23 april 2014

bessenwants

bessenwants op sierbraam (Rubus x tridel 'Benenden')

parend koppel

Geleidelijk aan probeer ik het klein grut en schorremorrie van onze tuin op naam te brengen. Dit lukt me maar in zoverre die beestjes voorkomen in mijn natuurgidsen of op overzichtelijke en goed geïllustreerde websites. De foto opladen in de zoekbalk van Google afbeeldingen kan tegenwoordig ook maar leidt bijna altijd tot hilarische resultaten. Zo kwam de Hulk eens tevoorschijn bij een beest met groene achtergrond. Zoekmachines moeten nog veel leren.

Vandaag zag ik een aantal paarse/wijnrode parende en solitaire wantsen in judaspenning en op een sierbraam. Schildwantsen, daar was ik snel uit want de bovenkant heeft veel weg van een schild. De stap naar bessenwants was niet zo moeilijk, verschillende natuurbloggers - Bart van eigenwijzetuin bvb. - hebben het beestje blijkbaar al eens eerder getoond.

De kleuren van het schild, evenals de tekening erop, zijn echt mooi. Al in 1758 heeft Linnaeus het beestje beschreven als Dolycoris baccarum.

vroeg uit de veren

voorste stuk van de achtertuin met omheinde zwemvijver (kinderen!)
Deze morgen ben ik om kwart na 6 opgestaan en vrijwel meteen de tuin in gegaan. Ik heb er wat naar de vogels geluisterd, in potten en pannen gekeken of er veel regen is gevallen - neen dus - en hier en daar even stilgestaan om naar het ochtendlicht te kijken.

Deze weken komen er in onze tuin zowat elke dag nieuwe bloemen en bijhorende geuren tevoorschijn: onze hoogstam appelaar met rode sterappels staat ineens in volle gloed en het gezoem is navenant, de bloemknoppen van de rode meidoorn en zijn buur, een rode paardenkastanje (Aesculus carnea 'Briotii'), zijn pas geopend, en dan zijn er nog de Geums en bergkorenbloemen, de Thalictrums, Deutzia's, hier en daar al wat rozen, onovertroffen heerlijk ruikende seringen, acrobatisch klimmende clematissen, azalea's en ook de Magnolia's geven niet af. De wilde planten laten zich ook niet onbetuigd: daslook, Robertskruid, look-zonder-look, stinkende gouwe, smeerwortel, viooltjes, éénbes, hondstong en vergeet-mij-nietjes.

de eenbes, je ziet meteen waar de naam vandaan komt

Overal valt wel wat te zien, vandaar dat ik zoveel als ik kan in de tuin of in de natuur vertoef. De laatste restjes van mijn loopbaanonderbeking wil ik zo intens mogelijk beleven. Nog elke dag ontdek ik nieuwe dingen. Er valt nog zo veel bij te leren. Vooral de bewoners van de tuin roepen meer vragen op dan antwoorden. Her en der kruipen wezens rond die hun plek in de boeken nog niet veroverd hebben. Sommigen leven onopgemerkt tussen de takken en mossen, andere hangen verstopt onder de bladeren en weer andere worden als hapje naar de nestkastjes gevlogen. Nog zoiets: de determinatie van wilde bijen, wespen en hommels, dat is ook sneller gezegd dan gedaan.

gele Magnolia
Ik vraag me af of het ik het nog wel kan keren tussen 4 muren. Hoe graag ik het werk ook doe, een mens is niet gemaakt om binnen te zitten en voortdurend de muffe geur van zweet en cartridges op te snuiven. De ingekaderde blauwborst verandert daar niet veel aan. Behalve wat reflecties in het glas zit daar weinig leven in. Zelfs als daar iemand binnenstormt, blijft hij rustig op zijn takje zitten. De opgehangen eekhoorn knabbelt al jaren op dezelfde dennenappel. Bloemen sterven er binnen de week. Beestjes worden plat gemept.  De slechtste zangers klinken het luidst. De koffie smaakt naar gevangenschap. Voor mijn boterhammen krijg ik 20 minuten de tijd. Soms wijst er iemand met zijn vinger op de horloge. Groen is de kleur van verf. Het leven is van karton. Zelfs de frisse wind ruikt naar asfalt. Respect, met wat geluk wordt het juist gespeld.

Buiten schijnt de zon. Een bont zandoogje wenkt.


22 april 2014

bukken loont

globaal beeld (links beneden een paarse vlek in het gras)
 Op paasmaandag wandelden we in Paal-Beringen door holle wegen en de vallei van de Zwarte Beek. We zagen heel veel weilanden vol met bloemen, meestal paardenbloemen en pinksterbloemen. Op één plek was er een lichtpaarse vlek van enkele vierkante meters in het malse gras. Je kunt dat laten voor wat het is maar bij mij komt natuurbeleving op de eerste plaats. Ik wil in zulke gevallen dan wel weten wat voor een bloemetje daar groeit. 

Best de moeite om even halt te houden
Dichterbij gekomen bleek het om een tapijtje mooie wilde bloemen te gaan die me wat aan het Robertskruid deden denken maar toch een heel ander blad hadden. 5 mooie bloembladen waarvan er 2 telkens zwart gevlekt zijn. Een lid van de ooievaarsbekfamilie, daar was ik wel zeker van maar wat precies? 


De detailfoto's die ik nam, die me trouwens versteld deden staan van de verfijnde schoonheid, leidden me tot de reigersbek. De Erodium cicutarium, samen met de vele Geraniums en Pelargoniums lid van de Geraniaceae. Iets "onnozel" maar ik wil maar aangeven dat het loont om je wandelingen langzaam te doen en af en toe te bukken.  De mooie reigersbek is een eenjarige wilde bloem die zich telkens verder dient te zaaien. De bijtjes vliegen er graag op want de reigersbek heeft wel wat nectar te bieden.

In de marge hiervan vond ik nog iets grappigs op Wikipedia: de benaming ooievaarsbek (Geranium) is afgeleid van het Griekse Geranos, wat kraanvogel betekent. De welbekende Pelargonium heeft zijn naam dan weer te danken aan Pelargos, wat ooievaar betekent. Erodios (reiger) zorgde gelukkig voor enige logica: Erodium en de reigersbek. De kraanvogel, reiger of ooievaar hebben alle drie een lange snavel, de vruchten van de Geraniaceae lijken daar wel wat op.



20 april 2014

bliksem


In het overgangsgebied van vlindertuin naar het bos staat al jaren een van de dood geredde treurbeuk, de groene Fagus sylvatica pendula. Tussen de grillige takken staande en naar de hemel turende, kan je met wat fantasie - en die heb ik soms in overschot -  het patroon van bliksem ontwaren. Om deze verbeelding wat in de verf te zetten, heb ik van zijn bijzondere takken eens een foto van genomen en deze in 'vuur en vlam' gezet. Ergens moet je me toch gelijk geven? Zo niet, even goede vrienden. Dat komt wel meer voor.

Met evenveel fantasie - daar ben ik weer - kan je in de blauwe regen boven onze garagepoort 'vuurwerk' zien. Geen ontploffingslawaai evenwel, maar het gezoem van bijen en hommels.

erop klikken om te vergroten



prima vlinderweek

De voorbije week heb ik me eens goed kunnen uitleven bij het zoeken naar insecten en bewonderen van vlinders. Het was een prima vlinderweek met de verschijning van een landkaartje als grootste verrassing. Er werd ook veel gebaltst en gepaard maar wat wil je met zo'n heerlijk weer, hoe zou je zelf zijn?

parend koppel koolwitjes

veel bonte zandoogjes aan de bosrand

citroenvlinder zuigt nectar uit judaspenning

jong landkaartje op de mispel

oranjetipje (vrouwtje) op judaspenning



18 april 2014

dikkoppen zijn net als mensen


Dikkoppen zijn net als mensen, als de zon schijnt willen ze allemaal op het zelfde stukje strand liggen.

(Beeld van onze poel tijdens de middagzon. Honderden dikkopjes troepen samen op de schuine zandstrook waar het water het warmst is. Hier en daar zwemt nog een dikkopje in het water maar het merendeel koekt samen op het 'strand' voor een zonnebad. Of je zou kunnen denken dat ze op de vlucht geslagen zijn voor een haai maar de poel is visvrij.)


17 april 2014

oog in oog


(gewone pad - Bufo bufo)



langsprietmot

langsprietmot, wellicht de smaragdlangsprietmot

In een ecologische tuin waar alle beestjes welkom zijn, kom je van alles tegen. Kleurrijke vlinders, vogels met mooie liedjes, een blauwe reiger (streek hier gisteren neer op het dak van ons fietsenkot), egels, kikkers, .... maar ook van die beesten waar velen de natuurlijke reflex bij hebben om ze meteen van kant te maken. Beter is het om dat 'ongedierte' eens van naderbij te bekijken, ze proberen op naam te brengen en te trachten er toch de schoonheid van in te zien.

Zo zit er tegenwoordig, en uitgesproken bij zonneschijn, een hele bende 'rare vliegen' in onze kornoeljehaag. Een stuk of honderd schat ik. Met wat foto's en opzoekwerk leerde ik dat het eigenlijk dagactieve nachtvlinders waren met de toepasselijke naam "langsprietmot", verwijzend naar de enorm lange sprieten of antennes op hun kop. En dan blijkt dat er bijna 20 soorten van langsprietmotten voorkomen, en zo beland je ineens van een stomme zwarte vlieg in een rijke wereld van motten

twee op een rij

Hoogstwaarschijnlijk - ik ben niet meteen een doctorandus in de langsprietmottologie - gaat het hier om de smaragdlangsprietmot. Een puntenknaller in het Scrabble, denk ik, maar benevens dat toch ook een sprookjesachtig mooie naam voor zo'n 'griezels'. Een stomme vlieg is gemakkelijker dood gemept dan een smaragdlangsprietmot. Uit kennis ontspruit respect.


15 april 2014

beet!

krabspin op de loer.... en beet!

Niet alleen de fruitbomen zijn blij met zo veel wilde bijtjes en hommeltjes. Laat maar komen denken ook de krabspinnen. Verscholen in de wilde judaspenning wordt er gewacht op het volgende slachtoffer. Nadat eerder een oranjetipje leeggezogen werd, zijn verse lichaamssappen welkom. Wat later heeft de krabspin beet. Een web spannen, daar houdt deze spin zich niet mee bezig. Hij is meester in camouflage en de verrassingsaanval. Aan de 'zwelling' van zijn achterlijf te zien, smaakt de maaltijd.


14 april 2014

doorwaskervel

Een vliesvleugelige (Bibio spec.?) op de Smyrnium perfoliatum of doorwaskervel

Voor mensen met een wat wildere, natuurlijk ogende tuin kan ik de introductie van doorwaskelver ten zeerste aanraden. Het is zo'n gemakkelijke plant. Jaren geleden kreeg ik van mijn neef een zakje zaad dat hij ergens kocht in een arboretum. Ik strooide het uit in de tuin, zonder bijkomende handelingen, en de doorwaskervel blijft maar terugkomen. Meer dan ooit. 

Als het zaad rijp is, verzamel ik een handje vol, doe een toertje door de tuin, laat hier en daar wat zaadjes vallen en het jaar daarop duiken de nieuwe plantjes op. Het zaad kiemt echt heel succesvol als je er onze winters over heen laat gaan. Geen serre nodig, zelfs water geven is niet nodig. Gemakkelijker kan niet.

Het geelgroene van doorwaskelver licht op in de borders

Doorwaskelver stoort nergens. Zijn bijzondere kleuren, van geel tot groen, ogen sierlijk en brengen licht in de tuin. Vooral aan onze bosrand staat hij beeldig. Je kan het kleurenspectrum goed vergelijken met vrouwenmantel en Euphorbia polychroma. Momenteel (foto) staan al heel wat planten in bloei en dat gaat toch enkele maanden door. Wat ik ook mooi vind aan doorwaskervel zijn de stengelomvattende bladeren. Zelf gebruik ik de doorwaskelver enkel voor zijn sierwaarde, maar ik lees dat hij ook in de keuken dienstig kan zijn. Planten die voor zichzelf zorgen en jaar op jaar de tuinman plezieren, hebben hier een streepje voor.


12 april 2014

animatie verzekerd


De zwartkoppen zijn sinds een dag of tien terug uit het zuiden. De dichte begroeiing en de gelaagde opbouw van onze tuin valt al enkele jaren in de smaak van de zwartkop. Zowel eentje met een zwarte kruin (foto) als met een bruine kruin - een mannetje en een vrouwtje dus -  zie ik overal opduiken. Velen vinden de zang van de zwartkop bijzonder mooi en melodisch. Ik ook. Met een roodborstje, een merel en een zwartkop in je tuin heb je gegarandeerd een van de mooiste koren van 't land in huis. Animatie verzekerd. 

Gisteren, en geheel toevallig, zag ik in onze mispel een zwartkopvuurkever. Ook een mooi beestje:



Babka overleden


Deze nacht overleed babka, de founding mother van mijn Oekraïense schoonfamilie en grootmoeder van mijn vrouw. Babka is 102 geworden. Babka verloor in haar leven naast haar echtgenoot ook 3 van haar 5 kinderen. Uitzonderlijk oud geworden maar ook heel veel meegemaakt.

Ter gelegenheid van haar 100ste verjaardag maakte ik een foto-album van het bijhorend feest. Een mooie herinnering aan deze bijzonder sterke vrouw.


8 april 2014

fotoreeks uit het Arboretum van Wespelaar


Het recent bezoek aan het Arboretum van Wespelaar zal me altijd bijblijven. De grote en wonderschone Magnoliacollectie heeft me met zijn kleurenpracht betoverd. Meer dan 200 foto's zette ik op de geheugenkaart als aandenken. Hoe mooi de foto's ook zijn, in het echt zijn de Magnolia's nog indrukwekkender. Om jullie een idee te geven wat ik er zag, maakte ik een selectie van de foto's, compileerde er een diareeks van en zette deze op YouTube. Hier is de LINK. Voor de beste beleving kies je de full-screen-modus.


Het Wespelaarse arboretum heeft heel wat meer te bieden dan alleen maar Magnolia's. Zo stonden er tijdens mijn bezoek ook prachtige sierkersen, sierappels en vaste planten in bloei. De collectie focust vooral op de genera Magnolia, Acer (esdoorn) en Rhododendron maar ook Quercus (eik), Fagus (beuk), betula (berk) e.a. kan je er vinden.  

Sinds kort ben ik ook begonnen met een bescheiden collectie van Magnolia's en daarom was de uitstap naar Wespelaar voor mij bijzonder interessant: ik zag er mijn jonge boompjes in het groot, leerde bij over de vele kruisingen en de vader-moeder-bomen die hierbij werden gebruikt en ik ontdekte er enkele soorten die ik nog niet kende ondanks hun sierlijk voorkomen. Het arboretum staat ook bekend om zijn vele geelbloeiende Magnolia's waarbij telkens de genen van de Amerikaanse M. acuminata de hoofdrol spelen. De gele 'Daphne', die ik voor mijn veldkapelletje plantte, is een selectie van Wespelaar.


De Magnolia's doen het in Wespelaar uitstekend  - de foto's spreken voor zich - en dat is volgens het Arboretum te danken aan de "zware, zure grond". Verwacht van Magnolia's evenwel geen schitterende herfstkleuren, aparte schorsen of bladvormen. Combineer daarom Magnolia's steeds met andere struiken en bomen die de (soms tegenvallende) bloeiperiode van de Magnolia's opvolgen en later op het jaar ook wat kleur in je tuin brengen. Enkele soorten hebben wel mooie vruchten, van ééntje heb ik een dia opgenomen in het YouTube-filmpje.


Je valt van de ene ontdekking in de andere, hier een voor mij 
volstrekt onbekende plant: de Illicium anisatum


5 april 2014

het wijfje

geen koolwitje maar het wijfje van het oranjetipje
Volgens vlindernet verschijnen de vrouwtjes van het oranjetipje 1 tot 2 weken later dan het mannetje. Hier zag ik het eerste mannetje op 25 maart jl. en vandaag merkte ik een vrouwtje op. Al moet ik toegeven dat ik eerst dacht dat het één van de vele koolwitjes was. Bij nader toezien, waarbij de geelgroene marmering aan de onderkant van de achtervleugels zekerheid bracht, bleek het om een oranjetipje te gaan. De vrouwtjes daarvan hebben helemaal geen oranje in hun vleugels. Ook sinds vandaag aanwezig en dit in grote aantallen zijn de langsprietmotten. De voelsprieten van deze beestjes zijn ongelofelijk lang alsof een klein beestje een lange smalle dennennaald met zich meesleurt.



stankgolf teistert Tessenderlo

prent uit De BELTenaar, het ledentijdschrift van BELT vzw

In Vlaanderen is er momenteel geen ontsnappen aan. Overal waar je komt hangt de geur van drijfmest in de lucht. De ene boer doet het wat beter dan de andere, toch kan men er niet naast rieken dat die excrementen van de intensieve veeteelt duchtig en intussen al weken aan een stuk, het lentefris gevoel naar de kl.... helpen. Hier is dat niet anders, al wekenlang lijkt het alsof de windrichting zodanig draait dat mijn geleeg, slaapkamers inclusief, altijd de volle laag krijgt. Alsof de beren uit de varkensstal om beurt de bedsprei besproeien. Varkensland Vlaanderen, zoals het niet beschreven staat in de toeristische brochures. 

Toch was het voorbije woensdag, 2 april, nog een pak erger dan dat. Ik rook het al in Veerle (gemeente Laakdal) toen ik van het Arboretum in Wespelaar huiswaarts reed. Thuisgekomen hing diezelfde misselijkmakende stank ook in de woning: rotte ajuinen, kattenpis ... zoiets maar dan duidelijk van industriële oorsprong. Looienaars weten dan hoe laat het is. Ofwel de mercaptanen van P.P. ofwel H2S, het giftige waterstofsulfide dat de grondstof voor mercaptanen is. Om 6 uur 's avonds hing de stank nog in ons huis. Geen twijfel mogelijk, Chevron Phillips - vroeger bekend en vooral berucht als Phillips Petroleum - heeft een enorme stankgolf veroorzaakt.

Vroeger haalde zo'n stankgolf ongetwijfeld de kranten. De milieugroep Beter Leefmilieu Tessenderlo liet dit niet passeren. Tegenwoordig heerst gelatenheid, temeer omdat de inwoners proefondervindelijk geleerd hebben dat de overheid multinationale bedrijven toch niets in de weg legt. Ze komen met alles weg. In een normaal en beschaafd land was Chevron Phillips in Tessenderlo al lang verleden tijd maar in Vlaanderen kan het dus dat zo'n bedrijf (en andere Sevesobedrijven!) nog steeds vlakbij het centrum ingeplant is. Behalve stank verspreiden leverde dit bedrijf ook de grondstof voor mosterdgas aan Irak (TDG), werd de exploitatievergunning door de Raad van State vernietigd maar even snel werd het gewestplan op-maat-van herkleurd, werd de uitslag van het heroïsch referendum genegeerd, konden alle inwoners van de Hofstraat ophoepelen en werd hun woning met de grond gelijkgemaakt. Om maar enkele smerige zaken te noemen.

Zelf heb ik dezelfde avond van de stankgolf klacht ingediend bij de milieudienst van Tessenderlo. Dat is het minste wat je kan doen. Niemand hoeft zoiets te pikken. Uit de afwikkeling van mijn klacht heb ik begrepen dat het bedrijf pas na een gelijkaardige klacht of melding op zoek gegaan is naar een "defect" en deze ook vrij snel vond. Zelf had men zogezegd niet in de gaten dat men verscheidene dorpen in de stank aan 't zetten was. Sensoren? Meettoestellen? Allemaal verstopte neuzen daar? Of hoopte men daar dat de mensen het wel op de boeren zou steken? 

Bij milieuklachten... laat van je horen: dit kan zowel bij de milieudienst van Tessenderlo (013661715 of e-mail) als bij de lokale politie. Tussen beide diensten zijn afspraken gemaakt voor de afhandeling van milieuklachten. Zonder klacht is er niets gebeurd!