16 januari 2011

Zichem-Scherpenheuvel-Zichem

Het grote wateralarm was net afgeblazen. Verzuipen zat er niet in en het weer viel ook wel best mee: geen regen en zo'n 11°C. Best aangenaam voor een 15de januari. Een ideaal moment om nog eens een stevige wandeling te doen in het Hageland. Ik koos als leidraad voor de Oude-Spoorwandeling zoals ik die vond op wandelroutes.org.. Een groot gedeelte ervan loopt over de oude spoorwegbedding van de afgeschafte trein naar Scherpenheuvel. Tevens wandelen we dan enkele kilometers naast de Demer op, zodat we toch nog kunnen kennismaken met de 'kracht van het water'.


De Zichemse Maagdentoren met natte voeten

Onze wagen parkeerden we aan het stationnetje van Zichem. Vlakbij bevindt zich de Maagdentoren uit de 14de eeuw. Veel is er momenteel niet aan te zien want omwille van de recent opgestarte restauratiewerken is de voormalige donjon volledig ingepakt met stellingen en kapot gewaaide plastic. De toren gaf een trieste aanblik, zeker nu hij met zijn voeten in een ondergelopen weide lijkt te verzuipen.

Ik kan alleen maar hopen dat de herstellingswerken wat opschieten. Donjons zijn een geval apart in onze bouwgeschiedenis en zijn zeker de moeite waard om te koesteren. We hebben in onze streek nog 2 hele mooie, die van Horst en Rotselaar met name, maar een ronde woontoren is zeldzaam. Sinds 1999 is de uit ijzerzandsteen opgetrokken donjon -zeg maar ruïne- eigendom van het Vlaamse Gewest. Het is de bedoeling dat de bouwvallige toren wordt 'geconsolideerd' en dat er met een nieuwe trapconstructie toegang wordt verleend tot een uitkijkplatform. Ook de omgeving van de toren wordt volledig heraangelegd.


In de verte duikt de basiliek van Scherpenheuvel op.

Als je aan de Maagdentoren staat, zie je de stalen spoorwegbrug over de Demer. Vanaf hier wandelden we over de oude spoorwegbedding tot in Scherpenheuvel. De demerbroeken zijn flink ondergeschoten en bewijzen hun nut als natuurlijk waterreservoir. Het landschap wordt geleidelijk aan heuvelachtiger. De Demer vormt zowat de scheidingslijn tussen de Kempen en het Hageland en dat is er aan te zien.

Alhoewel onze wandelroute de basiliek van Scherpenheuvel links laat liggen, besloten mijn vader en ik om toch tot aan dit bedevaartsoord te stappen. Het is zeker 20 jaar geleden dat ik er nog was geweest, wat een schande! Via de zompige landweggetjes van de Bedevaartsroute waren we in een mum van tijd aan de Kruisweg aan de achterkant van de basiliek. Het verraste me dat daar nog resten van een klooster te vinden waren, iets waar ik nooit van gehoord heb. Ook de zogenaamde Barokgang was compleet nieuw voor mij. Het is duidelijk dat ik aan een behoorlijke update toe ben.


De basiliek van Scherpenheuvel

Ook de basiliek staat nog gedeeltelijk in de steigers. Toch zijn hier de restauratiewerken zo goed als achter de rug zodat alleen het inkomportaal nog onttrokken wordt aan mijn nieuwsgierige blikken. Ook de nabije omgeving werd succesvol onder handen genomen.

Volgens de informatie die ik in De Pelgrim kon vergaren, zou alles begonnen zijn met een Mariabeeldje dat aan een eik was opgehangen. Een Zichemse kapelaan schrijft hierover al in 1304. De legende wil dat een herdersknaap het beeldje wou wegnemen en terplekke verstijfd achterbleef. Pas toen zijn meester het beeldje terughing, kon de jongen weer bewegen. Het bewijs was geleverd dat Maria in Scherpenheuvel wilde blijven en er vereerd wilde worden.

In 1609 werd onder impuls van aartshertogen Albrecht en Isabella (Spaans bewind) begonnen met de bouw van de huidige koepelkerk. De plannen werden getekend door architect Wenceslas Coebergher. De bouw werd voltooid in 1627 en de inwijding gebeurde in aanwezigheid van Isabella. De basiliek geldt als eerste barokkerk in de Nederlanden. Het is de moeite om de kerk van binnen en van buiten te bezichtigen. Loop zeker ook door de kapellen rond de centrale gebedsruimte en bewonder er de biechtstoelen en schilderijen.

Na ons bezoek dronken we een tas koffie met vanillewafel in De Pelgrim (vriendenprijsje: 1,5 euro) en zochten we wat later de spoorwegbedding weer op om onze wandeling verder te zetten.


Terug richting Zichem langs de Demer

We wandelden door de dennenbossen van het Heidebos en passeerden via de Spechtstraat heel wat vijvertjes en aftandse weekendverblijven. Vrij snel stonden we terug op de dijk van de Demer. De rivier stroomde met een ongezien krachtig debiet richting Dijle en Rupel. Nog zo'n dertig centimeter aarden wal bedwingt de Demer. We doen een babbeltje met een buurtbewoner die vertelt over de overstroming van de watermolen even verderop en de vele hondenkakken die het wandelpad ontsieren. Een gans vliegt op.


De watermolen en de stuw van Zichem

Voor de laatste kilometers wandelden we stroomopwaarts de Demer richting de kerk van Zichem. De ondergelopen demerbroeken leveren fotogenieke beelden. We houden halt aan de 'bekende' Zichemse watermolen (1771), waarvan ik het bestaan niet eens kende. Zowel in de eerste 'De Witte' van 1934 als in de verfilming van Robbe de Hert in 1979, fungeert deze molen als decor. De huidige eigenaars hebben de watermolen gerestaureerd maar het rad draait jammer genoeg niet meer rond. De uitzonderlijke hoogte van het water wordt me duidelijk als ik mijn eigen foto's vergelijk met de foto's op deze molensite.

Scheepsvaart is er niet meer op de Demer maar dat is ooit anders geweest. Door een aantal stuwen werd het waterniveau voldoende diep gehouden zodat handelsschepen, zeker in droogteperiodes, niet vast kwamen te zitten. Het blauwe emaillen bord aan de huidige artsenpraktijk herinnert aan deze periode. Ook in Zichem, waar momenteel de verkrotting lelijk toeslaat, zou een belangrijke lakenhandel hebben bestaan.

De wandeling wordt afgerond aan de Sint-Eustachiuskerk. Ook deze kerk werd gebouwd met de typische ijzerzandsteen. Pronkstuk van de kerk is het 'oudste glasraam van België' (1387). Liefhebbers van de Witte van Zichem vinden vlakbij de kerk een beeld van de Witte gezeten in de nek van Ernest Claes.

(Totale lengte van de wandeling, met zijsprong naar de basiliek: 11 km)

Geen opmerkingen: