4 februari 2011

Averbode Bos en Heide

Tot 2004 was het immens grote "Averbode Bos en Heide" een afgesloten privédomein. De prinsen de Merode bezaten tot dan het gebied. De Vlaamse Overheid vond de eigenaar bereid om te verkopen en vandaag verwelkomt Natuurpunt er alle natuurliefhebbers. Dit prachtig uitgestrekt gebied van 1500 ha is momenteel volop in transitie, met de tijd wordt het alsmaar mooier. Vorige week deed ik er voor het eerst een verkennende wandeling.


Natuurpunt wenst alle wandelaars welkom

Mijn interesse ging vooral uit naar de nieuw gecreëerde open ruimtes en de vele natuurlijke vennen die terug het zonlicht te zien kregen. Van begin af aan ben ik grote voorstander geweest van de kapping van de aanwezige Corsicaanse dennen (Pinus nigra). Deze dennen werden destijds aangeplant voor de mijnbouw (stuthout) en de houtwinning. Maar ze hebben één groot nadeel: deze donkere bossen zijn nefast voor de biodiversiteit. Behalve het pijpenstrootje en hier en daar een varen vond je er nauwelijks ondergroei. Het was een prima en erg stil wandelgebied, dat wel, maar voor natuurbeleving moest je er eigenlijk niet zijn. Ik vond het er saai, zoals alle monoculturen saai zijn.


wachten op de spontane kieming van heide

Met het natuurinrichtingsproject dat momenteel uitgevoerd wordt, worden deze uitheemse dennen gekapt waardoor het zonlicht volop zijn glansrol als levensbron kan uitspelen. De nog in de bodem aanwezige heidezaden gaan kiemen waardoor grote nieuwe heidevlakten tevoorschijn komen. Het water wordt niet langer afgevoerd maar opgehouden. Hierdoor ontstaan nieuwe vennetjes die libellen en waterjuffers aantrekken, die op hun beurt op het menu staan van de boomvalk. Ook zonnedauw zal heropleven. Inheemse bomen (eik, linde, berk, grove den) blijven behouden en hun zaden zullen nieuwe gemengde bossen opbrengen. De nogal agressieve Amerikaanse vogelkers wordt systematisch verwijderd. Eindresultaat: een kleurrijke, gevarieerde natuur waar iedereen kan van genieten.


de Bierhoeve

In vergelijking met afgesloten bossen, waar enkel jagers en houthakkers ronddoolden, is dit een enorme stap voorwaarts. Voor fauna en flora maar ook voor alle mensen die graag wandelen of van de natuur genieten. Al even interessant vind ik de zorg voor ons cultuurhistorisch erfgoed, soms ook wel 'relicten' genoemd. (Kenners zullen allicht wel op de hoogte zijn van de online Inventaris van het Vlaams Instituut voor het onroerend Erfgoed.) Eén van deze relicten is de zogenaamde Bierhoeve, vlakbij de Turnhoutsebaan in Tessenderlo. Dit boswachtershuis werd omstreeks 1850 gebouwd voor de houthakkers.


wandelen richting Tandpijnkapelletje

Averbode Bos en Heide wordt in het Noorden begrensd door het Netebekken (de Laak en Grote Nete. In het Zuiden vormt het Demerbekken (Winterbeek, Zwart Water en de Demer) dan weer een natuurlijke grens. Interessant is dat het gebied zich midden in het overgangsgebied Zuiderkempen-Hageland uitstrekt. Zelf ben ik nogal gefascineerd door de talrijke getuigenheuvels. Zo staat mijn eigen woonst tussen de Wetsberg/Groenpoort-heuvel en de Russelenberg/Hinkelenberg-heuvel.


Dit vennetje geeft een idee van het toekomstbeeld

Deze getuigenheuvels bestaan uit Diestiaansteen waarmee heel wat kerken, boerderijen en schuren werden opgetrokken. Onze streek kende dan ook enkele steengroeves. Tot ca. 1950 werd in het 'steenkot' van de Kelbergen in Schaffen nog Diestiaansteen gekapt. Op de Weefberg van Averbode werd nog tot 1945 steen gekapt voor werken aan de Abdij. Ook op het Grasbos te Diest en de Oosterbergen in Ham waren steengroeves.

De kerk, de dekenij en de Tiendenschuur van Tessenderlo werden zo opgetrokken uit deze bruine steen van eigen bodem. Maar ook de abdij van Averbode, de Sint-Sulpitiuskerk en de Begijnhofkerk van Diest hebben hun bijzondere uitstraling ten dele te danken aan deze ijzerzandsteen. Helemaal interessant wordt het als je bedenkt dat deze 'getuigenheuvels' in feite verharde zandbanken (aan mekaar geroest zand) zijn van de zogenaamde Diestiaanzee, en dan zitten we toch al zo'n vijf miljoen jaren terug in de tijd.


de abdij van Averbode

De bovenvermelde Weefberg in Averbode zal, net als de Bierhoeve, door het natuurinrichtingsproject worden geherwaardeerd. Dreven zullen worden heraangelegd en nieuwe avontuurlijke paadjes zullen het wandelen nog interessanter maken. Zo volgden we, even voorbij het Tandpijnkapelletje, een slalommend paadje tussen hopen pas gerooide rododendrons, om dan plots uitzicht te hebben op de vijvers van Averbode. Hier hoorden we voor het eerst een bijzondere vogel, de boomklever met name. Door de struiken ontwaarden we het pronkstuk van het gebied, de Abdij van Averbode. Onze dorst lesten we in het Vossekot. Maar hoef ik je nog te vertellen dat je in de zomer zeker ook een ijsje moet likken in de Dreef aan de abdij?

Via Okselaar wandelden we terug naar de toegangspoort tot Gerhagen (kleine parking aan de Turnhoutsebaan). Ik ben ervan overtuigd dat hier mooi werk werd geleverd met grote dank aan de Europese Commissie die hier 2 miljoen euro in pompte. Toch is er nog een grote vraag: na de inrichting volgt de instandhouding. Een heidegebied is een cultuurlandschap en blijft arbeidsintensief. Gaan er in de toekomst nog genoeg mensen en middelen zijn om deze herstelde heidelandschappen te bewaren?

Geen opmerkingen: