25 februari 2011

wandelen in de Marollen

Brussel is voor mij lange tijd een grote onbekende geweest. Buiten de Grote Markt, manneke pis, het atomium, de basiliek van Koekelberg, het dinomuseum en het gebied rond het koninklijk paleis was alles van horen zeggen of foto's uit de boekskes. Om eindelijk een einde te maken aan dit wijd gat in mijn cultuur, gingen we onlangs met de ganse kroost een weekendje Brusselen. Als uitvalsbasis kozen we voor Jeugdherberg Brueghel, neergepoot in de schaduw van de Kapellekerk.

De jeugdherberg naast de O.L.Vrouw-ter-Kapellekerk

Een betere ligging om Brussel te verkennen zal je moeilijk vinden. Vlakbij de Grote Markt, aan de rand van de Marollen, op wandelafstand van het station (ja, we kwamen met de trein) en ook de Grote en Kleine Zavel bevinden zich vlakbij. Alleen moet je vrede kunnen nemen met het concept 'Jeugdherberg': dit betekent dat je tijdens de middag buiten moet en dat het sobere ontbijt tussen 7 en 9 moet opgegeten worden. Bij een nachtje stappen, wellicht niet voor iedereen haalbaar.

Omdat er geen grote familiekamer beschikbaar is, werden we verdeeld over 2 kamers: eentje op het 2de verdiep en de andere op de derde verdieping. Beide kamers waren bij aankomst niet verlucht en stonken onaangenaam. Vensters meteen opengezet en toen beterde het wel. Maar de kamer van die van ons en de dochters, daar was wel meer mee mis. Het plafond en één van de muren waren behoorlijk beschimmeld. Mijn supergevoelige dochters vonden het maar niks en ze hadden deze keer gelijk. Deze kamer is niet beslaapbaar. Geen goed uithangbord voor de Vlaamse Jeugdherbergen. Komaan, doe er wat aan mensen!
Aan de Hallepoort

Uiteraard bezochten we alle Brusselse klassiekers. De schoonheid van de Grote Markt, toch één van de mooiste van de wereld, werd in detail bestudeerd. Manneke pis en Jeanneke, die gehurkt achter stevige tralies haar klein gevoeg doet, werden niet vergeten. Voor het eerst slenterde ik ook rond op de Grote en Kleine Zavel. De 48 mooie bronzen beeldjes van Paul Ankar kadreren deze gezellige groene oase op schitterende wijze. Via het borstbeeld van koning Boudewijn, blijkbaar nog de enigste van de familie die nooit zijn scheve schaatsen aantrok, bezochten we de nationale kerk van België, de Sint-Michiels en Goedele-kathedraal. De Beenhouwerstraat, het parlement, de Sint-Hubertusgalerijen, het voormalig warenhuis Old England, en zo verder -jullie kennen ze wellicht beter dan mezelf- ... zo goed als niks sloegen we over. Alleen het Jubelpark en de vele art nouveauhuizen, die spaarden we voor een later bezoek.

Het justitiepaleis en één van de vele Brusselse stripgevels in de Miniemenstraat

De tweede dag spitsten we ons toe op de Marollenwijk. We stippelden aan de hand van een stadsgids een allesomvattende wandeling uit, met vertrek aan de Hallepoort. Ik probeer me de middeleeuwse stadsmuren in te beelden waarvan de Hallepoort de enigste overgebleven poort is. Ik blijf het maar niet snappen waarom zovele steden ooit beslisten om stadsmuren en omwallingen te slopen. Bijna altijd kwamen er stadsringen (wegen) in de plaats, alsof deze niet naast de muren konden aangelegd worden. Echt dom en respectloos.

Rondneuzen op de vlooienmarkt

Via de Hoogstraat wandelden we naar de gekende vlooienmarkt op het Vossenplein. We passeerden op de hoek met de Sistervatstraat een heel aparte sociale woonwijk, de Cité de Rasière. De 7 woonblokken met duidelijke art nouveau-invloeden zijn echt de moeite waard om aandachtig te bekijken. Alleen is er een sluikstortprobleem. Op de stoepen liggen afzichtelijke hopen vuilniszakken en afgedankte rommel. Het waarschuwingsbordje dat er een fikse boete in de lucht hangt, heeft geen enkel effect. Ik vind het zielig dat deze charmante woonblokken zo ontsierd worden.

een wel heel aparte sociale wijk, de Cité de Rasière

Op het Vossenplein namen die van ons en de kinderen rustig de tijd om de rommelmarkt te bezoeken. Geen koopjes te doen, hoorde ik achteraf. Zelf verkoos ik om de oude brandweerkazerne aan de Blaesstraat (1863, Joseph Poelaert) te bewonderen en een blik te werpen op het interieur van de Kerk van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt. Deze neoromaanse Kapucijnenkerk dateert van 1854 en, naar ik verneem, komen hier nog heel wat kerkgangers. De buitengevel sprak me meer aan dan de binnenkant.

bijtanken in Het Warm Water (met oxfam-koffie)

In de Vossenstraat verpoosden we in het eetcafé 'het Warm Water'. We dronken er oxfam-koffie en warme choco. Mijn rondspeurend oog viel op een mooie zwartwit-foto aan de muur achter ons tafeltje. Een oud gesjaald dametje (of is het een heer?) biedt haar koopwaar aan op de rommelmarkt. De foto ademt sfeer uit. Een flyer van het eetcafé leert me dat vroeger in de Marollen, niet iedereen de luxe had om zelf kokend water te maken. De kruidenier zette daarom "een grote koperen ketel op een houtskoolvuur. Zodra het water kookte, riep de kruidenier 'Werm Woeter'. Op deze woorden kwam er een hele stoet huisvrouwen af, gewapend met koffiepot of een andere kookpot".


De kindertuin van Victor Horta

Vooraleer we via de Miniemenstraat de lift naar het justitiepaleis instapten, deden we een klein zijsprongetje in de Sint-Gisleinstraat. Je vermoedt al waarom: inderdaad, hier staat een vrij onopvallend bouwwerk van Victor Horta, de in 1895 gecreëerde kindertuin. Het bijhorend infobord leert me dat dit schooltje het eerste openbare project is waarmee Horta werd belast.

een met Kwik en Flupke opgefleurde blinde gevel

Onze geslaagde wandeling eindigde op het Poelaertplein nabij het megalomane justitiepaleis. Op deze heuvel stonden vroeger de stadsgalgen en vele arme zielen zouden er nog begraven liggen. Het plein biedt een mooi uitzicht over Brussel. In de verte zien we het atomium, wat korter bij de spitse toren van het stadshuis en de kerk naast onze jeugdherberg, die blijkt zich echt vlakbij te situeren. Ik ben stevig onder de indruk van de middelbare school die in gele en rode baksteen werd gemetseld tegen de bergflank van het Poelaertplein.

Bij het justitiepaleis (Leopold II, 1866) met de opgeblinkte koepel zelf, krijg ik een dubbel gevoel. Architectonisch en bouwkundig zeker een huzarenstuk maar het intimiderend karakter ervan overheerst naar mijn smaak. Een groot stuk van de authentieke Marollen werd ervoor afgebroken. De armste Brusselaars, waaronder marktkramers, prostituees en bedelaars werden dakloos en konden voorgoed ophoepelen. Het symbool van de Belgische Rechtsstaat onderstreepte meteen dat de sociaal zwakkeren geen rechten hebben. Klassejustitie vanaf de fundering.

In de stadsgids lees ik dat 'wie de echte Marollen nog wil bezoeken, zich moet haasten'. Bij de geplande art nouveauwandeling (ondermeer in Elsene en op de Ambiorixsquare) komen we zelf zeker nog eens terug. Brussel heeft ons gecharmeerd. We hebben een schone hoofdstad.


23 februari 2011

ik draag geen bont

1 van de nieuwe affiches tegen pelsdierenleed

Doe zoals 17 bekende Vlamingen : zeg nee tegen pelsdierenleed, draag geen bont. Met deze boodschap is Gaia een nieuwe campagne gestart om mensen bewust te maken van het dierenleed voor bont dat minder opvallend verwerkt is, bijvoorbeeld in de kraag of de mouwen van jassen.

"De bontindustrie probeert de mensen te verleiden met kleding die slechts gedeeltelijk uit bont vervaardigd is, jassen waarin echt bont veel minder opvallend verwerkt is in de kraag of de mouwen. Mensen slaan daar minder acht op, of beseffen niet dat ze op die manier nog echt bont dragen. Maar ook dat bont teert op dierenleed en kost dierenlevens."

Uit een enquête uitgevoerd in 2009 door IPSOS in opdracht van GAIA, blijkt dat 87% van de Belgen voor een wettelijk verbod op bontkwekerijen gewonnen is (79 % in 2004). België telt nog 19 pelsdierkwekerijen, alle gelegen in Vlaanderen. GAIA ijvert voor een wettelijk verbod op pelsdierkwekerijen. In Groot-Brittanië en Oostenrijk zijn pelsdierkwekerijen al verboden. In België bestaan enkel nertsenkwekerijen. Voor een jas die helemaal van bont gemaakt is, zijn veertig tot zestig nertsenvachten nodig.

Voor bont worden wereldwijd tientallen miljoenen vossen, nertsen, chinchilla’s, wasbeerhonden, bevers en vele andere pelsdiersoorten anaal geëlectrocuteerd, vergast, verdronken, doodgeknuppeld en op nog andere wrede manieren gedood. Om van hun pelzen bontjassen te maken. In België worden elk jaar in 19 kwekerijen 150 000 nertsen opgesloten in kleine draadgazen kooien van 80 cm x 30 cm x 30 cm (enkele schoendozen groot). Daarin vertonen ze uit frustratie en verveling neurotisch gedrag : voortdurend herhaalde, doelloze bewegingen, agressief gedrag, staartbijten en andere vormen van zelfverminking. Na acht maanden worden de nertsen vergast.

Ook in ons land moeten nertsen, die gekweekt worden voor bont, veelal in smerige en onhygiënische omstandigheden leven. Nergens is een zachte ondergrond voorzien, behalve in het slaapgedeelte. De nertsen steunen steeds met hun pootjes op de draadgazen ondergrond. Ze rennen heen en weer in de veel te kleine kooi en springen tegen de wanden op. Sommige nertsen vertonen zwaar neurotisch gedrag: ze draaien minutenlang met hun hoofd doelloos in het rond, zijn apathisch geworden of reageren nog nauwelijks.

Nertsen zijn wilde dieren. Hun leefgebied in de natuur bestrijkt 4km2. Daar leven nertsen solitair en vertoeven ze vaak in het water. In gevangenschap zitten ze opgesloten met 4 à 9 nertsen in krappe kooien zonder zwemwater of welke afleiding dan ook.

Meer informatie op www.gaia.be , hier kan je ook de andere affiches bekijken of downloaden.

(bovenstaande tekst komt uit de bijhorende campagnetekst.)


19 februari 2011

in memoriam: Hundertwasser

Op 19 februari 2000 overleed Friedensreich Hundertwasser, vandaag precies 11 jaar geleden dus. Hij overleed op 71-jarige leeftijd aan boord van de Queen Elizabeth II in de Stille Oceaan ter hoogte van Nieuw-Zeeland aan een hartaanval. Lezers van deze blog weten dat ik nogal hoog oploop met deze Oostenrijker en meer bepaald met zijn bizarre, natuurvriendelijke bouwwerken. Vorige zomer deden we een eerste Hundertwasserronde in Duitsland en Oostenrijk. In het echt is het allemaal nog zoveel mooier. Als eerbetoon aan Hundertwasser een drietal foto's uit de honderden vakantiefoto's.

Kuuroord, Bad Blumau (tussen Graz en Wien)

aan de ingang van het Kunsthaus Wien

Bad Soden (Duitsland), het allereerste Hunderwasserproject dat we in "levende lijve" te zien kregen. Wonderbaarlijk mooi, een droom om er te mogen wonen.

Ondertussen plan ik een tweede Hunderwasser-vakantie want er valt nog veel te zien. Ook Wenen verdient een tweede bezoek. De binnenkant van het Kunsthaus Wien, met de permanente tentoonstelling van Hundertwassers tekeningen en schilderijen, staat op het programma.

16 februari 2011

duiken met de klas

De fysicales van onze oudste dochter was gisteren wel heel bijzonder. Om de wet van Archimedes proefondervindelijk te leren begrijpen, trok de klas naar het zwembad van Diest. Hier kregen de leerlingen een duikpak en zuurstofflessen. De regionale TV, ROB, was erbij en schoot volgende beelden:

links de dochter, wel in beeld maar niet aan het woord

Plezant was het in ieder geval. Of ze de leerstof nu al dan niet beheersen, zal later blijken op het rapport. In ieder geval is dit wel het soort onderwijs waar we mijns inziens veel meer naar toe moeten. Weg uit de klassen en leren uit de praktijk.

9 februari 2011

nieuw fototoestel

Jarenlang heb ik plezier beleefd aan mijn Canon Powershot S50. Meer dan 1000 foto's die ik met mijn trouwe bondgenoot trok, hebben hun plaatsje gekregen op muggenbeet. Compact en klassebak-toestel. Maar helaas, hij heeft zijn beste tijd gehad. Na zovele jaren van intensief gebruik zit de sleet er echt op. Te vaak haperen, de scherpstelling die niet meer doet wat ik ervan verwacht, het schuifklepje dat er bijna afligt, shots missen als het snel moet gaan,... .

Eén van de laatste foto's met de gehavende S50, een zelfportret.

Daarom werd het tijd voor een nieuw toestel. Wat ik zocht, vond ik opnieuw bij Canon. De powershot SX 210 IS heeft alles wat ik nodig heb: gemakkelijk om mee te nemen, een beeldstabilisator (ontbrak op de S50), vergaande zoommogelijkheden, een goede prijs/kwaliteitverhouding (mede dankzij mijn broer alias de Canondealer) en eenvoudig in gebruik. In 99% van de situaties zet ik mijn fototoestel op 'automatisch' en van de Powershotreeks weet ik dat die stand zelden ontgoochelt.

Uit de drie beschikbare kleuren, zwart-bruin-of paars, koos ik voor onderstaand toestel. Het is niet omdat je grijze haren hebt dat je niet jong van geest kunt zijn.
besteld en binnen enkele weken de mijne.

7 februari 2011

winterbloeiers in actie

Nu de vriestemperaturen reeds enkele dagen achterwege blijven en ook de zon zich af en toe laat zien, hebben de winterbloeiers hun bloemetjes op hun schoonst opengezet. De gele kornoeljes en de roodbloeiende Parrotia persica hebben nog enkele dagen warmte nodig en dan zullen ook zij deze vrolijke bende vast en zeker vergezellen. Naast de Viburnum bodnantense 'Dawn', de Prunus subhirtella 'Autumnalis Rosea', enkele paarsbloeiende krokussen en de paarse dovenetel vond ik vanmiddag volgende bloemetjes:

toverhazelaar, oranjebloeiend (nog niet gedetermineerd wegens fout gelabeld in de winkel)

de winterzoet of Chimonanthus praecox, een heerlijk geurende winterbloeier.

winterakoniet, nieuwe knolletjes in de tuin

frisgeurende winterbloeiende kamperfoelie, Lonicera fragrantissima

Slechts 1 nieuwe aankoop deze winter: Hamamelis x intermedia 'Aphrodite', een andere oranjebloeiende toverhazelaar. Zijn lintbloemen beginnen zich nu pas te ontrollen. Als hij openstaat, zal ik zeker een foto op het net wieren. De (zogenaamde) mooiste van alle hamamelissen, de Pallida, heeft in mijn tuin dit jaar bijzonder weinig bloemen. Ik denk dat ik hem een zonnigere plaats moet geven. Het lijkt erop dat hij wat wegkwijnt en dat laat ik niet gebeuren.

(De bloempjes van de winterzoet en de winterkamperfoelie hangen normaal neerwaarts gericht, voor de foto heb ik de tak van de winterzoet tussen mijn vingers gedraaid en het takje van de kamperfoelie heb ik afgeknepen en in een klimoprank gestoken. 't Is maar dat ge't weet)


4 februari 2011

Averbode Bos en Heide

Tot 2004 was het immens grote "Averbode Bos en Heide" een afgesloten privédomein. De prinsen de Merode bezaten tot dan het gebied. De Vlaamse Overheid vond de eigenaar bereid om te verkopen en vandaag verwelkomt Natuurpunt er alle natuurliefhebbers. Dit prachtig uitgestrekt gebied van 1500 ha is momenteel volop in transitie, met de tijd wordt het alsmaar mooier. Vorige week deed ik er voor het eerst een verkennende wandeling.


Natuurpunt wenst alle wandelaars welkom

Mijn interesse ging vooral uit naar de nieuw gecreëerde open ruimtes en de vele natuurlijke vennen die terug het zonlicht te zien kregen. Van begin af aan ben ik grote voorstander geweest van de kapping van de aanwezige Corsicaanse dennen (Pinus nigra). Deze dennen werden destijds aangeplant voor de mijnbouw (stuthout) en de houtwinning. Maar ze hebben één groot nadeel: deze donkere bossen zijn nefast voor de biodiversiteit. Behalve het pijpenstrootje en hier en daar een varen vond je er nauwelijks ondergroei. Het was een prima en erg stil wandelgebied, dat wel, maar voor natuurbeleving moest je er eigenlijk niet zijn. Ik vond het er saai, zoals alle monoculturen saai zijn.


wachten op de spontane kieming van heide

Met het natuurinrichtingsproject dat momenteel uitgevoerd wordt, worden deze uitheemse dennen gekapt waardoor het zonlicht volop zijn glansrol als levensbron kan uitspelen. De nog in de bodem aanwezige heidezaden gaan kiemen waardoor grote nieuwe heidevlakten tevoorschijn komen. Het water wordt niet langer afgevoerd maar opgehouden. Hierdoor ontstaan nieuwe vennetjes die libellen en waterjuffers aantrekken, die op hun beurt op het menu staan van de boomvalk. Ook zonnedauw zal heropleven. Inheemse bomen (eik, linde, berk, grove den) blijven behouden en hun zaden zullen nieuwe gemengde bossen opbrengen. De nogal agressieve Amerikaanse vogelkers wordt systematisch verwijderd. Eindresultaat: een kleurrijke, gevarieerde natuur waar iedereen kan van genieten.


de Bierhoeve

In vergelijking met afgesloten bossen, waar enkel jagers en houthakkers ronddoolden, is dit een enorme stap voorwaarts. Voor fauna en flora maar ook voor alle mensen die graag wandelen of van de natuur genieten. Al even interessant vind ik de zorg voor ons cultuurhistorisch erfgoed, soms ook wel 'relicten' genoemd. (Kenners zullen allicht wel op de hoogte zijn van de online Inventaris van het Vlaams Instituut voor het onroerend Erfgoed.) Eén van deze relicten is de zogenaamde Bierhoeve, vlakbij de Turnhoutsebaan in Tessenderlo. Dit boswachtershuis werd omstreeks 1850 gebouwd voor de houthakkers.


wandelen richting Tandpijnkapelletje

Averbode Bos en Heide wordt in het Noorden begrensd door het Netebekken (de Laak en Grote Nete. In het Zuiden vormt het Demerbekken (Winterbeek, Zwart Water en de Demer) dan weer een natuurlijke grens. Interessant is dat het gebied zich midden in het overgangsgebied Zuiderkempen-Hageland uitstrekt. Zelf ben ik nogal gefascineerd door de talrijke getuigenheuvels. Zo staat mijn eigen woonst tussen de Wetsberg/Groenpoort-heuvel en de Russelenberg/Hinkelenberg-heuvel.


Dit vennetje geeft een idee van het toekomstbeeld

Deze getuigenheuvels bestaan uit Diestiaansteen waarmee heel wat kerken, boerderijen en schuren werden opgetrokken. Onze streek kende dan ook enkele steengroeves. Tot ca. 1950 werd in het 'steenkot' van de Kelbergen in Schaffen nog Diestiaansteen gekapt. Op de Weefberg van Averbode werd nog tot 1945 steen gekapt voor werken aan de Abdij. Ook op het Grasbos te Diest en de Oosterbergen in Ham waren steengroeves.

De kerk, de dekenij en de Tiendenschuur van Tessenderlo werden zo opgetrokken uit deze bruine steen van eigen bodem. Maar ook de abdij van Averbode, de Sint-Sulpitiuskerk en de Begijnhofkerk van Diest hebben hun bijzondere uitstraling ten dele te danken aan deze ijzerzandsteen. Helemaal interessant wordt het als je bedenkt dat deze 'getuigenheuvels' in feite verharde zandbanken (aan mekaar geroest zand) zijn van de zogenaamde Diestiaanzee, en dan zitten we toch al zo'n vijf miljoen jaren terug in de tijd.


de abdij van Averbode

De bovenvermelde Weefberg in Averbode zal, net als de Bierhoeve, door het natuurinrichtingsproject worden geherwaardeerd. Dreven zullen worden heraangelegd en nieuwe avontuurlijke paadjes zullen het wandelen nog interessanter maken. Zo volgden we, even voorbij het Tandpijnkapelletje, een slalommend paadje tussen hopen pas gerooide rododendrons, om dan plots uitzicht te hebben op de vijvers van Averbode. Hier hoorden we voor het eerst een bijzondere vogel, de boomklever met name. Door de struiken ontwaarden we het pronkstuk van het gebied, de Abdij van Averbode. Onze dorst lesten we in het Vossekot. Maar hoef ik je nog te vertellen dat je in de zomer zeker ook een ijsje moet likken in de Dreef aan de abdij?

Via Okselaar wandelden we terug naar de toegangspoort tot Gerhagen (kleine parking aan de Turnhoutsebaan). Ik ben ervan overtuigd dat hier mooi werk werd geleverd met grote dank aan de Europese Commissie die hier 2 miljoen euro in pompte. Toch is er nog een grote vraag: na de inrichting volgt de instandhouding. Een heidegebied is een cultuurlandschap en blijft arbeidsintensief. Gaan er in de toekomst nog genoeg mensen en middelen zijn om deze herstelde heidelandschappen te bewaren?

30 januari 2011

het tandpijnkapelletje

Tijdens een flinke winterwandeling in het gebied Averbode Bos en Heide, dat nog tot 2004 een afgesloten privédomein was, stootte ik in de buurt van de Bierhoeve op het Tandpijnkapelletje. Dit kleine kapelletje met de heilige Apollonia bevindt zich op de as Kapel van de Zeven Weeën (Turnhoutsebaan) - abdij van Averbode. Ge kunt niet missen, je komt maar één dikke lindeboom tegen.


de heilige Apollonia met trektang

Apollonia houdt in haar rechterhand een trektang vast. Zoiets prikkelt uiteraard mijn nieuwsgierigheid: martelde ze graag of werd ze gemarteld? En waarom precies een trektang? Met zo'n vragen kan je altijd op heiligen-net terecht. Van heiligen weten ze daar alles af.

Apollonia van Alexandrië heeft haar feestdag op 9 februari. Ze zou op latere leeftijd, nog steeds maagd zijnde, gefolterd zijn omdat ze weigerde haar geloof in Christus af te zweren. Zo zouden al haar tanden uit de mond geslagen zijn en -volgens een andere bron- ook haar kaakbeen verbrijzeld zijn. Toen haar beulen een brandstapel voor haar klaarmaakten, sprong ze uit eigen beweging in het vuur (249 N.C., Christenvervolging ten tijde van keizer Decius).

De heilige Apollonia is daarom patrones van de tandartsen, tandtechnici en alle lijders aan tand- en kiespijn. Mensen met tandpijn of kindjes wiens melktandjes uitvallen, kunnen zich tot haar richten. Ook Achterbos (gemeente Mol) is al sedert de 17de eeuw een bedevaartsoord voor de heilige Apollonia.

(Op Klaproos vind je een mooie herfstfoto van dit kapelletje, en wie er niet genoeg van krijgt, vindt hier nog een sfeervolle winterfoto)


ruimte voor natuur



Sterke beelden voor meer ruimte voor natuur.
31 aug. 2006, Stichting Natuur en Milieu

29 januari 2011

nieuw drukwerk: het WCboek

Het eerste wat ik doe als we ergens op een camping arriveren, is de toiletten controleren. Zijn ze proper? Zijn er genoeg? Is er papier? Stinkt het er? Niets is zo vervelend dan met de tippen van je sloefen op het laatste proper plekje van een volbescheten Turks toilet je evenwicht te bewaren. Of met een exploderend maagstelsel te staan aanschuiven -vijf wachtenden voor u- om uiteindelijk te kunnen neerzitten op een pot waarvan het porselein gelijkt op het gezicht van een veldritrenner die twintig rondes in de modder heeft geploeterd. Of, na een voedselvergiftiging te hebben opgelopen, een persoonlijke versie van Fanta te hebben nagelaten om dan te ontdekken dat er geen wc-papier voorhanden is. De persoon net voor u, zat blijkbaar met hetzelfde probleem, zo aan de pop-art op de muur te zien.


Het pas verworven WC boek van uitgeverij Thoth Bussum

WC's hebben me altijd al meer geïnteresseerd dan restaurants. En ik ben er in mijn leven al heel wat tegengekomen die niet zouden misstaan in het WCboek van Morna E. Gregory en Sian James, 2 vrouwelijke freelancers uit Vancouver. Erg vieze exemplaren, zoals op de camping van het ex-Joegoslavische Kupari waar enkel een krachtige hogedrukreiniger af en toe soelaas kwam brengen of bij de vele Aires naast de Franse Route du Sud, zeg maar gerust de Route de la Merde. Bijzonder basic toiletten ook, zoals op ons KSA-kamp in Stamproy (een kot in de grond met 2 boomstammen over) of de lege cementzak vanop de bouw destijds. Goed mikken was hier de boodschap. Maar ik heb ook erg mooie toiletten benut en bewonderd. Eigenlijk te mooi om er je broek bij af te trekken.


de Hundertwasser-toiletten in Kawakawa

Zo heb ik erg genoten van de Hundertwasser-toiletten op onze reis naar Oostenrijk vorig jaar. De wc's van het Kunsthaus Wien, het wegrestaurant van Bad Fischau en het kuuroord Bad Blumau zijn stuk voor stuk de moeite waard om een bezoek te brengen ook als je niets hoeft achter te laten. Ook in Nieuw-Zeeland heeft Friedensreich Hundertwasser excentrieke openbare toiletten gebouwd. Dankzij deze toiletten ontvangt het stadje Kawakawa (en niet Kakawawa!) busladingen nieuwsgierige toeristen. Niet om hun persoonlijke bijdrage te leveren aan het rioleringsnet maar wel om hun ogen eens flink de kost te geven. Eigenlijk is dit te gek voor woorden maar als Hundertwasser-freak begrijp ik het volkomen. Ik vond het dan ook van goede smaak getuigen dat de auteurs van het WCboek niet voorbijgingen aan deze bijzonder kunstzinnige en kleurrijke toiletten.


eenworden met de natuur op deze Nieuw-Zeelandse buisWC

Het WC-boek, "een onderhoudende reis langs toiletten over de hele wereld", is uitgegeven op formaat 17x15 en bevat heel wat mooie foto's vergezeld van vlot lezende toelichtingen. Alle werelddelen komen aan bod en dat biedt een heerlijk overzicht aan fecale eindbestemmingen. Het fotoboekje vangt aan met een leerrijke geschiedenis van het toilet. Wie eet, moet ook ontlasten. Daarom is het goed dat er, naast het overaanbod aan kookboeken en lijstjes met eetgelegenheden, ook eens een boek verschijnt over de private kamertjes. Wie niet eet, sterft. Wie zijn afvalstoffen niet kwijtgeraakt, sterft ook.


het hurktoilet (Roussillon), nachtmerrie van de toeristen

Met de toename van de wereldbevolking (planetaire veestapel) is een ernstige wetenschappelijke bestudering van de globale kakhuishouding geen overbodige luxe. Waar blijven we met deze miljarden kilo's shit per jaar? Kan iedereen ongebreideld zijn gang blijven gaan of moeten er ook hier plafonds worden opgelegd? Moeten kookrecepten, naast de versheid van de ingrediënten en smaakervaringen, ook niet worden beoordeeld op hun resterende excreties? Moeten de inspecteurs van de Gault Millau of Michelin, behalve in de keuken, ook hun kop eens niet in andere potten steken? Antwoorden op deze vragen biedt het WCboek niet, maar desalniettemin is het zeker interessant genoeg om het met aandacht te doorbladeren. Bij ons heeft het alvast een plekje veroverd op de salontafel.


23 januari 2011

Jo's verjaardag


De zoon des huizes verjaart vandaag. 14 jaar. Dat wordt gevierd met de familie.

de Cuylhoeve

Op uitnodiging van een nicht van Kristien en haar man schoven we gisteren onze benen onder een knus tafeltje in restaurant de Cuylhoeve. Alhoewel deze zaak uit Winkelomheide (Geel) op slechts 10 kilometer van onze woonst gelegen is, had ik er nog nooit van gehoord. Het was bovendien ook de allereerste keer in mijn leven dat ik in een sjiekere zaak mijn honger ging stillen. Het was op alle vlakken een enorme meevaller.

het visitekaartje

De Cuylhoeve werd in 1979 uit de grond gestampt in Winkelomheide. Lady Chef 1999, Monique Rutgeerts, helpt haar zoon Bart en zijn ploeg bij het creëren van de menu's. Op onze vraag werden de gerechten aangepast omdat we enkel vegetarisch eten. Dit bood de kok de mogelijkheid om zijn fantasie aan te spreken. Hij deed dit met brio want hij verraste ons de ganse avond. Ander eetgelegenheden bakken vaak snelsnel een spiegelei of laten gewoon het vlees van het bord en dan heb je gehad. De kok van de Cuylhoeve serveerde ons een smaakvol 7-gangenmenu op niveau.

Punten die me erg bevielen: een vriendelijke ontvangst en uitgeleide, een erg vlotte bediening aan de tafel (2 meisjes en een sommelier), de met kunde geselecteerde wijnen werden regelmatig bijgevuld, de groenten waren vers en de broodjes en desserten huisbereid, de vegetarische recepten werden met zorg en liefde uitgewerkt (met ondermeer schorseneren, witloof, paddenstoelen waarbij ook geraspte truffel, wortels en knolselder) en de geserveerde porties waren goed uitgebalanceerd. Ook zoetebekjes kunnen er hun hart ophalen, zelf was ik met wat minder ook tevreden geweest. Het toefje kruisbes bij de ijs, dat is iets om ook thuis eens uit te proberen.

Iets voor middernacht keerden we voldaan en met een culinaire ervaring rijker terug naar huis. Over het kostenplaatje kan ik niet veel zeggen omdat onze tafelgenoten ons dit eetavondje cadeau hebben gedaan, waarvoor nogmaals mijn dank. De wielerliefhebbers kan ik nog meedelen dat ook Tom Boonen er rondliep en, jawel, Lore was er ook. De Cuylhoeve heeft ons aangenaam verrast en de kok leverde het bewijs dat je, om lekker en gevarieerd te eten, helemaal geen geslachte of afgeschoten dieren in de pan hoeft te leggen.

(Dit artikeltje werd geschreven zonder het kutwoord 'cuisson' te gebruiken)


16 januari 2011

Zichem-Scherpenheuvel-Zichem

Het grote wateralarm was net afgeblazen. Verzuipen zat er niet in en het weer viel ook wel best mee: geen regen en zo'n 11°C. Best aangenaam voor een 15de januari. Een ideaal moment om nog eens een stevige wandeling te doen in het Hageland. Ik koos als leidraad voor de Oude-Spoorwandeling zoals ik die vond op wandelroutes.org.. Een groot gedeelte ervan loopt over de oude spoorwegbedding van de afgeschafte trein naar Scherpenheuvel. Tevens wandelen we dan enkele kilometers naast de Demer op, zodat we toch nog kunnen kennismaken met de 'kracht van het water'.


De Zichemse Maagdentoren met natte voeten

Onze wagen parkeerden we aan het stationnetje van Zichem. Vlakbij bevindt zich de Maagdentoren uit de 14de eeuw. Veel is er momenteel niet aan te zien want omwille van de recent opgestarte restauratiewerken is de voormalige donjon volledig ingepakt met stellingen en kapot gewaaide plastic. De toren gaf een trieste aanblik, zeker nu hij met zijn voeten in een ondergelopen weide lijkt te verzuipen.

Ik kan alleen maar hopen dat de herstellingswerken wat opschieten. Donjons zijn een geval apart in onze bouwgeschiedenis en zijn zeker de moeite waard om te koesteren. We hebben in onze streek nog 2 hele mooie, die van Horst en Rotselaar met name, maar een ronde woontoren is zeldzaam. Sinds 1999 is de uit ijzerzandsteen opgetrokken donjon -zeg maar ruïne- eigendom van het Vlaamse Gewest. Het is de bedoeling dat de bouwvallige toren wordt 'geconsolideerd' en dat er met een nieuwe trapconstructie toegang wordt verleend tot een uitkijkplatform. Ook de omgeving van de toren wordt volledig heraangelegd.


In de verte duikt de basiliek van Scherpenheuvel op.

Als je aan de Maagdentoren staat, zie je de stalen spoorwegbrug over de Demer. Vanaf hier wandelden we over de oude spoorwegbedding tot in Scherpenheuvel. De demerbroeken zijn flink ondergeschoten en bewijzen hun nut als natuurlijk waterreservoir. Het landschap wordt geleidelijk aan heuvelachtiger. De Demer vormt zowat de scheidingslijn tussen de Kempen en het Hageland en dat is er aan te zien.

Alhoewel onze wandelroute de basiliek van Scherpenheuvel links laat liggen, besloten mijn vader en ik om toch tot aan dit bedevaartsoord te stappen. Het is zeker 20 jaar geleden dat ik er nog was geweest, wat een schande! Via de zompige landweggetjes van de Bedevaartsroute waren we in een mum van tijd aan de Kruisweg aan de achterkant van de basiliek. Het verraste me dat daar nog resten van een klooster te vinden waren, iets waar ik nooit van gehoord heb. Ook de zogenaamde Barokgang was compleet nieuw voor mij. Het is duidelijk dat ik aan een behoorlijke update toe ben.


De basiliek van Scherpenheuvel

Ook de basiliek staat nog gedeeltelijk in de steigers. Toch zijn hier de restauratiewerken zo goed als achter de rug zodat alleen het inkomportaal nog onttrokken wordt aan mijn nieuwsgierige blikken. Ook de nabije omgeving werd succesvol onder handen genomen.

Volgens de informatie die ik in De Pelgrim kon vergaren, zou alles begonnen zijn met een Mariabeeldje dat aan een eik was opgehangen. Een Zichemse kapelaan schrijft hierover al in 1304. De legende wil dat een herdersknaap het beeldje wou wegnemen en terplekke verstijfd achterbleef. Pas toen zijn meester het beeldje terughing, kon de jongen weer bewegen. Het bewijs was geleverd dat Maria in Scherpenheuvel wilde blijven en er vereerd wilde worden.

In 1609 werd onder impuls van aartshertogen Albrecht en Isabella (Spaans bewind) begonnen met de bouw van de huidige koepelkerk. De plannen werden getekend door architect Wenceslas Coebergher. De bouw werd voltooid in 1627 en de inwijding gebeurde in aanwezigheid van Isabella. De basiliek geldt als eerste barokkerk in de Nederlanden. Het is de moeite om de kerk van binnen en van buiten te bezichtigen. Loop zeker ook door de kapellen rond de centrale gebedsruimte en bewonder er de biechtstoelen en schilderijen.

Na ons bezoek dronken we een tas koffie met vanillewafel in De Pelgrim (vriendenprijsje: 1,5 euro) en zochten we wat later de spoorwegbedding weer op om onze wandeling verder te zetten.


Terug richting Zichem langs de Demer

We wandelden door de dennenbossen van het Heidebos en passeerden via de Spechtstraat heel wat vijvertjes en aftandse weekendverblijven. Vrij snel stonden we terug op de dijk van de Demer. De rivier stroomde met een ongezien krachtig debiet richting Dijle en Rupel. Nog zo'n dertig centimeter aarden wal bedwingt de Demer. We doen een babbeltje met een buurtbewoner die vertelt over de overstroming van de watermolen even verderop en de vele hondenkakken die het wandelpad ontsieren. Een gans vliegt op.


De watermolen en de stuw van Zichem

Voor de laatste kilometers wandelden we stroomopwaarts de Demer richting de kerk van Zichem. De ondergelopen demerbroeken leveren fotogenieke beelden. We houden halt aan de 'bekende' Zichemse watermolen (1771), waarvan ik het bestaan niet eens kende. Zowel in de eerste 'De Witte' van 1934 als in de verfilming van Robbe de Hert in 1979, fungeert deze molen als decor. De huidige eigenaars hebben de watermolen gerestaureerd maar het rad draait jammer genoeg niet meer rond. De uitzonderlijke hoogte van het water wordt me duidelijk als ik mijn eigen foto's vergelijk met de foto's op deze molensite.

Scheepsvaart is er niet meer op de Demer maar dat is ooit anders geweest. Door een aantal stuwen werd het waterniveau voldoende diep gehouden zodat handelsschepen, zeker in droogteperiodes, niet vast kwamen te zitten. Het blauwe emaillen bord aan de huidige artsenpraktijk herinnert aan deze periode. Ook in Zichem, waar momenteel de verkrotting lelijk toeslaat, zou een belangrijke lakenhandel hebben bestaan.

De wandeling wordt afgerond aan de Sint-Eustachiuskerk. Ook deze kerk werd gebouwd met de typische ijzerzandsteen. Pronkstuk van de kerk is het 'oudste glasraam van België' (1387). Liefhebbers van de Witte van Zichem vinden vlakbij de kerk een beeld van de Witte gezeten in de nek van Ernest Claes.

(Totale lengte van de wandeling, met zijsprong naar de basiliek: 11 km)

12 januari 2011

trop, c'est trop

Op onze brievenbus hangt al jaren de sticker 'geen reclamedrukwerk aub'. Er staat wel degelijk 'aub' op en niet 'verdomme'. Een wezenlijk verschil! Wat ik wil duidelijk maken, is dat we het toch vriendelijk vragen. Maar... telkenmale als er een nieuwe rondbezorger wordt ingezet, wordt onze gleuf volgepropt. Is de man in kwestie nu té gehaast of kan hij niet lezen? In ieder geval wordt die grote berg papier ongevraagd bij ons achtergelaten, een vorm van sluikstorten als je 't mij vraagt.

Deze week was het weer van datte. In plaats van het allemaal stante pede in de doos met papier te kieperen, heb ik er eens in zitten neuzen (ik weet het, precies waar de reclamebonzen stiekem op gehoopt hadden).

Zie ik dat goed? Een boekje van Opel? Eentje van Mitsubishi? Nog eentje van Renault? En nog een, en nog een, .... TIEN reclameboekjes van automerken! En dat allemaal op dezelfde dag in de brievenbus gedumpt. Mensen toch, kan het wat minder?

Tien autofolders op 1 dag in de brievenbus.... blijkbaar komt het autosalon er weer aan.

lachen met Neveneffecten

Sinds vorige maandag zit Neveneffecten op Eén met hun gloednieuw programma Basta. Ik had de eerste uitzending gemist maar ondertussen circuleren al heel wat filmpjes op facebook en Youtube. Omdat het 'Mobistar-filmpje' zo goed is, wil ik het graag met jullie delen. Ik heb me rot gelachen. Heel grappig om te zien hoe Neveneffecten de security van Mobistar aan het lijntje houdt. Van het zelfde laken een broek geven, het kon niet beter in beeld worden gebracht. Ferm filmpje en een origineel idee.



Neveneffecten wordt gevormd door Jelle De Beule, Koen De Poorter, Jonas Geirnaert en Lieven Scheire.

9 januari 2011

mooie gevels

Ook gisteren trok ik weer naar Diest. De dreigende regenvlagen en kille wind konden me niet tegenhouden. Op het programma: de stadswallenwandeling, de 2 refugehuizen en een ontdekkingstocht naar mooie gevels. 150 foto's blikte ik in op 2 uren tijd. In Diest is het digitale fototijdperk een zegen. In mijn eigen gemeente, Tessenderlo, breken ze alles van architectonische waarde af. Onze bouwgeschiedenis wordt verpulverd en vermalen tot steengruis.

Ik zou geen goede blogger zijn als ik jullie niet zou laten meegenieten van al dat Hagelands schoons. Deze keer beperk ik me tot 4 foto's uit mijn gevelcollectie. Gevels boeien me enorm, als gewezen 'bouwvakker' maar ook als architectuurliefhebber. Ik let op de vormgeving, op de uitstraling, de bouwperiode, de gebruikte bouwmaterialen maar ook op de moeilijkheidsgraad om de gevels te metsen.

En het mag gezegd, in Diest, het stadje aan de Demer, is toch wel een en 't ander te vinden, ook buiten de bewonderenswaardige Grote Markt (Hier staan de mooiste gevels). Toch valt het me op dat niemand er de moeite doet om zijn kop eens omhoog te draaien en stil te staan bij zoveel, gratis te bewonderen, bouwKUNST.

Wat vindt ge er nu zelf van?

De Minderbroederspoort met het St.-Jansbeeld

Alhoewel er voor de poort een parkeerverbod geldt, stond er natuurlijk toch weer een auto duchtig in de let om een mooie foto van het geheel te maken. Gelukkig was het geen dubbeldekbus zodat ik toch het mooiste gedeelte kon inblikken. Deze poort (1762) verleende toegang tot het gesloopte Minderbroedersklooster. Het St.-Jansbeeldje dateert van rond 1500.

2 gevels vlakbij de St.-Sulpitiuskerk

De St.-Barbarakerk of Kruisherenkerk

Deze kerk werd voltooid in de periode 1664-1667. Voor het bouwen van deze sobere barokkerk werd naast de ijzerzandsteen (een lokaal product dat gehouwen werd uit de zgn. getuigenheuvels) ook gewone gebakken baksteen gebruikt. Boven het indrukwekkende glasraam prijkt het wapenschild van de Augustijnen, de opdrachtgevers van deze kerk.

België op zijn 'best'

Vlakbij de Kruisherenkerk van hierboven staan heel wat fraaie woningen. Hun sierlijke gevels passen perfect bij de voorgevel van de kerk. Ze lijken er wel nazaten van. Toch heeft ooit iemand de toestemming gegeven om tussen de barokke kerk en deze woningen een appartementsblok neer te poten (zie foto). Zonde. Ons landje van 1001 regeltjes en voorschriften kan op sommige momenten toch pokkeblind zijn voor hetgeen er echt toedoen: sfeer, karakter en eenheid. Op zo'n moment kan ik me inwendig heel kwaad maken.

Maar zo'n kemel doet natuurlijk geen afbreuk aan de schoonheid van Diest. Alleen moet je het kunnen verdragen dat je soms het idee hebt dat je in Tessenderlo rondloopt.

7 januari 2011

basiscursus ecologische siertuin

foto: Ludo Rutten

Muggenbeetlezers (uit mijn regio) die hun bestaande tuin willen omvormen naar een ecologische siertuin of ecologische tuinierders die zich in deze boeiende materie willen verdiepen, kunnen binnenkort starten met een basiscursus siertuin van VELT. De VELTafdeling Beringen-Leopoldsburg-Ham & Tessenderlo start immers op maandagavond 21 februari e.k. met een 5-delige lessenreeks.

Lesgever is de gekende Mollenaar War Smeyers. De lessen gaan door in het CC van Leopoldsburg op 21/2, 21/3, 18/4 (uitzonderlijk in De Griffel te Hulst-Tessenderlo), 16/5 en 14/11. De inkom bedraagt slechts 2 euro per les.

Voor meer informatie of bevestiging deelname: een mailtje naar de voorzitter Mathieu Gysen (mathieugysenathotmail.com). De kans dat je me daar tegen het lijf loopt is groot... of had ik daar beter over gezwegen. :)