23 mei 2013

de gewone ossentong


hommels zijn verlekkerd op de gewone ossentong

Hoe de gewone ossentong (Anchusa officinalis) in onze tuin verzeild geraakt is, weet ik niet. Ik heb er geen flauw benul van. Heb ik er ooit zaad van gekregen of heb ik toch ooit van iemand een plantje gehad, ik herinner me er niks van. Van de Anchusa azurea 'Dropmore', een prachtige borderplant die met gemak een meter hoog groeit, weet ik dat wel. Die heb ik gekocht en daar heb ik geen spijt van. 

Maar wat maakt het uit. Die ossentong staat beeldig in de tuin en het aantal exemplaren neemt jaar op jaar explosief toe. Overal komen jonge plantjes uit en dat lichtblauw misstaat nergens. Het combineert zichzelf met alles. Deze plant behoort tot de ruwbladigenfamilie of de Boraginaceae. De hele plant is behaard. Tot deze familie behoren heel wat bekende planten zoals het komkommerkruid (Borago officinalis), het slangenkruid, de kromhals (Anchusa arvensis), Phacelia en het longkruid.

Behalve de mooie blauwe kleur van de talrijke bloemen blijkt de ossentong ook geliefd te zijn bij bijen en hommels. De voorbije dagen heb ik opvallend veel hommels (akkerhommels) op de ossentong. Op een tabel van drachtplanten die ik al eens raadpleeg, krijgt de ossentong een waarde van 3 op 5 voor zowel nectar als stuifmeel.  De éénjarige bernagie (ander woord voor het komkommerkruid) doet nog beter, hij krijgt de maximale score. Vandaar dat ik dit jaar voor het eerst ook bernagie heb uitgezaaid. In de buurt van de veldkapel staan tientallen jonge plantjes maar erg opschieten doen ze niet. Ik vermoed dat ze zon en warmte willen.

Ik ben vooral benieuwd naar de solitaire bijen en hommels die erop af gaan komen. En ja, ik zal ook af en toe eens een bloempje ervan in de salade steken. Als mijn informatie klopt zou ook de bernagie, net als de gewone ossentong, zichzelf heel goed voortzaaien. Prima is dat. Sterke, zichzelf instandhoudende bloemen, dat is wat ik nodig heb.


20 mei 2013

soms loopt het mis

Plantenjagers, wees gerust. De plant op onderstaande afbeelding is niet te koop. Hij bestaat niet, toch is de foto echt. Het is een combinatie van 2 vaste planten die zichzelf in mekaar gevlochten hebben. Het resultaat mag gezien worden en als één botanische soort zou hij zeker succes hebben bij de vaste plantenliefhebbers. Hoe gekker, hoe liever. Dit aardig plaatje vond ik in één van onze grote potten. Het reuzenblad is van de Rodgersia en de roze bloempjes zijn die van de Heucherella, een sierlijke hybride tussen Heuchera en Tiarella.

Een Rodgerserella..... met een beetje fantasie

Ook in de buurt van de vijvers stoot ik regelmatig op mooie natuurlijke combinaties. Vaak zijn ze helemaal niet zo gepland maar eerder toevallig. De echte koekoeksbloem vlakbij de witte en blauwe Siberische lissen is ook zo'n perfect duo. Als dan ook nog de roze blauwe regen  (Wisteria floribunda 'Rosea') tegelijk in bloei komt, is het plaatje compleet. Heel eenvoudig maar ook fotogeniek is de combinatie van de oersterke adderwortel met de - al dan niet bonte - gele lis (zie afbeelding). Het behoort tot de mooiere momenten van de tuinier om te ontdekken welke kleurrijke schilderijen de natuur tot stand kan brengen. Maar soms loopt het goed mis. Ook in de ecologisch beheerde siertuin is het niet altijd een goednieuwsshow.

adderwortel voor bonte gele lis

Vorig jaar was onze perenboom niet om aan te zien. Perenroest. De boom hing vol bruine bladeren, zoveel dat afplukken geen optie was. In de winter heb ik zowat de helft van de takken eruit gesnoeid en ook rond de stam zorgde ik voor ademruimte. Momenteel ziet deze 'Dubbele Flip' er stralend uit. Frisgroene bladeren en heel wat jonge peertjes. Maar om victorie te kraaien is het nog wat vroeg. Mogelijks heeft ook de verwijdering van een aantal coniferen bij een van onze buren ermee te maken want perenroest overwintert op Juniperus.

Erger gesteld was het met onze winterbloeiende sierkers, onze 20-jaar oude Prunus subhirtella 'Autumnalis Rosea'. Deze kanjer in onze voortuin kwijnde jaar op jaar verder weg. Veel kale takken en alsmaar minder bloemen. De diagnose die door mijn neef Geert en mezelf gesteld werd was pijnlijk: monilia. Waar deze schimmel vandaan komt, is moeilijk te achterhalen want de sporen worden met de wind meegedragen. Om verdere besmetting te vermijden, heb ik deze week heel drastisch ingegrepen. Ik heb de kroon van de boom, zijnde de hele oorspronkelijke ent van de sierkers en 20 cm van de onderstam, verwijderd.  Zoiets knaagt. Geen roze kersenbloesems meer in de winter. 't Zal wennen zijn en dat geldt ook voor de gapende leegte.

het prachtig rood gezaagde blad van de vaantjesboom

Om te pijn te verzachten en mezelf enigszins te troosten (ocharme!) heb ik me een nieuw boompje aangeschaft. Ik liet me betoveren door een vaantjesboom, de Davidia involucrata var. vilmoriniana. Het blad is bijzonder mooi rood gezaagd (zie afbeelding) en, als het geluk wat meewerkt, komen er prachtige witte bloemen in dankzij de 2 grote schutbladen. 'Vilmoriniana' verwijst naar de Franse kweker Maurice de Vilmorin. Geheel risicoloos is deze van oorsprong Chinese boom niet. Vooral de wintervastheid van jonge exemplaren is een probleem. Maar wie niet waagt, niet wint.

Of een ecologische tuinier wel uitheemse bomen mag planten? Natuurlijk mag ik dat. In mijn tuin plant ik wat ik wil.  Oorspronkelijk komt al het leven van één en dezelfde oerknal. Alles wat leeft, is familie van mekaar. In het licht van de onmetelijke ruimte zijn de afstanden op aarde slechts millimeters. Maar doe dit met verstand (klimaatzone), gevoel voor schoonheid en respect voor natuur en milieu.


18 mei 2013

en stoten maar

In den beginne... was onze tuin niet meer dan een groot veld gras dat ingesloten lag in een strook van groenblijvende struiken en bomen. 7000 Belgische franken had ons dat gekost om ons bouwterrein te laten egaliseren en inzaaien met gras. Het was een mooie start maar lang hield dat voetbalterrein niet stand. Er kwam een zithoek met zandbak, er kwam een eiland met vaste planten en krentenboompjes waartussen een zitbank werd gezet, er kwam een eerste vijver en een tweede,... om uiteindelijk vandaag te kunnen stellen dat er nog nauwelijks gras overblijft. Zo vind ik het goed want gazon kwalificeer ik een pak lager dan mossen en paardenbloemen. 

 van deze zitmaaier heb ik deze week afscheid genomen, zonder een traantje te laten

Gazon is vooral big business. Sloten geld worden ermee verdiend: meststoffen, ijzerslakken, mosbestrijders, onkruidkillers, reparatiekits, legklare grasmatten, snelgroeiend en traaggroeiend gras, grasmaaiers, benzine, ... en als toppunt van decadentie zijn er dan nog peperdure robots en volautomatische watersproeiers die het tuinwerk van de eigenaars volledig overnemen want zij hebben geen tijd of geen goesting. Dit alles om het ultieme resultaat te bereiken: een perfect, donkergroen getrimd grasveld dat even interessant is als een zwart scherm op de TV. Een chemisch stort dat moet doorgaan voor tuin. Een kunstwerk in veler hoofden, zo 'af' dat betreden ervan verboden is. Zelfs het bloemetje dat er zijn intrek durft te nemen wordt genadeloos met wortel en al uitgeroeid. Wat moeten de mensen wel niet denken, een opstandig madeliefje in mijn gazon!

En dan hebben we het nog niet gehad over de vele uren maaiwerk die velen dik tegen hun goesting besteden aan het kortwieken van hun gazon, ja, niet iedereen heeft een vrouw met gedoogbeleid of een robot. Moest dit laatste wel het geval zijn, dan zou er ongetwijfeld iets nieuws op de markt komen om zich te onderscheiden. Een vliegtuigje op zonne-energie dat permanent groeiremmers spuit. Zoiets. 

Weg met die monocultuur!, denk ik dan. Stop dat gestrooi en gespuit en laat de natuur toe in je tuin of maak er een moestuin van. Zoveel keuzes en zoveel kleuren. Deze ommekeer blijft niet onbeloond. Een hele nieuwe wereld gaat voor je open: wilde bloemen, een legertje knotsgekke insecten, nestbouwende vogels, avontuurlijke paadjes, van kleur veranderende struiken, een mand zelf geplukte appels,... en tijd om van je tuin te genieten i.p.v. alsmaar te zwoegen  in een tuin die niet evolueert of leeft. Gazon is vooral verloren ruimte, een dwingeland die je tot slaafje kroont.

mijn nieuwe grasmaaier, een stotertje

Ik weet waarover ik spreek: ik heb ooit ook met een zitmaaier rondgereden op ons 'voetbalveld' en ik zie het nog dagelijks (hoor vooral) rondom mij. Eerst vedden gooien en dan constateren dat het gras zo goed groeit dat je meermaals per week je machine van stal moet halen. Dit dwangneurotisch gekkenwerk is niet meer aan mij besteed. Ik heb de knop al jaren geleden omgedraaid. Vandaar dat onze zitmaaier al zeker drie jaren stil staat wegens nog-nauwelijks-gras. Deze week heb ik hem gratis van de hand gedaan. De School voor Wetenschap en Techniek van Mol -zeg ik dat goed?- is hem komen halen om er hun leerlingen op los te laten. Sleutelen, demonteren, opknappen,... zoals het leerplan basismechanica het voorschrijft. Een schenking aan de wetenschap. 

Enkele jaren deed het kleinere elektrische grasmachine van mijn vader de klus, vaak met mijn vader zelf als werkende kracht. Gepensioneerden moet je hun beweging gunnen. Prima toestel met ruime opvangbak maar dat gedoe met die kabels (100 meter ongeveer!) was ik beu. Ter vervanging kocht ik me een stotertje op mensenkracht. Geen naft, geen kabels, geen lawaai. Enkel het zwaaigeluid van de stalen messen. Mijn eerste rit zit er intussen op en het ging prima. Het perfecte toestel om in alle vrijheid over de graspaadjes te zwieren. Ik zou zelfs nog verder in de tijd willen teruggaan en een zeis hanteren. Helaas, ik heb het ooit geprobeerd maar enkele minuten later zat ik in de wachtkamer van mijn huisarts voor dringend naaiwerk. 

Die opgelapte wijsvinger kondigt nog steeds ander weer aan. Hij jeukt als de barometers veranderen. Maar om te stoten heb ik er geen last van. Het kunnen vervangen van een zitmaaier door een stotertje beschouw ik als een succes. Het toont aan dat de evolutie van - of successie in onze tuin aardig de goede kant is uitgegaan. Dat de natuur het werk grotendeels heeft overgenomen. Dat dwaze reclame van me afglijdt. Dat mijn kop genezen is. 


15 mei 2013

eeuwenoude eik in 5 minuten

We zijn hier nogal gesteld op onze privacy. Toch zijn we doorgaans heel sociale mensen. Maar op ons geleeg zitten we graag op ons eigen en doen we liefst waar we zin in hebben zonder dat de hele buurt mee gleurt. Anderzijds hebben we zelf ook geen zin om jaar in jaar uit te moeten loeren op zaken die ons niet interesseren of die we effenaf lelijk vinden. Het heeft ongetwijfeld te maken met onze ijdele en naïeve poging om hier ons eigen paradijs te creëren, als opkikker voor de deconstructieve en smaakloze wereld rondom ons.

Vandaar dat we de buitengrens van onze bouwgrond meteen volplantten met groenblijvende struiken en bomen. Een levend groen scherm om aan te geven van waaraf de natuur terug kansen krijgt, waar bloemen, bloesems en kleurrijke bladeren het overnemen van gazons en geroundupte verhardingen. Waar vogels niet weggejaagd worden en kevers niet plat getrapt worden. Kortom: voor het ongerepte oerwoudgevoel ... in  Tessenderlo.

het nieuwe gat in de haag (Spaanse aak)

Alhoewel we een schrale maïsakker kochten, zijn we er door onze vele aanplantingen aardig in gelukt om op ons lapje grond een wereld te scheppen zoals we die in het heel groot ook graag hadden gehad. Op 3 jonge zomereiken, een lijsterbes en een grove den na, werd alles door onszelf aangeplant.  Nu we al meer dan 20 jaar verder zijn - en ouder geworden zijn - zijn sommige armdikke bomen al serieuze knapen geworden.

Ongetwijfeld gaan ze nog mooier zijn als wij er niet meer zijn. Dé frustratie van iedere natuurlijke tuinier of landschapsinrichter: je zet iets in gang maar de natuur heeft zijn tijd nodig om tot volle wasdom te komen waardoor vooral de generaties na u er de vruchten zullen kunnen van plukken. En ... wie weet laten zij met een legertje kettingzagers alles weer fatsoeneren.

Kom eens terzake Muggenbeet, wat wilt ge nu eigenlijk zeggen? Als je het geluk hebt dat je tuin ergens - links, rechts, van voor of langs achteren - omgeven wordt door een schoon stuk natuur, laat dan die afschermende haag achterwege of knip er een gat in. Op 5 minuten tijd verrijkte ik op deze manier onze tuin met een trio inlandse eiken van zo'n honderd jaar oud. Zonder dat ik ze zelfs moest planten, zelfs zonder ze te 'bezitten'. Wat een tijdswinst, dacht ik bij mijzelf. En de tuin wordt er meteen honderden meters dieper van, gewoon door enkele malen te knippen met de takkenschaar. Geen notariskosten, noch landmeter noch banklening.

Onze privacy lijdt er niet onder en ons uitzicht is er alleen maar op verbeterd. Laat deze weide net het speelterrein zijn van bosduiven, buizerds, hazen en spechten. Voor zoveels schoons willen we ons eiland wel openstellen. Moest ik evenwel merken dat de landbouwer, gezeten op zijn tractor met veldspuit, of de jager, hangend op zijn geweer, regelmatig voor het gat stilstaat om mij met mijn "wildernis" uit te lachen, dan gaat de haag terug dicht. Buitenshuis kom ik al sukkels genoeg tegen.

Doorgaans ben ik - ik herhaal - heel sociaal.


14 mei 2013

wordt het niet tijd

... dat je eens begint met reclame te maken? Die kaartjes om mensen persoonlijk uit te nodigen, waar liggen die? Dat opentuinen-weekend komt op ons afgevlogen tegen de snelheid van het licht. Enkele nachten geleden leken er nog maanden voor ons te liggen. Blijkt nu dat er nog minder dan 3 weken resten. Dan maar het straatbord van 2 jaar geleden onder het stof en de spinnenwebben uitgehaald en de datum aangepast. Met verf die ik nog liggen heb. De kleuren konden beter maar ook slechter. Voor de rest mag alles blijven zoals het was, alleen werd ook op de affiche nog de datum overplakt. De blote kabouter staat dit jaar niet meer op de VELT-affiche maar de onze is geplastificeerd en dus te degelijk om weg te gooien. Vanaf morgen te vinden aan onze brievenbus. Bezoekers kunnen zich niet meer van plek vergissen.


Het eerste weekend van juni valt dit jaar op 1 en 2 juni

In de neus van Limburg is onze tuin (spijtig genoeg) de enigste tuin die dat weekend opengesteld wordt. De dichtstbijzijnde tuinen waarmee te combineren valt, bevinden zich in Mol, Geel en Lummen. Alle deelnemers vind je intussen terug op de website van de vereniging



13 mei 2013

ongewone planten

collage van enkele "ongewone" tuinplanten (klikken voor een groter formaat)

Toelichting met de klok mee, te beginnen bij de hommel rechtsboven:

Bloem per bloem speurt de hommel naar nectar en/of stuifmeel op de Halesia carolina. Terwijl de meiklokjes op voethoogte hun typische parfum verspreiden, bloeit ook de sneeuwklokjesboom momenteel met honderden klokjes. Deze Halesia doet het in onze tuin erg goed en hij lijdt niet onder strenge winters. Van ver lijkt de sneeuwklokjesboom op een bloeiende Viburnum plicatum maar van dichtbij zie je dat het wel degelijk om mooie, witte klokjes gaat.

Ongetwijfeld één van de mooiste oeverrandplanten is de Darmera peltata of het schildblad. De grote, roze bloemen staan op lange stelen en kondigen de komst van rabarberachtige bladeren aan. De oranje-rode herfstverkleuring van deze bladeren is een extra troef voor deze plant. Indien hij in rijke en vochtige grond geplant wordt, groeit hij uit tot een imposante plant. Is de grond wat droger, blijft hij kleiner. In beide gevallen breidt de plant zich goed uit via wortelstokken.

Het gele klokje is dat van het treurklokje of het huigkruid. Vorig jaar plantte ik 1 exemplaar bij wijze van proef en dit jaar zie ik al drie stengels. Het gewas doet wat denken aan dat van de salomonszegel. Deze Uvularia grandiflora is een typische bosplant die prima gedijt als onderbegroeiing. Het citroengele bloempje is neerwaarts gericht. Zonder speciale aandacht zou je de bloeiperiode wel eens kunnen missen.

Momenteel zeer mooi aan 't bloeien is het Christoffelkruid. Opgelet want de zwarte bessen van de Actaea spicata zijn giftig. De Actaea pachypoda, die ik jammer genoeg kwijt ben geraak, heeft witte bessen op rode steeltjes. Nog een bijzonder mooi familielid zijn de verschillende soorten zilverkaarsen. Goed om weten is dat Cimicifuga (zilverkaars) recent van wetenschappelijke naam veranderde in ... Actaea. 

Tenslotte vind je linksboven nog de echte koekoeksbloem, die jaar na jaar blijft terugkomen, en de éénbes. De gefotografeerde éénbes is wel een geval apart. Deze Paris quadrifolia, met 4 bladeren dus, heeft 5 bladeren. Ook hier is de natuur wispelturig. Maar uit de bloeiwijze groeit maar 1 bes, een giftige zwarte bes. Ook deze kleine planten ontsnappen aan je aandacht als je kilometers maalt. De overlevingskracht is groter dan je van zo'n fragiele plant verwacht. Via worteluitlopers verschijnen alsmaar meer planten.


een bijzondere decoratieve sierbraam, de Rubus x tridel 'Benenden'


11 mei 2013

Gele Magnolia



11 mei. De verjaardag van mijn moeder maar ook onze huwelijksverjaardag én de dag dat wij, 22 jaar geleden ondertussen, naar onze huidige woonst verhuisden. Van alles wat. We trakteerden onszelf daarom op iets dat blijft, iets dat ons lange tijd plezier kan verschaffen: plantgoed. Besluit hieruit evenwel niet dat wij van de romantische of nostalgische soort zijn want als het vandaag pakweg 18 september was, had ik deze aankoop ook gedaan.

Wat op de kar terechtkwam? Wel, een gele Magnolia en een aparte Viburnum. Ik zocht al een tijdje achter een uitgesproken gele Magnolia maar het mocht eens wat anders zijn dan de overbekende Yellow Bird, nochtans een hele mooie. Uiteindelijk viel ik voor de subtiele charmes van de Magnolia 'Daphne', waarvan de naamgeving en selectie door het Arboretum van Wespelaar gebeurde. Volgens dit document van Dr. Koen Camelbeke is 'Daphne' een zaailing van M. 'Miss Honeybee' x M. 'Gold Crown'. De gele bloemen van 'Daphne' houden heel lang en zorgen voor een spectaculaire bloei. De struik zelf blijft eerder compact, net wat ik zocht.

De aangeschafte Viburnum is de zeer winterharde Viburnum sieboldii 'Seneca'. Deze variëteit groeit eerder boomvormig (opgaand) en dus niet struikvormig zoals de meeste Viburnums. Het blad ervan geurt bij kneuzing en de weelderige witte bloemen worden gevolgd door oranje-rode bessen. Sieboldii doet allicht een belletje rinkelen? Want hebben we ook geen Clematis sieboldiani, een Hosta sieboldii, een Magnolia sieboldii en een Primula sieboldii? Inderdaad. Ik vroeg me af waar dat gesieboldii vandaan komt. Blijkbaar is het een verwijzing naar Philipp Franz von Siebold die zich in de 19de eeuw bezig hield met de bestudering van de Japanse fauna en flora.

Tot slot heb ik vandaag ook nog outdoor-fitnesstoestel op het internet besteld. Iets op twee wielen, met stalen messen en een handvat. Een 'stooterke' noemen  we dat hier maar op het factuur staat 'handmaaier' vermeld. Er rest hier nog zo weinig gras dat zo'n handmaaier volstaat. Geen lawaai, geen benzine of geen kabelgedoe. Back to basics. Wie van mijn blogvrienden of vaste lezerskern een zitmaaier kan gebruiken (wel wat oplapwerk nodig - Stiga/loodvrije benzine), kan hem voor niks komen opladen. Ook scholen met een afdeling basismechanica kunnen hun leerlingen fijn laten sleutelen aan deze gocart. Gewoon mailen.

update 16/5: Het TISP van Mol heeft de zitmaaier overgenomen (gratis) zodat de leerlingen er flink kunnen aan sleutelen (leerplan basismechanica). Succes ermee.

9 mei 2013

de Koninklijke Serres van Laken


Het is de laatste week dat de Koninklijke Serres van Laken toegankelijk zijn voor het publiek dus twijfelden we geen moment om er gisteren onze ogen eens goed de kost te gaan geven. Dit monumentaal pronkstuk van koning Leopold II is een waar meesterwerk van  Alphonse Balat. Geen mens kan onberoerd blijven bij de sierlijkheid waarmee hier ijzer en glas vorm werden gegeven. Nog meer dan de duizenden bloemen en planten zijn het deze serres in Art Nouveau, met de Wintertuin als topstuk, die een bezoek aan het Park van Laken de moeite waard maken.



Een uitgestippeld binnen- en buitenparcours beperkt je gang en wandel - je bevindt je dan ook op koninklijk domein (Filip en Mathilde wonen er) - maar brengt je wel langs de mooiste hoekjes en kanten. Wel jammer vond ik dat de mozaïeken zone onder de 30 meter hoge koepel van de wintertuin niet toegankelijk was want laat dat nu net de architecturale kers op de taart zijn. Tip: koop bij de ingang (Oranjerie) het boekje over de Serres (10 euro) want hierin staan prachtige foto's en bijzonder interessante weetjes over dit monument. Eentje geef ik al mee: om dit glazen paleis op temperatuur te houden wordt er jaarlijks zo'n 800.000 liter mazout verbrand.


 Een diamontage met mijn mooiste foto's van ons bezoek aan de Koninklijke Serres vindt u hier op YouTube. Bedankt om er eens gaan te kijken.

De Serres huisvesten niet alleen tropische of subtropische planten maar ook liefhebbers van Fuchsia's, Pelargoniums en Azalea's komen er aan hun trekken. Het was Leopold II zelf die de wens uitsprak dat deze Koninklijke Serres jaarlijks 20 dagen zouden opengesteld worden. Deze wens wordt tot op heden door elke koning nageleefd. Luidens een gesprek dat we hadden met een toezichthoudende agent zou het momenteel koningin Paola zijn die de groene vingers heeft. Hierin geholpen door zo'n 50 tuinierders.

kerselaar in de wind


Kerselaar in de wind, Park van Laken

Het had een schilderij van Claude Monet kunnen zijn. Toch is het een gewone foto, zonder nabewerking. Puur natuur. Het wazig, impressionistisch effect wordt verkregen door de vele roze bloemblaadjes die door de wind van de bomen geblazen worden. Als vrolijke vlokjes sneeuw dwarrelen ze naar beneden. Deze Japanse kerselaars bevinden zich naast de Koninklijke Serres in Laken. Ze staan op het uitgestippelde buitenparcours richting Japanse toren. Gekadreerd door een andere mooie Japanse kerselaar levert deze Japanse toren, net als de koninklijke Serres een bouwwerk van Leopold II, een echte 'prentkaart-foto' op.


Japanse Toren te Laken

De indrukwekkende Koninklijke Serres zijn nog te bezoeken tot en met zondag 12 mei. Wij bezochten ze gisteren (verslag met foto's volgt) en het is de moeite wat Alphonse Balat daar heeft neergezet. Voor liefhebbers van de Art Nouveau is het een niet te missen complex. Inkom: slechts 2,50 euro.

5 mei 2013

vuurgoudwesp

 een vuurgoudwesp in de blakende zon

De goudwesp is amper één centimeter lang waardoor hij gedoemd is om een onopgemerkt leven te leiden ware het niet dat zijn schitterende kleuren moeilijk aan speurende ogen kunnen ontsnappen. Zijn borststuk is fel blauw terwijl zijn achterlijf, alnaargelang de inval van het licht, bruin tot rood en paars kan aannemen. Deze gekke combinatie van twee kleuren lokte ook mijn aandacht evenals de bijzondere locatie van de 2 vuurgoudwespen die ik in mijn vizier kreeg: nabij en op het bijenhotel van bamboestokken. Geen toeval zo blijkt.

 vuurgoudwesp op onderzoek in bijenhotel

De larven van vuurgoudwespen parasiteren bij wespen- en bijenlarven. De vrouwtjes leggen daartoe hun eitjes in de nesten van bijen en wespen. Hun pantser beschermt hen tegen eventuele verdedigingssteken. De larven eten de bijenlarven op. De larven van het wespje verpoppen vervolgens in het ingedrongen nest.

Tijdens mijn observatie zag ik de vuurgoudwespen in en uit de bamboestokjes kruipen. Eentje vloog zich vast in een spinnenweb maar kon zich bevrijden. Ook het tweede liet zich vangen door een spinnenrag maar dat beestje heb ik bevrijd want mijn fotoshoot was nog maar pas begonnen. Twee weken geleden zag ik ook al een vuurgoudwesp speuren in spleten van opgestapeld hout.

Wie de bijtjes lokt en onderdak verschaft, krijgt dus ook zijn vijanden op bezoek of je dit nu graag hebt of niet. Wreed zo'n parasieten! Jawel. En sabotage! Want waren meer solitaire bijen niet het streefdoel? Ook dat klopt maar het hoort er allemaal bij. De natuur heeft zijn schone en lieve kanten maar ze is even vaak moordlustig en bloederig. Zelfs een beestje van één centimeter - en dus uitermate geproportioneerd om de meeste nestgangen binnen te dringen - blijkt allesbehalve poeslief.

De gelijkenis met mijn foto rechts is louter toeval.


4 mei 2013

natuurlijk parfum


Alle blikken zijn deze dagen gericht op de fruitboombloesems. Terecht, de kerselaars, de perenbomen en nu ook volop de appelbomen bloemen dit jaar bijzonder weelderig. Het tiental bomen in onze tuin is op zich al indrukwekkend, niet vragen hoe adembenemend schoon het in Haspengouw moet zijn. Om dat aan den lijve te ondervinden, trekken we in de namiddag richting Rullingen en Kuttekoven. Binnen een week zijn de hoogstammen de mooiste 'pluimen' reeds kwijt. Andere dingen op de agenda moeten schuiven. Dit jaar wil ik het bloesemfestijn niet missen.

Toch zijn er in onze tuin enkele bomen die niet moeten onderdoen voor de gekende fruitbomen. Ze bloemen even talrijk, zij het met kleinere bloemjes, maar als extra verspreiden ze een heerlijk parfum. Iedereen die door de tuin wandelt, vraagt het mij: wat ruikt hier toch zo goed? Wel, het zijn de inheemse vogelkersen, de Prunus padus. De bloemen ervan lijken op deze van wilde roosjes en ze staan in een tros gegroepeerd. Op de foto zie je dat het best sierlijke bomen zijn.


De bloesem van de inheemse vogelkers volgt hier deze van de krentenboompjes op. Hiermee zijn we zo'n 6 weken verzekerd van een intense witte gloed in de tuin. De zoete geur heeft veel weg van de parfummeesters sering en meiklokje maar is zachter. Je hoeft evenwel de bloemen niet tegen je neus te houden om ervan te kunnen genieten. Het hangt wijd verspreid in de lucht. Bij een tuinwandeling valt er niet aan te ontsnappen, gelukkig maar.

Deze vogelkers zorgt zelf voor nakomelingen via vallende bessen. Er hangen er zoveel aan dat de vogels niet alles opgesmuld krijgen. Tot nu toe heb ik nog geen enkele jonge boom gerooid maar op termijn zal ik er toch een deel moeten wegschenken. Ik merk dat deze week ook de seringen en meiklokjes gaan openkomen. Ik sta er nog steeds van versteld hoe zij in staat zijn zo'n prettige, intense geur te produceren. Sommige rozen en lavendel kennen er ook wat van - ik heb ooit een gevulde Austinroos (Gertrude Jekyll) gehad die kon wedijveren met een verse zak potpourri - maar toch hou ik het meest van een eenvoudige, ouderwetse sering of een groepje meiklokjes. Maar bij de bomen zie ik niet meteen een concurrent voor de geurende en rijkelijk bloemende vogelkers.


30 april 2013

tip voor een uitstap

Het nieuwe gemeentelijk infoblad heeft ons een mooi duwtje in de rug gegeven om van het opentuinen-weekend een succes te maken. In de UIT-bijlage werd een schoon stukje gewijd aan onze ecologische tuin. De foto werd, denk ik, van de blog geplukt en de tekst is van de hand van iemand van de Dienst Cultuur. De woordjes 'wegdromen ' en 'maar liefst' zou ik zelf nooit gebruiken. Ik zou het bescheidener formuleren. Toch bedankt voor de deugddoende geste.



29 april 2013

naar Hombeek

kerk van Hombeek
 De kerk van Hombeek

Voor de eerste maal in mijn tuinierdersbestaan bracht ik gisteren een bezoek aan de nationale plantenbeurs van België. Deze plantenmarkt rondom de sjieke kerk van Hombeek, nabij Mechelen, werd al voor de 23 ste maal georganiseerd en dat is te merken want het is uitgegroeid tot een puike organisatie. Ooit begon deze bloemenmarkt als een initiatief van de plaatselijke Sint-Maartenschool, die de overschot van het plantgoed uit de eigen schooltuin verkocht aan ouders en sympathisanten. Nog steeds is er een standje van deze school en de bloemen worden er verkocht aan extreem lage, sympathieke prijzen. Ik kocht er een damastbloem, een mooie bloem uit de kruisbloemfamilie en tevens waardplant voor de rupsen van het oranjetipje en het koolwitje.

Om de drukte te vermijden vertrokken we thuis reeds om 7.00 uur 's morgens en rond de middag waren we al terug. We parkeerden onze auto in het industriepark vlakbij Hombeek en - niettegenstaande er gratis pendelbussen ingezet waren - wandelden van hieruit naar de plantenmarkt. Op zo'n 10 minuutjes ben je er.

Behalve een bijzondere blauwe regen hadden we geen aankoopplannen, we zagen het eerder als een uitstap, een kennismaking met deze plantenbeurs. De gezochte Wisteria vonden we niet maar we gingen toch niet met lege handen naar huis. Naast de damastbloem kocht ik een Thalictrum 'Elin', een Zweedse kruising tussen de mooie T. Rochebrunianum en de T. flavum ssp. glaucum. Deze blauwgroen gestengelde ruit kan wel 3 meter hoog worden en is dus een ideale blikvanger voor in de tuin.

Mijn vrouw kocht 3 clematissen aan 10 euro (een koopje) waarvan 2 Clematis texensis 'Princess Diane'. Met deze sierlijke rode clematis hebben we goede ervaringen. Hij doet het prima in pot zolang hij niet te nat de winter in gaat. Ook 3 Gaura's (witte) nam ze mee naar huis. Gaura's zijn prachtige borderplanten maar ze overleven zelden de winter. Als je ze graag ziet, zit er niks anders op dan ze telkens opnieuw te kopen of ze binnen te laten overwinteren maar zelfs dan blijkt de fut er na 2, 3 jaar uit te geraken.

Behalve voor de plantenbeurs had ik ook oog voor de Sint Martinus-kerk van Hombeek, het kleine maar fijne parkje voor deze kerk en de Zenne die langs Hombeek stroomt. Op de markt sloeg ik nog een babbel met Jan Loos van de nog jonge natuurvereniging Landschap vzw, Vera van VELT-Mechelen (Facebookvriend) en -het kon niet missen- mijn neef Geert (met toebehoren) die geen enkele plantenbeurs zonder een hele rits bijzondere planten verlaat.

Op 1 mei staat Bokrijk nog op het programma. Het mag daar wel wat warmer zijn dan in Hombeek. 6, 7 graden is allesbehalve aangenaam.


27 april 2013

het oranjetipje

Zopas had ik het nog over de judaspenning en het oranjetipje. En ziedaar, als je van de duivel spreekt, zie je zijn staart. Vandaag het eerste oranjetipje gespot, een mannetje, vlakbij de judaspenning maar zittend op Spirea.

oranjetipje

(klikken op de foto voor een groter beeld)

Met zijn vleugels dicht was hij nauwelijks op te merken. Perfect gecamoufleerd met de gemarmerde onderkant van zijn vleugels. Als de zon erdoor kwam, opende hij zijn vleugels en dan verraadde hij uiteraard zijn zitplek. Let ook op zijn punkkapsel en de schone antennes. Een prachtvlindertje.

oranjetipje

(klikken op de foto voor een groter beeld)

Het vrouwtje van het oranjetipje heeft dezelfde onderkant maar de oranje tippen ontbreken. Oppervlakkig gekeken lijkt de bovenkant eerder op dat van een koolwitje. Ik ben blij met deze foto's want met mijn compactcamera ben ik tot zo'n 15 centimeter van dat beest moeten naderen om dit resultaat te krijgen. Het mag al eens meevallen.

Nog een laatste foto uit de reeks, om de goede camouflage te tonen:

oranjetipje

(klikken op de foto voor een groter beeld)



transitionele tuintafel

Het summum van zelfontplooiing en bevrijding is tegenwoordig wonen in een yurt, kakken op een humustoilet, zelfvoorzienend permaculturen en al je mentale besoignes oplossen via soundhealing. Neurie mee met de walvis en je depressies verdwijnen als sneeuw voor de zon. En als je een boompje plant, zorg dan dat je de bodem geen pijn doet. Al die beestjes in de bovenste laag mag je niet verstoren. Dat is slecht. En zaaien doen we vooral als het volle maan is en spiraalvormiggewijs. Een gerecht zonder eetbare bloemen is niet af en in je kleerkast hangen zeker enkele herstikte tafellakens. En hebt ge een hardnekkige ziekte, pluk dan wat herderstasje, hondsdraf en kleine weegbree. Rond de dag af met een gezamenlijke, innige knuffel.

Als doorwinterde alternativo, ecologist in hart en nieren, barrikadenman sinds dag en dauw en uitgesproken progressieveling met anarchistische trekken krijg ik hartritmestoornissen van wat ik de laatste tijd allemaal lees en hoor. De kwakzalverij en de nieuwe Religie -met geboden, verboden en dé enige echte waarheid - loeren om de hoek. Niks voor mij. Maar dit terzijde,  ik heb dus een tafel gemaakt en ze ziet er zo uit:


Het groene, geroeste onderstel lag al zo'n 20 jaar in onze tuin. We hebben het ooit meegenomen vanuit Hulst, de vroegere woonstee van die van ons. Wellicht is het  enkele decennia geleden gelast geweest in de technische school van Geel waar mijn schoonvader les gaf. Omdat er nogal wat ongelijkheden (lasbramen) op voorkwamen, werden deze met een ijzerschijf weggeslepen. De roest mag blijven.

Het houten tafelblad werd samengesteld uit planken van een afgedankte, openklapbare zandbak. Alle vijzen en scharnieren werden verwijderd, de planken werden met de wipzaag korter gemaakt en tot een blad samen geschroefd op 2 sterke latten die tegelijk netjes over het ijzeren kader passen. Het hout werd verder gelaten zoals het is, mooi vergroend en met de sporen van  de vroegere functie nog duidelijk zichtbaar. Snobs zouden het karakter en identiteit noemen.


Het tafelblad werd vervolgens, zo goed als mogelijk, op het ijzeren frame geschroefd. Dit recyclagetafeltje plaatsten we in de achtertuin nabij het nieuwe prieel. De drie stoelen werden van een aanhangwagen afgeladen. Deze stond klaar om naar het containerpark te rijden, dus kan gesteld worden dat de stoelen van de verbrandingsoven werden gered. Dat vond ik zo'n zonde.

Het geheel is een sober ensemble. Kostprijs: wat elektriciteit en vijzen. Mits een voormiddagje arbeid hebben we er nu een gezellig zithoekje bij. Neen, deze uithoek van de tuin werd niet getest op aardstralen. Wichelroeders zijn er niet aan te pas gekomen. Of het niet mooier zou zijn als er ook nog een overkapping van wilgentakken zou gebouwd worden? Ach, wat ooit alternatief, origineel en speels was, is al lang algemeen voorkomend. Voorgeschreven kost, één van de copy-pasteproducten uit de ecobijbel. Hoe langer hoe meer zie je overal hetzelfde. Gekloonde ecotuinen. Het zou niet mogen zijn.

Maar we kunnen er ook nog mee lachen. Als we tijdens een wandeling in een bos plots een takkenwal tegenkomen, weten we het zeker: Natuurpunt! Als lid van, mag ik dat zeggen. :)