blijkbaar waren er toch al zo'n 4822 natuurliefhebbers me voor. Opvallend wel dat er weinig Limburgers deelnemen.
De tussenstand leert dat er gemiddeld een veertigtal vogels voorkomt per tuin. Het aantal soorten blijft gemiddeld beperkt tot 10. Qua diversiteit is dat gene vette. Ik merk het ook in mijn eigen tuin, nochtans vogelvriendelijk 'ingericht'. Volgende telling noteerde ik:
3 groenlingen (2 wijfjes), 2 tortelduiven, 1 ekster, 5 gewone vinken, 6 huismussen, 5 merels, 2 roodborstjes, 1 heggenmus, 5 koolmezen, 2 pimpelmezen en een winterkoninkje. 11 verschillende soorten dus en dat zou toch beter kunnen. Geen spechtachtigen (bonte specht of boomklever), geen lijsters, geen kepen of sijzen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


