22 november 2012

Fatsia japonica

... of de vingerplant. Uit voorzorg wordt hij door de meeste plantenliefhebbers in pot gehouden en gaat hij bij nachtvorst binnen. Beschut, bijvoorbeeld tussen warme muren in een stedelijk milieu, kan hij evenwel redelijk wat vorst verdragen. Daar kan hij met succes in de volle grond gehouden worden. Tijdens een boottochtje in Brugge zag ik zo een groot en gezond exemplaar in een achtertuin staan. Een ander mooi exemplaar, in bloei dan nog, vonden we vorige week in het Antwerps Begijnhof. Zie hier:

de bloeiwijze van de vingerplant

Dat Antwerps begijnhof in de Rodestraat is zeker een ommetje waard. Spijtig voor de site werd het wél voorgesteld maar niet weerhouden op de UNESCO-werelderfgoedlijst (slechts 13 van de 26 voorgestelde begijnhoven werden weerhouden). Het Antwerps begijnhof is grotendeels van het binnenpleintype: een mooie, grote tuin centraal in het midden, omgeven door kasseien en aan de buitenzijde de eigenlijke begijntjeswoningen. Achteraf werd er nog een steegje aan toegevoegd zodat het nu 'officieel' als een begijnhof van het gemengde type beschreven staat. 

Tuinliefhebbers zullen aangenaam verrast zijn door het centrale park dat via open poortjes vrij toegankelijk is. Behalve de Fatsia zijn er ook een bescheiden waterpartij, een mooie beeldengroep en natuurlijk de magnifieke appelbomen.

de centrale tuin met appelbomen

In het begijnhof zijn verschillende stemmige hoekjes met mooie bloemen in pot of waar er bloeiende stokrozen zijn gekiemd in de brede voegen van de kasseien. Grappig is het bord aan de toegangspoort. Hierop kan je lezen dat manspersonen beleefd verzocht worden om zich na 6 uur 's avonds niet meer aan te bieden voor boodschappen of bezoeken. Tja, wat heet een boodschap? Voor mezelf was het dan weer plezant om voor de eerste keer in België de heilige Ludovicus terug te vinden. Als was het maar op een banderol in het steegje:




Geen opmerkingen: