27 oktober 2010

vier generaties naar Voeren

Ter gelegenheid van de gouden jubilee van mijn ouders werd het idee opgevat om met alle nakomelingen tesamen met de 'feestvarkens' een weekendje Voeren te doen. Mijn oudste broer stippelde een interessant programma uit met als uitvalsbasis de jeugdherberg van Voeren. Hoewel het twee sombere en bijwijlen natte dagen werden, was iedereen erg tevreden over het weekend. De Voerstreek is dan ook iets van het mooiste wat Vlaanderen te bieden heeft.

mijn ouders voor de enige echte grenspaal

Vanuit Tessenderlo zetten we koers naar Vaals, de Nederlandse kant van het drielandenpunt Duitsland-Nederland-België. We beklommen er de 50 meter hoge Boudewijntoren -zelf verkoos ik de lift- van waarop je een mooi uitzicht op Aken en het land van Herve hebt. Jammer genoeg was de wind zo sterk en koud dat het niet echt genieten was.

Het drielandenpunt is zeker voor onze Hollandse vrienden een bijzondere stek. Enkele decameters van de geografisch correcte grenspaal bevindt zich het hoogste punt van Nederland; 322,5 meter hoog is de top van de Vaalserberg. Ook natuurliefhebbers komen er aan hun trekken. Het gebied tussen Vaals en Gulpen werd door de Stichting natuur en milieu gekozen als mooiste landschap van Nederland.

En de historici onder ons herinneren misschien dat het drielandenpunt ooit een "viergrenzenpunt" was. Ook Neutraal Moresnet had zijn meest noordelijke grens op de Vaalserberg.

bovenaan, jeugdherberg De Veurs te Sint Martens Voeren

In de namiddag trokken we naar De Veurs, de pas gerenoveerde jeugdherberg in het centrum van Sint Martens Voeren. De kamers werden verdeeld en de bedden opgemaakt. Met 26 stuks 'Rutten' , waaronder ook de allerkleinste Ella (vierde generatie), kwam de jeugdherberg snel tot leven. De gemiddelde leeftijd van de aanwezigen daalde met onze groep flink richting 'jeugd' want de meeste andere overnachtingen waren geboekt door al wat oudere mensen die al wandelend of per fiets de Voerstreek kwamen verkennen.

Voor het avondmaal, dat rond 6 uur was voorzien, maakten we met de ganse groep een eerste kleine wandeling in Sint Martens Voeren. Alhoewel de trip slechts 5 slijkerige kilometers lang was, kroop hij toch flink in de kuiten. De klimpartij was echt niet te onderschatten. Onderweg merkten we op dat het er krioelde van de wilde bosrank (clematis vitalba), sleedoorn en meidoorn. De vogels kwamen zichtbaar geen eten te kort en dat hoopten we ook voor onszelf. "Frit" was er aangekondigd....

de eerste wandeling rond Sint Martens Voeren

... maar wat er uiteindelijk op de wel heel lange tafel belandde waren gebakken patatjes in schil vergezeld van witloof in hesp en kaassaus. Een wel erg gewaagd gerecht als de tafels vol kinderen zitten. Voor de 6 vegetariërs onder ons was er een apart heet ovenschoteltje voorzien zonder hesp. Ik vond het bijzonder lekker. Witloof is iets wat je moet leren eten. De kinderen hadden het er wat moeilijker mee. Het potje yoghurt dat als dessert werd opgediend, was voor ons, echte Kempenaars, dan weer niet meteen een culinair hoogtepunt.

de tweede dag werd er door een selecte groep stevig gewandeld
op de achtergrond de 23 meter hoge spoorwegbrug (1ste W.O., Duitsers)

Om negen uur 's avonds ging ik als allereerste van de hoop mijn bed opzoeken. Alhoewel ik erg moe was, heb ik niet zo goed geslapen. Het éénpersoonsbedje was nogal aan de kleine kant en ook de matras was harder dan die van thuis. Maar mij hoort ge niet zeuren, de kamer was proper en had een eigen douche en toilet. Ook het uitzicht op het kerkje en de sierlijke betonnen boogbrug van Sint Maarten Voeren was erg bekoorlijk.

Zoals bij alle jeugdherbergen werd ook hier verwacht dat je rond 10 uur 's morgens je kamer ontruimd hebt. Dit was geen enkel probleem. Om 10 uur hadden we alle 26 al lekker ontbeten, waren onze boterhammen voor de lunchpakketten gesmeerd, hadden we alle valiezen netjes in de auto's getast en snoerden de wandelaars onder ons hun wandelschoenen stevig aan.

Het grootste deel van de groep verkoos om op zondagmorgen een bezoek te brengen aan de ambachtelijke markt van Aubel. Ik stapte mee met het select groepje wandelaars dat door het magnifiek glooiend landschap van de Voeren en het Land van Herve de abdij van Val-Dieu ging opzoeken. Het werd een prachtige wandeling met een heleboel mooie vergezichten en erg fraaie holle wegen. Hier en daar vonden we gaten die door mijn vader als dassenburcht werden herkend.

de brouwerij van de abdij van Val-Dieu

Rond de middag en goed nat geregend arriveerden we aan de abdij. Deze Cisterciënzer-abdij in de vallei van de Berwinne dateert van de 13de eeuw. In de lente van 2001 verlieten de laatste monniken de abdij. Sindsdien wordt de abdij bewoond door een christen geloofsgemeenschap. Terwijl zowat iedereen, ook de marktgangers, zich gingen opwarmen in de bijhorende staminee, wandelde ik naar het park van de abdij waar zich een aantal kanjers van loofbomen bevinden. Ik stootte meteen op een klein bijgebouw waar ik een milde hopgeur opsnoof. Aan de vaten te zien moet het de brouwerij van Val-Dieu geweest zijn.

In de jeugdherberg dronk ik de bruine Val-Dieu (8°) en geloof me, het is niet alleen een stevig biertje met een rijke traditie het is heel zeker ook lekker bier. Een prima "abdijbier", maar gebrouwen door leken. Jammer genoeg heb ik er geen voorraad van ingedaan. De verdelers ervan zijn naar verluidt niet dik gezaaid.

de toegang van het Fort van Eben-Emael

Als afsluiter van het weekend bezochten we het indrukwekkend Fort van Eben-Emael nabij Kanne. De twee wereldoorlogen boeien me al jaren en het bezoek aan dit fort was voor mij dan ook bijzonder interessant. Een aantal familieleden kenden het fort van in "De Smaak van De Keyzer". Deze TV-reeks is evenwel volledig aan me voorbijgegaan.

Dit fort werd gebouwd tijdens het interbellum (1932-1935) met als doel de invalswegen van Maastricht en Visé te beschermen. Verspreid over een oppervlakte van maar liefst 150 voetbalvelden liggen hier 17 bunkers. Tevens werd er in de mergelberg een ondergrondse kazerne gebouwd, 60 meter onder de top. Het fort werd als oninneembaar beschouwd, dé trots van het Belgisch leger, maar helaas.... de Duitsers veroverden het fort in een mum van tijd door de aanval in te zetten vanuit de lucht, met grote zweefvliegtuigen die landden op het dak van het fort.

Proper was deze aanval niet want op dat moment was er hoegenaamd nog geen officiële oorlogsverklaring. Daarbij was het voor de Belgische soldaten verwarrend dat de zwevers, zonder enig kenmerk, kwamen aangevlogen vanuit Tongeren, het binnenland dus, en niet vanuit Duitsland. Dé grote misvatting evenwel was dat het Fort werd gebouwd vanuit de ervaringen van de eerste WO. De tweede wereldoorlog was evenwel niet meer een oorlog van forten, paarden en landtroepen maar wel een oorlog van tanks en vliegtuigen.

het ondergrondse fort met zijn eindeloze gangen is indrukwekkend

Met gans de familie bezochten we onder leiding van een gids het ondergrondse gangenstelsel en de binnenkant van de kazematten. De gids maakte er geen geheim van, hij vond de Duitse aanval maar een laffe aanval. Ook over het vernietigend effect van de holle ladingen (bolvormig springtuig) wijdde hij deskundig uit. In de onderaardse stad verbleven maar liefst 1200 militairen. De vzw die het fort restaureerde en levendig houdt heeft tevens een prachtig museum opgebouwd. Pronkstuk is één van de Duitse zweefvliegtuigen. Een bezoek is meer dan zijn geld waard maar hou er rekening mee dat je er toch minstens 2 volle uren moet voor uittrekken en dat er heel wat trappen moeten beklommen worden. Een goede conditie kan geen kwaad.


Het dak van het Fort, een prima landingsbaan voor de Duitse zweefvliegtuigen

Na de aankoop van de DVD en de wandelkaart (zie het als steungeld) sloten we met een beperkte groep het weekend af met een prachtige wandeling op het fort (een deel van de Sint Pietersberg in feite). Je merkt meteen dat het dak van het fort prima dienst kon doen als landingszone voor de zweefvliegtuigen. Eens geland was het voor de goed getrainde Duitse commando's een fluitje van een cent om het Belgisch geschut uit te schakelen. Zelfs ik zou het kunnen. De kracht van de Duitse aanval lag in het verrassingseffect... de Blitzkrieg was geboren.

De wandeling biedt op punt 4 een verbluffend uitzicht op de Maasvallei. Je staat er 60 meter boven het Albertkanaal en je hangt er met je neus bovenop de sluis van Ternaaien. Aan de linkerkant herken je Maastricht, aan de rechterkant ontwaar je Visé. De bovengrondse wandeling eindigt aan de ingang van het fort en is ongeveer 3 kilometer lang.

In de vroege avond waren we allemaal terug thuis. Iedereen tevreden en zeker voor herhaling vatbaar. Voor die van ons en de drie oudsten moest -denk ik- het hoogtepunt evenwel nog komen. Zij reden die avond rechtstreeks naar Luik, waar hun voetbalclub (Standard) om zes uur een match moest spelen. Het werd een moeilijke zoektocht naar het stadion vernam ik. Van gans de familie blijken wij nog de enige levende zielen te zijn zonder GPS, vandaar. Het nut ervan werd dit weekend duchtig bewezen al heeft kaartlezen wel zijn charme.

4 oktober 2010

een eikel groot

Deze namiddag, terwijl ik onder onze kastanjebomen over het zachte mos dartelde als een jong reetje, viel mijn oog op een klein oranje paddenstoeltje. Op het eerste zicht waren het 2 steeltjes waarvan het hoedje afgevallen was. En er stonden opvallende knobbeltjes op, minuscule wratjes. Enkele meters verder vond ik nog zo'n gek tweetal.

een zwammetje niet groter dan een eikel

Het is de eerste maal dat ik deze gekke verschijning in mijn tuin terugvind. Zoals dat gaat met bloggers die een beetje zot zijn, haalde ik mijn kodakje om er een foto van te nemen. Want voor je het weet, is de zwam alweer verdwenen. Omdat mijn toestel nauwelijks kan inzoomen en er ook geen telelens kan opgeschroefd worden, ging ik er zo lang als ik ben en op mijn buik bijliggen. Wat grassprieten rondom weggeplukt en er een eikel en een kastanjebolster bijgelegd om een goed beeld te hebben van de precieze grootte van het paddenstoeltje. Veel scherper krijg ik de foto's niet. Maar je ziet toch goed de wratjes en het schitterend oranje dat fel afsteekt tegen het mosgroene tapijt.

een rupsendoder

De determinatie ervan was niet gemakkelijk omdat ik mijn natuurgids ben kwijtgespeeld. Een oranje koraalzwam is het zeker niet. Gelukkig bracht een oude paddenstoelengids met zwart-wit tekeningen uitsluitsel. De prima determinatietabel leidde me tot de rupsendoder. De rupsendoder, het insect, kende ik al. De zwam niet. Deze rupsendoder blijkt te parasiteren op vlinderpoppen die in de grond zitten. De pop wordt door de schimmel helemaal verteerd. Via de wratjes op de paddenstoel worden de sporen verspreid.

Toch weer een mooi cadeau van moedertje natuur. Geen mosbestrijdingsmiddelen gooien, niet bemesten en niet te veel maaien en wie weet, krijg je deze gekke paddenstoel ook wel in je tuin.

2 oktober 2010

buiten is 't fijner dan binnen

De voorbije weken heb ik in mijn vrije tijd nauwelijks achter een computer gezeten. Veel bloggen zat er niet in, de schrijfsels van mijn favoriete bloggers bleven evenwel niet ongelezen. Dit betekent niet dat ik met mijn 'luie klos' altijd in de zetel heb gelegen, al blijft het een van mijn favoriete bezigheden. Neen, ik ben buiten in actie geschoten. Ik heb de smaak van "de bouw" terug te pakken en schep genoegen in het creëren van nieuwe dingen , kleine veranderingen in onze tuin.

de nieuwe waterleliepoel na de aanplanting

De waterleliepoel is ondertussen afgewerkt en de aanplanting rondom aangebracht. Uit mijn vaders 'varentuin' kreeg ik nog grote zoden gele dovenetel, dalkruid en lievevrouwebedstro. Ook een joekel van een moesdistel kreeg ik cadeau. Die ruilhandel is nog zo'n slecht idee niet. Deze nieuwe zone kan nu volop zijn gang gaan en de waterleliepoel toont zich ondertussen bijzonder gastvrij om libellen en amfibieën een gezond en visvrij onderkomen te bieden. Vandaag nog circuleerde een blauwe glazenmaker minutenlang over het water. Meer van dat!

het schaduwterras voor de aanpassingswerken

Omdat ik de smaak te pakken had, heb ik in het bosje achter de zwemvijver ook een bestaand bakstenen vloertje onder handen genomen. Tijdens de heetste dagen van de afgelopen jaren heb ik ondervonden dat een knusse zithoek in de schaduw nog een gemis was. Een ruimte om in de koelte een krant te lezen of een frisse pint te pakken. Een stukje tuin waar de zon je niet te grazen kan nemen.

Het bestaande vloertje dat ik ooit in mekaar flanste met een overschot aan stenen, werd ontdaan van de wilde marjolein en kleine maagdenpalm. De grond rondom werd een schup diep uitgegraven en gevuld met pure witte lommelzand. Geen cement deze keer. Alle stenen die nog ergens op mijn grondgebied rondcircelden werden bijeengezocht om herbruikt te worden. Om de voorziene oppervlakte volledig vol te krijgen, kocht ik nog enkele betontegels (15x15x4cm) bij.

Met een zware hamer en een klein truweeltje klaarde ik de klus. Steen per steen in mekaar gepuzzeld, zonder enig terugkerend verband, zonder ooit een waterpas ter hand te nemen. Puur op het gevoel, met de bestaande grondslag als leidraad. Scheef liggen of uit de pas waren deze keer geen bezwaar. In Wenen zag ik dat Hundertwasser de 'rechte lijn' ook in de vloeren en bestrating liet voor wat ze is. Ik vond dat mooi en allesbehalve storend. Voor een natuurlijk effect zijn creativiteit en fantasie veel belangrijker dan breedtes, lengtes, hoeken en kwadraten.

het resultaat, na twee avondjes knutselen

Denk niet dat zo'n puzzelstuk met een vijftal verschillende stenen en tegels zonder recht te moeten liggen, sneller vooruitgaat dan een terrasje aanleggen zoals 'de stiel het voorschrijft'. Een pleintje zand of zand-cementmengeling waterpas leggen, is -mits wat ervaring- niet zo moeilijk. Eens het terreintje is geëgaliseerd, hoef je de onderlaag maar vol te stapelen. Nieuw aangekochte klinkers zijn tegenwoordig zo perfect uniform dat je alleen nog moedwillig schots en scheef kunt werken.

Een wild pleintje met verschillende soorten bestratingselementen kan je daarentegen niet snel afwerken. Iedere steen wordt apart in de zand gehamerd, zoals bij het kasseileggen, en de figuren worden terplekke bedacht. Het slijpen wordt tot een minimum beperkt door een maximum aan puzzelwerk. Als de steen op zijn kant niet past, dan misschien wel als hij plat ligt. Te grote monotone vlakken worden voorkomen door er regelmatig een 'speklaag' tussen te leggen. Ik vond het erg plezant en ben content met het eindresultaat.

detailfoto

Ondertussen heb ik alweer twee nieuwe plannen in mijn hoofd. Een gemetste zuil die door klimplanten kan beklommen worden en een licht golvend scheidingsmuurtje in de voortuin. Maar de plicht roept ook binnenshuis. De douche moet nog aangepakt worden, het lint van een rol moet worden hersteld (het rolluik kan plots op uw hoofd vallen, gelukkig houdt een wasknijper momenteel het lint wat tegen) en een drietal klinken van evenveel binnendeuren is aan vervanging toe. Wat de mogelijkheid biedt om eens drie verschillende kleuren te gaan gebruiken. Alles kan, alles mag en wie het niet goed vindt, blijft maar buiten.

26 september 2010

leve de herfst

De herfst is mijn favoriete seizoen. In tegenstelling tot wat je vaak hoort beweren, als zou de natuurpracht dan over zijn hoogtepunt heen zijn, zorgen de milde temperatuur en de vele regen voor een nieuwe boost in de tuin en onze landschappen: de bladeren ontwikkelen nu de mooiste kleurschakeringen, vanuit de ondergrondse zwamvlokken ontstaan de prachtigste paddenstoelen, de zaden die voor het nageslacht moeten zorgen, rijpen zienderogen en een heel nieuw arsenaal aan herfstbloemen komt tot bloei. Een streling voor het oog en ook de vlinders zijn er zichtbaar verlekkerd op.

Helianthus 'Lemon Queen'

De vele soorten herfstasters lokken heel wat dagpauwogen en atalanta's. Ook de sedums, waarvan ik de donkerrode variant van de Sedum 'Matrona' het mooiste vind, krijgen veel bezoek. Niet alleen van vlinders maar ook van de bijen. De talrijke eekhoorns knabbelen alle hazelnoten en beukennoten op. Aan de nieuwe waterleliepoel krijg ik dagelijks het gezelschap van een duo kuifmezen en een kooitje staartmezen. Op de diepgegroefde schors van de zwarte den tippelt een boomkruipertje naar de top. Het koppeltje tortelduiven kakt altijd op dezelfde plek, net naast de composthoop.

Eén van de mooiste blikvangers van het moment zijn de groepjes Helianthus Lemon Queen (zie foto). Ik vind ze prima passen in een wildere tuin en met het zachtere geel van de bloemen functioneren ze perfect als weefplanten. Zelf bied ik ze geen steun en ze staan nog steeds fier rechtop. Woekeren doen ze niet maar een jaarlijkse scheurbeurt is geen probleem.

het klimmende gebroken hartje, Dicentra Macrocapnos

Vlakbij deze 'Lemon Queen'-groepjes staat een Cornus florida 'Rubra', een mooie bloemkornoelje. In tegenstelling tot de Cornus kousa's heeft deze struik geen verdorde bladeren. De hevige zon en de langdurige droogte van de voorbije zomer hebben hier geen sporen nagelaten. De takken van deze bloemkornoelje worden momenteel naarstig beklommen door een bijzonder klimplantje, het geel klimmend gebroken hartje (Dicentra Macrocapnos). De kleur ervan past als gedroomd bij de Helianthus.

Reeds voor het vierde jaar komt dit "gebroken hartje" massaal tot bloei. Zelfs de strengste winters krijgen dit vast klimplantje niet klein. Oorspronkelijk zou deze Dicentra uit Nepal komen. Maar hij doet het in mijn tuin ook prima. Echt een geslaagde aankoop, op de kop kunnen tikken bij een tuinliefhebber die zich amuseert met aparte zaden op het internet aan te kopen. In ieder geval doet dit klimmertje het stukken beter dan de vele clematissen die ik al uitgeprobeerd heb. Het behoeft geen enkele bijbemesting en extra bewateren hoeft ook al niet. Net wat ik nodig heb.

Ondertussen is ook de aanplanting rondom de nieuwe waterleliepoel aangebracht. Rond de witte 'Servische keien' heb ik tijm en wilde marjolein geplant (gescheurd van andere planten). In de bodem werd een hondertal knolletjes van sterhyacinthen en anemonen gestopt. De rode duizendknoop, een blauwe geranium (onder voorbehoud: Ann Folkard) en de 'Lady in Black'-aster zorgen hier voor de herfsttinten. Als verticale blikvangers koos ik voor een pimpernoot, een Aesculus parviflora en de rood-getinte Miscanthus sinensis malepartus. Dit prachtriet is op zijn mooist als de sierlijke aren beschenen worden door de laatste lichtstralen van een rode zonsondergang.

Voor al mijn noeste arbeid heeft de natuur me een prima geschenk geboden: na 19 jaar wachten heeft de eerste salamander zijn intrede in mijn tuin gedaan. Straf als je weet dat rondom onze tuin nergens gezonde beken of poelen te vinden zijn. Droge dennenbossen en intensieve landbouw des te meer. Een wonder, zoals er zoveel zijn. Alleen... ik heb het volledig zwart beestje nog maar éénmaal waargenomen -om 7 uur 's morgens- en als niet snel een nieuwe ontmoeting volgt, moet ik me toch eens afvragen of ik me niet vergist heb. Maar ik garandeer u, het zat in het water, het had vier poten en een staart.


12 september 2010

Nine/Eleven/2010

een nieuwe waterleliepoel

De voorbije 2 weken heb ik een eerder donker en triestig hoekje van onze tuin flink onder handen genomen. Een forse stronk van wat ooit een beuk was, werd met het kapbijl uit de grond gewroet. Een viertal breedgroeiende taxussen werd gerooid en een deel van de beukenhaag rondom het zitterras werd verwijderd. Het plan: een nieuwe waterleliepoel waarvan het water tot tegen het terras komt, met aanpalend een bostuin.

de graafwerken zijn achter de rug

De graafwerken werden met spade en 'troefel' uitgevoerd. Eén steel gaf de geest toen ik met volle kracht een kluwen van wortels trachtte los te wrikken. De zwarte bovenlaag werd apart gegooid, met de grijze Kempische bosgrond werd een heuveltje gebouwd en de gele zand doet nu dienst als onderlaag voor het nieuwe bospad.

De poel werd niet te groot opgevat en oogt organisch. De bovenrand is waterpas afgewerkt met chappe (4 wit zand/ 1 cement). De glooiingen in de zand en de chappe zijn zodanig bewerkt dat de EPDM-folie een minimum aan plooien zal bevatten.

de beschermlaag onder de folie

Achter de bovenrand werd de grond een 15-tal centimeter weggegraven zodat in dit grachtje de beschermdoek en de folie kunnen weg geplooid worden. Als de bodem geen scherpe steentjes en worteltjes bevat, is zo'n beschermdoek niet echt nodig. Maar ik had toch nog een ganse rol als overschot van de zwemvijver in het tuinhok liggen. Dus, beter gebruiken dan in de let laten staan. Blijkbaar vonden ook de muizen de viltlaag lekker warm want er hingen heel wat keutels aan.

vullen met water uit de regenput

Bovenop de beschermdoek komt dan de EPDM-folie. Deze folie voelt aan als de binnenband van een fiets. Hij is erg stevig en rekt tot 300%. Gezien de beperkte grootte van deze nieuwe poel kon ik de folie zelf, op mijn eentje, hanteren. Bedenk wel dat je extra hulp best kunt gebruiken als je een grotere vijver wilt aanleggen.

De kunst bestaat er nu in om de folie (in dit geval 4m x 6,10m ) met zo weinig mogelijk plooien in de vijver te plaatsen. Ik vul de folie eerst met zo'n 20 cm. water en begin dan aan het aanspanwerk. Tuinaannemers en vijverbouwers zullen over de plooien een nieuwe smalle strook EPDM lijmen. Omwille van de giftigheid van deze lijm en het voorbehandelingsproduct (primer) laat ik deze potjes mooi in de winkel staan. Ik kan best leven met wat plooitjes. Heel veel zie je er trouwens toch niet van. Het water en de beplanting rondom zorgen voor de nodige camouflage.

bijna volledig gevuld, even wachten op verse regen

Omdat deze kunstmatig aangelegde poel toch zo natuurlijk mogelijk moet ogen, werk ik niet met vijvermandjes. De waterlelies plant ik rechtstreeks in de modder. Het grootste gedeelte van de poel is volgestort met zo'n 50 cm zwarte grond. Gemengd met water wordt dit mooie smurrie waar waterlelies gek van zijn. Het linkergedeelte wordt 'aangekleed' met lavasteentjes, ook nog overschot van de zwemvijver. Hierin komt een flinke lading gedoornd hoornblad en wat pijlkruid en watermunt.

De poelrand kan je op verschillende manieren afwerken. Met graszoden, boordstenen of kasseien. Ik heb deze keer eens 'Servische keien' gebruikt. Dit zijn witte keien die je in bulk kunt kopen (zo'n 50 euro voor een half ton). Nu, net na de aanleg, doet het resultaat nog wat pijn aan de ogen. Maar eens de aanplanting achter de rug zal zijn en heel wat van die keien ook begroeid zullen zijn, zal hier snel verandering in komen.

Vandaag probeer ik de waterlelies, witte en rode, uit een andere vijver te sleuren. Hier komen ze niet meer tot bloei wegens overwoekering door andere waterplanten. Zonder zonlicht moet je het stellen met de bladeren alleen en dat is écht zonde. De volgende dagen zal ik dan de waterrand aanpakken. Met wat varens en geraniums zal het wel lukken. Ook koninginnenkruid, bronzen venkel en rode zonnehoed staan al enkele weken klaar om aangeplant te worden.

Tijd om er aan te beginnen.


17 augustus 2010

twintig jaar

Het is dankzij een korte opmerking van die van ons dat ik kan meedelen dat we vandaag 20 jaar geleden, op het gemeentehuis van Tessenderlo, officieel "in de echt verbonden" werden. Het huwelijk werd voltrokken door KDG-schepen Louis Van Sweevelt. Zelf was ik op dat ogenblik nog oppositielid in de Looise gemeenteraad, dé eenmansfractie van Agalev.

Eén van de vele foto's die destijds genomen werden

Een huwelijksreportage of een trouwalbum lieten we niet maken. Patrick, de peter van onze kleinste, nam de foto's voor zijn rekening. Alles gebeurde vrij low profile, zoals ze dat zeggen, met weinig toeters en bellen. De ouders van Kristien waren er zelfs niet bij, die waren met de caravan op familiebezoek in Oekraïne. En eten deden we bij de Chinees Swatow; deze zaak had de bouwonderneming van mijn vader, waar ik zelf ook aan de slag was, even daarvoor een flinke renovatiebeurt gegeven. Het vriendelijk Chinees echtpaar gaf ons als aandenken een mooi theeservies cadeau. Onze huwelijksreis bestond uit vier dagen Amsterdam, in een hotelletje waar -zogezegd- Mata Hari ooit zou verbleven hebben.

Ondertussen zijn er vier kinderen bijgekomen, zijn er ook al heel wat droevige zaken gepasseerd, zijn we nog altijd bezig om ons huis 'af te maken' en zijn de grijze haren in de meerderheid. Toch kan ik zonder aarzelen meedelen dat het een geslaagd huwelijk is waar eigenlijk het eerste ernstig woord nog moet vallen. Het geheim van het succes? Een goede partnerkeuze. Zo eenvoudig is dat. Het is daar dat het bij velen misloopt. Op het moment van het huwelijk waren we reeds 8 jaar samen. Dan hoor je te weten welk vlees je in de kuip hebt.

Of we vandaag iet speciaals doen? Neen, ons kristallen huwelijk (of porselein of verzilverd) wordt een dag als een ander. Veel rondrijden voor de kinderen, wat klossen in de tuin en misschien een ijsje eten in Averbode. En kaarsjes aan het bad? Laat me niet lachen.

12 augustus 2010

het natuurwonder Plitvicka Jezera

Toen we bij het vertrek van onze vakantie in Oostenrijk vernamen dat Marc (mijn rondfietsende schoonbroer) vertoefde in de Sloveense hoofdstad Ljubiljana, spraken we met hem af om mekaar te ontmoeten in de buurt van de Plitvice Meren in Kroatië. Voor beiden was dit een haalbare kaart.

Na gekampeerd te hebben in het Duitse Heilbronn en het Sloveense Maribor kwamen we in de vroege namiddag aan op camping Korana, een zestal kilometer voor ingang 1 van het Nationaal Park. Marc bleek op dezelfde camping een nederige chalet te hebben gehuurd en binnen enkele minuten kwam hij met zijn licht gehavende fiets bij ons aangereden. Het was geleden van 31 mei dat we hem nog in levende lijve gezien hadden en het deed ons dan ook plezier om hem fit en wel hier in een Kroatische uithoek nabij Bosnië terug in onze nabijheid te hebben.

weerzien in Kroatië, camping Korana nabij Plitvice

Een drietal dagen trokken we samen op: uiteraard een gezamenlijk bezoek aan het Nationaal Park, driemaal uitgebreid gaan eten en drinken (halve liters Karlovacka voor de Marc) in het restaurant van de camping, een bezoek aan het internetcafé om wat te sleutelen aan Marc zijn reisblog en luisteren naar Marc's verhalen tot nu toe. Over klimpartijen en hellingspercentages, over slapen in het bos, gevaarlijke afdalingen en dé valpartij, over kaartlezen en de staat van de wegen. Gespreksonderwerpen genoeg.

Het was ook hem opgevallen dat er onderweg naar Plitvice heel wat huizen er zwaar toegetakeld bijliggen. De Joegoslavische burgeroorlog is nog niet zo veraf. De kinderen zegt het niet zoveel maar bij onze generatie zitten het brutaal geweld, de verkrachtingen, de etnische zuiveringen en de jacht op de 'oorlogsmisdadigers' nog fris in het geheugen. Het blijft onbegrijpelijk dat zulke wreedaardige feiten konden gebeuren op amper een goede dag rijden met de auto. Ik herinner me het nog goed dat het precies een treffen in Plitvice was (Pasen 1991), waarbij 2 doden vielen, dat de etnische spanningen tussen Serviërs en Kroaten deed toenemen. Het jaar daarvoor was ik samen met die van ons nog in het Park geweest. Ook toen al hing er merkbaar spanning in de lucht.

de vier kinderen bij een overdonderend uitzicht

Na de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog moest het natuurpark, dat nochtans tot het UNESCO-werelderfgoed behoort en dus theoretisch bescherming geniet, flink hersteld worden. Het duurde enkele jaren voordat alle onontplofte explosieven onschadelijk waren gemaakt en het uitgestrekt gebied terug toegankelijk was voor het publiek. Ondertussen liggen de 16 heldere meren en de 'ontelbare' watervallen er weer schitterend bij.

één van de sprookjesachtige locaties

Ik raad iedereen die naar Kroatië reist aan om de Plitvice meren te bezoeken. Het is een onevenaarbare belevenis en veel mooier kan de natuur al niet worden. Al vanaf de Ring rond Zagreb word je er naar toe gegidst. Het fantastisch mooi natuurpark ligt tussen Karlovac en Zadar. Trek er zeker een volledige dag voor uit. Ook tweedaagse ticketten kunnen gekocht worden. In Kroatië wordt er betaald met Kuna's (1 euro = 7,3 Kuna). Een dagticket kost in het hoogseizoen 110 kuna voor een volwassenen en 55 kuna voor kinderen tot 12 jaar. Dit is zeker niet goedkoop maar bedenk dan je een bijdrage levert tot het behoud van een unieke biotoop én het herstel van Kroatië. In de prijs is een boottochtje over het grootste meer en een rit met de shuttle inbegrepen.

de alpenboktor, een prachtige kever

Het was voor mij het derde bezoek aan Plitvice. De laatste maal was zo'n 20 jaar geleden. Toen al nam ik me voor om, moest ik ooit kinderen hebben, met hen zeker eens naar dit 'natuurwonder' te komen kijken. Mijn missie is ondertussen volbracht en ze vonden het alle 4 heel mooi. Alhoewel het een hele wandeling was, toch zo'n 8 km ver en vaak bergop (omdat we aan het laagste meer gestart waren), hebben ze niet éénmaal gezaagd dat ze moe waren. Zelfs de aanhoudende regen deerde hen niet. In dit jungle-achtig kader vol watervallen is nat worden helemaal niet erg. Het hoort erbij. De warme choco's in de bar aan het hoogste meer en de shuttle die ons terugbracht naar de autoparking, waren een prima beloning voor onze fysieke inspanning en sloten onze dagtocht op een aangename manier af.

klimpartij naar een hoger gelegen meer

Naast de blauwe meren en de neervallende watervallen kan je in het park genieten van een bijzondere biodiversiteit. Neen, de beren en lynxen uit de folders kruisten mijn pad niet. Maar dat hoeft ook niet.

Het eerste wat meteen opvalt, zijn de honderden, duizenden forellen die je overal ziet zwemmen. In Tessenderlo kunnen we van een levende vis enkel dromen. Hier en daar zie je zelfs een zoetwaterkreeft. Zowat alle meren zijn natuurlijk begrensd door afgezet travertijn waarop het groot hoefblad zich weelderig heeft vastgehecht. Rond de meren zorgen elzen, wilgen, riet, koninginnekruid, munt en ook wolfspoot voor een sierlijke begroeiing.

Aan de rand van het 'oerbos' van beuken en dennen vond ik veldjes Zeeuws knoopje in bloei. Een rare verschijning was de cotinus (pruikenboom) die er grote oppervlaktes aankleedde maar niet hoger werd dan 40 cm. De stammen van de bomen zijn bijna compleet begroeid met korstmossen en dit in alle kleurenvariaties. Een aantal bloemen kon ik niet determineren. Eén daarvan vond ik zo bijzonder dat ik er een foto van nam (zie hieronder). Ik moest weten wat voor iets het was. In 1 natuurgids, uit de jaren 60 dan nog, vond ik een tekenprent die er heel sterk op lijkt.

zeldzaam plantje dat ik (voorlopig) determineer als Melampyrum nemorosum

Blijkbaar is het familie van onze 'hengel', de gekende geelbloemige halfparasiet. De scherpe paarse blaadjes aan de top van de plant zijn bijzonder aardig. De kleinste thuis zag wat verder in het beukenbos een fraaie kever kruipen. Ook dat beest had ik nog nooit gezien. Wat een lange antennes! Deze 'alpenboktor' werd uiteraard zowel door mezelf als door Marc gefotografeerd. Heleen wou het beestje mee naar huis nemen maar dat zou zonde zijn. Zelfs de slakken met keigrote huisjes (met dank aan de kalkrijke omgeving) lieten we ongemoeid.

toeristen met regenjas en paraplu op het knuppelpad

De wandelwegen zijn prachtig uitgetekend en de knuppelpaden die je vlakbij de watervallen brengen, zijn in prima conditie. Mensen die snel moe zijn of minder goed ter been zijn, hoeven niet gans het park af te wandelen. Er zijn 4 haltes voorzien waar je op de shuttle kan stappen. Deze robuuste 'trein' brengt je ofwel naar het verste punt ofwel terug naar het begin. Je bepaalt zelf welke inspanning je wilt leveren. Onze inspanning was van een behoorlijk niveau. Moe en met doornatte kleren kwamen we terug aan op de camping. Een hete douche en Kroatische frieten, dat hadden we wel verdiend.

De ontmoeting met Marc, die ondertussen van Split richting Mostar trappelt, en het terugzien van Camping Korana en het Plitvice natuurpark behoorden tot de hoogtepunten van onze vakantie. Het was niet zonder weemoed dat we via Slovenië naar het Stiermarkse Fürstenfeld reden. Ondertussen zij wij veilig en wel terug thuis, Marc heeft er nog een dikke 9 maanden opzitten. Op zijn blog schrijft hij: 'Hopelijk tot binnen een maand of 9. Merci voor de paar kosteloze dagen en vooral bedankt voor het aangename gezelschap.'

10 augustus 2010

Een dagje Wenen

Na ons bezoek aan mijn fietsende schoonbroer en de Plitvice-watervallen in Kroatië kozen we voor de camping van Fürstenfeld als uitvalbasis voor onze Oostenrijkse Hundertwassertoer. Fürstenfeld ligt op zo'n 60 km van Graz (Unesco-werelderfgoed) en op 160 km van Wenen. Alle gebouwen van Hundertwasser liggen prima binnen bereik. En fijn meegenomen voor de kinderen is dat vlakbij de camping het grootste openlucht-zwembad van Oostenrijk blijkt te liggen. Kampeergasten kunnen er gratis in. Het fascinerende Bad Blumau ligt slechts op een boogscheut, net als de Hongaarse grens.

Een dagje Wenen ligt voor de hand: het HundertwasserHaus, het KunstHaus Wien en het winkelcentrum Kalke Village bevinden zich alle drie in Wenen. De warmtecentrale Spittelau ook maar die gaan we links laten liggen. Daarnaast is Wenen gekend van haar Jugendstil-gebouwen (Wiener Secession) en daar wil ik toch ook graag een eerste indruk van op doen.

Een eerste stop in Bad Fischau

Een eerste stop voorzagen we in Bad Fischau (nabij Wiener Neustadt). Hundertwasser heeft hier een ordinair wegrestaurant omgetoverd in een aantrekkelijke stopplaats. Omdat het restaurant aan de zijde van Wenen richting Graz ligt, moeten we via de afrit even van de snelweg af om er langs de andere zijde weer op te rijden. We drinken er iets (eerste verdieping), gaan er naar het toilet (Hundertwasser laat in de toiletten meestal alle remmen los!) en bekijken het gebouw langs alle hoeken en kanten. De directe omgeving ligt er wat vuil bij en het aantal gasten is er aan de lage kant. Het winkeltje op het gelijkvloers, waar je tevens je rekening voor spijs en drank dient te betalen, geeft een sombere indruk. De vitaliteit is ver te zoeken. Jammer, hier is duidelijk meer van te maken.

De Gloriette van Schloss Schönbrunn te Wenen

Het overkomt me niet vaak maar nabij de Oostenrijkse hoofdstad liet ik die van ons de verkeerde afrit nemen. Hierdoor begaven we ons niet naar het HundertwasserHaus maar wel naar Schloss Schönbrunn, een toeristische trekpleister waar je over de koppen kunt lopen. Omdat dit paleis en de bijhorende tuinen al geruime tijd tot ons Werelderfgoed behoren, had ik een wandeling rondom het Schloss als extra toetje voorzien, moest er nog tijd over zijn. Plannen kunnen tijdens de vakantie altijd gewijzigd worden en dus parkeerden we onze wagen op een peperdure betaalparking vlakbij (ongeveer 35 euro/dag) om vervolgens in de reuzegrote tuin naar de 'Gloriette' te klimmen. Van hieruit heb je een hemels uitzicht op het paleis en de hoofdstad. Ongetwijfeld de moeite waard. De tuinen zijn gratis toegankelijk. Voor de liefhebbers is er ook nog de oudste Tiergarten van Europa.

Jugendstil, het Huis van de Verzekering van de Oostenrijkse Spoorwegen

We beslisten -uit vrees voor parkeerproblemen in de stadskern- om onze wagen op de parking te laten staan om van daaruit onze uitstap naar Wenen te voet verder te zetten. Achteraf gezien niet zo'n schitterend idee. Het HundertwasserHaus bleek 7,5 km/enkel verwijderd te zijn van de parking. Een hele wandeling die me wat onrustig en grimmig stemde. De metro was een alternatief maar onder de grond zie je dan weer niks van de stad. Achteraf bleek er overigens plaats zat te zijn rond het Hundertwasserhaus. Shit. De verkeersdrukte valt in Wenen best wel mee. Moeten we onthouden.

Ik troost me met de gedachte dat we onderweg richting het Wiener Secession-gebouw (arch. Olbrich) en het HundertwasserHaus een aantal prachtige gebouwen hebben kunnen bewonderen. Zo stootten we onverwachts op het huis van de Verzekering van de Oostenrijkse Spoorwegen , op twee sierlijke gebouwen van Otto Wagner waaronder het gekende Majolikahuis en struinden we over de gezellige Naschmarkt. Ook de Karlsplatz en de barokke Stephansdom konden me bekoren. Het is duidelijk dat Wenen vele troeven heeft. Een bijkomend, meerdaags bezoek staat me niet tegen. Een nieuwe 'rode draad' Jugendstil (zie blog hieronder) is in de maak.

Twee huizen van Otto Wagner, links het Majolikahaus

Het gebouw van de Wiener Secession (Wagner, Klimt, Moser,...) met de koepel van gouden laurierbladeren.

Station Karlsplatz (Otto Wagner)

Het valt ons beiden op dat Wenen een overzichtelijke en relatief rustige stad is. Storende hoogbouw is afwezig en dat zint ons wel. Slechts éénmaal raakte ik mijn oriëntatie wat kwijt maar dit had veel te maken met de ontbering van een goed stadsplan, de stand van de zon (waar is het Noorden nu eigenlijk?), mijn vrees om straks in de donkerte kilometersver terug naar de wagen te moeten stappen en mijn staat van opwinding om voor het eerst in mijn leven oog in oog te staan met het HundertwasserHaus, dàt kleurrijke bizarre gebouw vol bomen dat ik al jaaaren met grote ogen aanstaar in de boekskes.

Kunsthaus Wien, gekleurde flessen op het buitenterras

Eerst bezochten we nog het zwart-witte KunstHaus Wien waar er een permanente tentoonstelling is van Hundertwasser, de schilder. Verder dan een drankje op het groene terras (3 euro voor een colaatje), een obligaat bezoek aan het kunstzinnig toilet en wat aankopen in de Shop (o.m. een hoogwaardige replica van "Grüne Stadt") kwam het niet. Heel warm loop ik niet van Hundertwassers schilderijen, een aantal ervan vind ik ronduit lelijk. Hier en daar zit er evenwel een echt kunstwerk tussen waaronder Grüne Stadt. KunstHaus Wien als gebouw is zonder twijfel wel de moeite waard. Ook hier is het niet echt druk te noemen al is het terras erg gezellig.

Het wordt al vrij snel duidelijk dat alle toeristen samengetroept zijn rond het HundertwasserHaus in de Löwengasse/Kegelgasse, niet zo ver van het KunstHaus. Bordjes wijzen je er de weg. Taxi's wachten er op klanten. Kladden Japanners lopen in en uit het tegenovergelegen winkelcentrum Kalke Village. Het gebouw wordt vanuit alle standjes gefotografeerd. Er heerst een gezellige drukte. Hundertwassers eerste schepping ( de eerste steen werd gelegd in augustus 1983, oplevering in februari 1986) is een attractie. In zowat alle toeristische gidsen staat er een foto van. "Architectuur in Wenen", dat is Jugendstil en Hundertwasser.

Het huis is veel groter dan ik verwacht had. De kleuren fletser. De binnenkoer is erg donker, de aangeplante bomen zijn al flink uit de kluiten gewassen en ontnemen al het licht. Behalve het café op de hoek is het gebouw niet toegankelijk. We moeten het stellen met de frivole buitenkant. Ik bestudeer de kleurenkeuze, de kozijnen van de ramen, de 'sluitstenen' van keramiek boven de ramen. Ik lach om de boomhuurders en het stukje klassieke Weense bouwstijl dat gereconstrueerd werd. Ik probeer te achterhalen welke struiken en bomen het voorrecht hadden om op de daken aangeplant te worden. Ik stel me vragen over de waterhuishouding van het gebouw; waar blijft alle regen en het sanitaire afvalwater? Ik leun tegen de kleurrijke zuilen. Ik dank de stad Wenen dat zo'n plan mocht gerealiseerd worden en bedenk dat we hier in Vlaanderen achter een bouwvergunning konden fluiten. Ik prijs me gelukkig dat ik, samen met de kroost, naar Wenen ben afgezakt. Ik ontwikkel gekke ideeën om mijn huis en tuin, die nochtans al in verre staat van gangbaarheidsafwijking verkeren, onder handen te nemen. Om het bezoek te vereeuwigen laat ik die van ons een aantal grote posters kopen. Hiermee kan ik thuis afkicken en de roes wat laten overwaaien. Sloop de lelijkheid en begin van nul af aan opnieuw. Het komt in me op en niet zomaar.

Bij de terugrit naar de camping stoppen we voor de tweede maal in het wegrestaurant. We nuttigen er ons avondmaal en geraken aan de praat met de vriendelijke opdienster. Mijn Duits is van behoorlijk niveau en al mijn zinnen klinken erg opwindend. Ze merkt op dat we er heel moe uitzien. Dat zal wel, na zo'n wandeling. Ook nu is er heel weinig volk. Af en toe stopt er een bus Chinezen, zegt de opdienster. In de toiletten zit nog steeds dezelfde 'madam' als deze morgen. Ze herkent ons nog van daarstraks. In het winkeltje krijgen we enkele staaltjes Cola Zero. Vriendelijke mensen. Maar veel enthousiasme of bewondering valt er niet te bespeuren. Het lot van alles wat niet in de boekskes staat. Miskend of ongekend.

Om half elf kruip ik onder mijn kapotte slaapzak op mijn luchtmatras. Wenen was een enorme meevaller. Ik heb ongetwijfeld mooi gedroomd maar helaas vergeet ik ze altijd. Voor zover ik me herinner kwam de opdienster er niet in voor. En dat pleit voor de schoonheid van Hundertwasser.

9 augustus 2010

onze Hundertwasser-vakantie

Na vele jaren Frankrijk en een jaartje Italië als vakantiebestemming wilden we het dit jaar eens over een andere boeg gooien. We kozen voor een rode draad, met name de kleurrijke gebouwen van Hundertwasser.

Hundertwasser, geboren als Friedrich Stowasser, was een Oostenrijks schilder (+ februari 2000) die een aantal heel interessante bouwwerken heeft gecreëerd. Het Weense Hundertwasserhaus is ongetwijfeld zijn meest bekende realisatie. Hundertwasser wijkte moedwillig af van de klassieke bouwstijlen. Hij verzette zich tegen de rechte lijnen, de uniformiteit, de ziekmakende en zielloze architectuur van alledag. Hiertegenover plaatste hij een aantal vernieuwende ideeën zoals het 'raamrecht' en de 'boomhuurder' en gebruikte hij kleurrijke mozaïeken en gebogen lijnen, tot in de vloeren toe. Erg ongewoon maar smaakvol.

Hundertwasser op een infozuil nabij "In den Wiesen"

Belangrijk hierbij is dat Hundertwasser de zorg voor het leefmilieu erg belangrijk vond. De liefde voor de natuur straalt er bij al zijn gebouwen van af. Niet alleen groeien er hier en daar bomen uit de vensters (deze bomen huren hun eigen kamertje), ook groendaken worden maximaal toegepast. Hierbij moet je niet denken aan de tapijtjes van muurpeper, huislook of hemelsleutel die vandaag ingang vinden, neen, het zijn echte struiken en bomen die hun vaste stek op de daken krijgen. Wandelen op de daken is bij Hundertwasser de gewoonste zaak.

Zijn kijk op bouwen en wonen zorgt er voor dat de landschappelijke omgeving minimaal wordt verstoord. In de steriele en grauwe stad schept Hundertwasser dan weer een oase van leven vol kleur en dynamiek. Het moet voor de bewoners heerlijk zijn om de vier seizoenen van zo dichtbij te kunnen beleven. Om in de lente de bladeren te zien ontluiken en in de herfst de klimmende wilde wingerd rood te zien verkleuren. Om in de winter beschut te worden door de brok natuur boven je hoofd en in de zomer te genieten van de koelte ervan.

Hundertwasser fascineert me al heel lang. Op het moment dat ik me in zijn werk ging verdiepen (1999-2000) stierf hij aan een hartinfarct. Ik hoorde het droevig nieuwsbericht. Sindsdien blader ik regelmatig in de boeken en kunstuitgaves over hem uit onze vitrinekast. De kleurrijke prentjes en verbazingwekkende details laten me niet meer los. Veel ideeën deel ik met Friedrich. Ik moest en zou mijn 'favoriete lijstje van gebouwen' in levende lijve zien. Deze vakantie kwam het er eindelijk van. Ik ben een gelukkig man. In het echt was het nog mooier dan verwacht.

600 foto's nam ik. Moest mijn geheugenkaart niet vol zijn geweest, waren het er nog een stuk meer. Van iedere halte heb ik er eentje op deze blog gezet. Zo heb je een idee waar ik de voorbije dagen heb rondgehangen en hopelijk krijg je ook de smaak te pakken.


17 woningen, "In den Wiesen" te Bad Soden am Taunus (Duitsland)

De "Waldspirale" in Darmstadt (Duitsland)

De kinderen voor de Sint Barbarakerk te Bärnbach (Oostenrijk)

Met het wegrestaurant van Bad Fischau (snelweg Wenen-Graz nabij Wiener Neustadt) maakten we 's morgens, bij onze uitstap naar Wenen, een eerste maal kennis. Bij de terugkeer gingen we er eens lekker eten.

de toiletten van het Kunsthaus Wien

Het HundertwasserHaus te Wenen... eindelijk wat volk.


Thermendorp Bad Blumau, vlakbij onze camping van Fürstenfeld (Oostenrijk - Stiermarken). Zo schoon dat ik het tweemaal gaan bezoeken ben. Rondlopen kan je er vrij.

Jo en ikzelf tegen twee kleurrijke zuilen onder het café van het HundertwasserHaus.


25 juli 2010

gouden jubilee

mijn ouders aan de feesttafel (Lisette en Emiel)

Op 3 augustus zijn mijn ouders 50 jaar getrouwd. De 'gouden bruiloft' werd gisteren gevierd met een feest in het Rutgerhof te Testelt. Behalve de eigen 4 zonen, de 14 kleinkinderen en achterkleinkind Ella waren ook de 6 zussen en 5 broers van mijn vader (met echtgenoten) aanwezig, de vier zussen van mijn moeder (met echtgenoten), wat goede geburen en vrienden. Met een zeventigtal hebben we lekker gegeten, veel bijgebabbeld en familiekiekjes genomen.

Mijn oudste broer had voor de gelegenheid een erg mooi gedicht in het Loewejs ten berde gebracht. De kleinkinderen gaven oma en opa allemaal een roos af met een eigen geschreven tekstje erbij. Ook nonkel Benoit, een van de broers van mijn vader en zijn vaste wandelpartner op dinsdag, deed laat op de avond een aardig woordje waarin mijn ouders treffend werden geschetst: altijd behulpzaam, niemand die er met lege maag vertrekt, de liefde voor de natuur van mijn vader en zijn varenverzameling, mijn moeder die nooit stilzit en van werken haar hobby heeft gemaakt,... .

Uiteraard werd er gewenst dat we binnen tien jaar een nieuw jubilee mogen vieren. Dat hoop ik ook. Iedereen heeft maar één paar ouders. Ik ben heel blij met de mijne en zou ze voor geen geld willen missen. Op naar diamant!

de kleinkinderen met hun trotse opa en oma
(vlnr: opa, Elke, Linde, Heleen, Loes, Nele, Siebe, Sander, Lode, Jo, Stiene, Steven, Mirte, Frank, Sara en oma)


(familie en vrienden kunnen hier -tijdelijk- mijn foto's van het feest bekijken en downloaden. De stralende zon was prima voor het feest maar voor de groepsfoto's een beetje hinderlijk. )

18 juli 2010

fietstocht naar Averbode

Averbode grenst aan Tessenderlo. Van bij ons thuis tot aan de abdij van Averbode zijn het een en al bossen (Gerhagen en de bossen van Merode). Zo goed als gans het traject is autovrij. Een prima weg dus om te fietsen. Deze middag kropen we op ons stalen ros om de 'grote fietsklassieker' te rijden, met name een ijsje gaan lekken aan de abdij van Averbode. Nergens krijg je zoveel lekker ijs voor zo weinig geld als in de dreef van Averbode. Keuze zat daar. Een vijftal ijskarren scheppen daar alle kleuren en smaken die je maar kunt bedenken.

keus genoeg in de dreef voor de abdij

Ik koos, zoals steeds, voor een sober ijsje. Een horentje met 1 bol bananenijs. De kinderen zijn nog slank, zij vreten -als het moet- de ganse ijskar leeg. Vermits alle banken in de buurt van de stoffige dreef bezet waren, aten wij ons ijsje op binnen de muren van de Norbertijnenabdij. Ook hier staan zitbanken en je hebt er rust en een mooi zicht op de abdijkerk. De eerste steen hiervan werd gelegd in 1664. In 1672 werd de kerk in gebruik genomen. De kerk biedt een merkwaardige synthese van barok en gotiek. Zo'n 6 jaar geleden werd de binnenrestauratie ervan voltooid.

ijsje likken binnen de abdijmuren

De abdij van de Norbertijnen werd in 1134-1135 gesticht op initiatief van Arnold II, graaf van Loon. De abdij werd gebouwd bij een bestaande kapel die behoorde tot de abdij van Sint-Truiden. De abdij behoort tot de zogenaamde Orde van Prémonstré. Deze orde zag het levenslicht in 1121 in Prémonstré (N-Frankrijk). Daarom worden de Norbertijnen ook wel Premonstratenzers genoemd. Norbertijnen verwijst dan weer naar Norbert, de stichter van de Premonstratenzers. Bij ons spreekt iedereen van de Norbertijnen, dat ander woord... kent, denk ik, niemand. Zeker niet onder de ijslikkers.

de abdijkerk, een synthese van gotiek en barok

Een bezoekje aan de abdijkerk kon door mijn participatie aan de fietstocht niet uitblijven. Architectuur en bouwkunde blijven me fascineren. Bewonder binnen zeker het mooie houten koorgestoelte uit 1673. Dit Vlaams hoogtepunt van de barokke beeldhouwkunst komt uit het atelier van Octaaf Herry van Antwerpen. Bijzonder interessant is ook het 14de eeuwse poortgebouw (de grote toegang) in ijzerzandsteen en het houten dakgebinte ervan.

Jammer genoeg was de tuin niet opengesteld en konden de dienstgebouwen en de voormalige drukkerij van Zonnekind, Zonneland (1920) en de gekende Vlaamse Filmpjes (1930) niet bezocht worden. Het nieuwe gebouw in zwarte facade dat je vanaf het binnenplein kunt zien, is een ontwerp van Bob Van Reeth, en huisvest Uitgeverij Averbode.

het graf van de "vader" van de Witte van Zichem

Het bezoek aan Averbode werd afgesloten met een serene wandeling doorheen het kerkhofje nabij de abdij. Dit kerkhofje wordt met prachtig ijzeren smeedwerk gescheiden van de weg Veerle-Averbode. Wat weinigen weten is dat op dit kerkhofje Ernest Claes (de Witte van Zichem, Floere het fluwijn,...) is begraven (+1968) samen met zijn vrouw. Ook Nonkel Fons (Daniël De Kesel) werd hier in 1996 begraven.

Een verhaal dat niet klopt, is dat de grote houten draaipoort aan de toegang van de abdij zou scharnieren over het punt waar de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg samenkomen. Dit zou te mooi zijn. Het kerkhof en het achterste gedeelte van de abdijkerk bevinden zich op Loois grondgebied. De rest van de abdij, inclusief de poort, is Vlaams-Brabant. Als de poort draait, raakt ze ei zo na het uiterste puntje van de provincie Limburg aan. Maar de provincie Antwerpen komt er helemaal niet aan te pas. Op Google Earth of Geo-Vlaanderen kan je het vrij precies bestuderen.